Het Verhoor: Maria Van Driel
11 december 2019 


Onlangs publiceerden we “Spoiler alert: Ze heet Liesbeth” van de Leeuwardse tekenares Maria Van Driel op Pulp deLuxe. We hadden met haar een gesprek over haar strip, psychoses, buitenaardse wezens en de Poolse taal.

door Rebecca van Bockel

verhoor-maria

Wat moet de lezer over jou weten?
Ik ