Het Verdriet van Angoulême
28 januari 2016 


door Anouk Turnock

Het zal u wellicht niet ontgaan zijn, maar er was heel wat commotie rond de bekendmaking van de lijst met de genomineerden voor de Grand Prix, de oeuvreprijs van Angoulême. De reden was het ontbreken van vrouwelijke tekenaars in de lijst.

Een tiental genomineerden liet zich schrappen van de lijst. Daarna werd er een nieuwe shortlist opgesteld waar er nu wel enkele vrouwen tussen prijken. Wat bracht dit teweeg in de stripwereld?

Pulp deLuxe ging op zoek naar enkele reacties.


In een artikel dat deze maand in Stripgids verscheen omschrijft de Nederlandse striptekenares Aimee de Jongh de stripmakerswereld als een mannenwereld. Klopt dit?

Volgens striphistoricus Pascal Lefèvre is dit een kwestie van statistiek. “Het is overduidelijk dat er veel meer mannen dan vrouwen actief zijn in de stripcreatie.” Volgens het rapport van Gilles Ratier over de Franstalige stripmarkt, zouden slechts 12% van de stripmakers vrouwen zijn. Ook striptekenaar Luc Cromheecke beaamt dit. “Vroeger waren vrouwen gewoon minder vertegenwoordigd, niet alleen in de stripwereld maar in alle beroepen. [Maar] stripmakers zijn eigenlijk jongetjes. De meeste strips behandelden ook vaak avonturen die eerder jongens aanspreken.”

De Amerikaans cartooniste Carol Tyler meent dat historisch gezien, zeker op vlak van inhoud, strips werden gecreëerd door mannen voor mannen. “Deze trend zette zich door gedurende de 20ste eeuw met enkele uitzonderingen die zich dan specifiek tot vrouwen richtten. Dankzij de underground en alternatieve strips waren er dan wel meer mogelijkheden voor vrouwen in de stripwereld. Algemeen genomen ben ik echter van mening dat de traditionele strip wereld nog steeds gedomineerd wordt door mannen. Het droevige is dan dat ook veel vrouwen het gevoel krijgen dat ze zulke mainstream waarden moeten gebruiken in hun werk om het in de stripwereld te maken. Maar eerlijk waar, vrouwelijke tekenaars willen geen vrouwen afbeelden met gigantische boezems in belachelijke poses, of vrouwelijke personages tekenen die enkel dienen als attributen van het mannelijke hoofdpersonage.

Strips gaan niet langer alleen over de superheld. Er zijn zo veel fantastische artiesten aan het werk die de condition humaine interpreteren en er strips over maken. Het is de nieuwe literatuur.”

 

“De geschiedenis van de strip is wat ze is. Als u naar het Louvre gaat, zal u daar ook weinig werk van vrouwen aantreffen.” Een controversiële uitspraak van een bestuurder van het festival in Le Monde. Maar wat is dan de evolutie van de vrouw in de geschiedenis van de strip?

Lefèvre: “Dat is uiteraard een lange en complexe geschiedenis. Sterk vereenvoudigd kunnen we zeggen dat pas na de tweede feministische revolutie vrouwen meer uitdrukkelijk op het voorplan zijn gekomen. In de honderd jaar voordien had je wel al talrijke belangrijke auteurs van het vrouwelijke geslacht: bijvoorbeeld de Britse Marie Duval die eind 19e eeuw het populaire Ally Sloper tekende, de Amerikaanse Dale Messick met haar krantenstrip Brenda Starr (midden 20ste eeuw), de Italiaanse zussen Angela & Luciana Giussani die de actiereeks Diabolik lanceerden in 1962. Vrouwen waren dus actief in heel uiteenlopende genres en contexten. Behalve als hoofdauteur vond je nog vaker vrouwen in de rol van inkleurster of inktsters, zoals Paula Van den Branden, de eerste vrouw van Willy Vandersteen. Hergé’s tweede vrouw is trouwens ook begonnen als een medewerkster in zijn studio.

Het land waar vrouwen voor het eerst op stripvlak voor een dijkbreuk zorgden was Japan. In de jaren zeventig had je een hele nieuwe generatie met figuren als Moto Hagio of Keiko Takemiya. In Europa en de VS zag je vrouwen, na 1968, vooral actief in de zogenaamde alternatieve strip, vaak met autobiografisch getinte verhalen. Maar het zal nog duren tot begin 21ste eeuw vooraleer er een enorm succes komt met Persepolis van Marjane Satrapi.”

 


Kunnen we iets aan dat mannelijke imago van de stripwereld veranderen?

Judith Vanistendael (striptekenaar en docente Beeldverhaal aan het Sint-Lukas Brussel) ziet de laatste jaren wel meer meisjes in haar lessen beeldverhaal passeren en “in de professionele stripwereld heb je nu wel meer vrouwen dan vroeger.”

Maar we kunnen pas echt verandering teweeg brengen als we meer vrouwen aan de slag zouden krijgen in management en beslissende rollen, en toezien op meer diversiteit binnen de stripwereld, aldus Tyler.

Waarom werden er geen vrouwen genomineerd voor de Grand Prand Prix in Angoulême?

Vanistendael: “Omdat er weinig vrouwelijke striptekenaars zijn. Maar weinig is nog altijd iets anders dan helemaal geen. Dat is toch een wereld van verschil.”

Carol Tyler en Luc Cromheecke gaan akkoord dat het percentage vrouwelijke striptekenaars inderdaad veel lager ligt, maar beiden menen dat het ook heel onbeleefd was om geen vrouwen op de lijst te plaatsen.

Justine Sarlat (studente beeldverhaal aan Sint-Lucas Gent): “Ik denk dat de selectie een indicator is van hoe de stripwereld in elkaar zit […] waar vrouwelijke tekenaars als minder getalenteerd worden beschouwd.”

Er was veel protest en commotie rond de initiële nominaties.

Lefèvre: “De jurering, en zeker die van de Grand Prix, is al langer een heikel punt en er is al verschillende keren aan het stemsysteem gesleuteld. Bijna dertig jaar lang won bijna alleen een Franstalige die prijs, uitzonderlijk eens een Italiaan (Pratt) of een Amerikaan (Crumb). Pas met de herziening van de procedure kreeg de je laatste jaren vaker niet-Franse winnaar zoals Toriyama of Otomo.

We mogen zeker niet vergeten dat er veel afgunst is in het stripwereldje. De zogenaamde ‘graphic novel’ auteurs kijken vaak neer op de collega’s die genre-strips maken, en vice versa. Het is overigens ook een heel competitieve wereld, waar alleen een relatief klein aantal auteurs succesrijk is en velen amper het zout op de patatten verdient. Door de enorme hoge productie, van bijna 4.000 nieuwe titels in het Frans (en dan spreken we nog niet van de heruitgaven), is het vechten voor aandacht, want noch de media, noch de winkels kunnen die tsunami aan, laat staan dat de consument daar een budget voor heeft.”

 

 

Protest kwam er ook van de genomineerden zelf. Zo liet onder andere graphic novel tekenaar Daniel Clowes zijn naam van de lijst schrappen.

Tyler: “Fantastisch! Hoewel ik het toch grappig vind dat de dag waarop ik mijn studenten de link toonde van de Angoulème situatie er een grote foto op het scherm verscheen van mijn vriend Dan Clowes. Terwijl ik heel blij ben dat hij zijn solidariteit betuigt, was het toch even lachen om Dan’s gezicht te zien als vertegenwoordiger van een vrouwenzaak.”

Lefèvre: “Ik ben geen kunstenaar, maar ik zou ook niet graag een prijs krijgen met het vermoeden dat één of andere vorm van ‘positieve discriminatie’ in het spel was, of een ons-kent-ons gedoe.”

Is er een oplossing om zo’n incident in de toekomst te vermijden? Eventueel via quota?

Vanistendael: “Misschien is het niet slecht om eens met een verplicht minimum aan vrouwen op een lijst te werken. In de politiek is dat in België ook zo gegaan (verplichte quota voor aantal vrouwen op politieke lijsten), om een soort verplicht denkkader te creëren. Maar het aantal verplichte vrouwen op de lijst van de Grand Prix zal toch relatief laag moeten liggen: er zijn er nu eenmaal niet zo veel.”

Nu er een nieuwe selectie is gemaakt, wat met de uiteindelijke uitkomst?

Sarlat: “Ik heb al medelijden met de winnaar. Het zal voor niemand een goed moment zijn om deze prijs te winnen. Liever geen prijs uitreiken, maar dan wel een dik feestje bouwen.”

 

De winnaar is inmiddels bekend gemaakt, dat is de Brusselaar Hermann.

art-hermann

© BD Angoulême

 

Anouk Turnock – En Dansant la Javanaise




Gerelateerde berichten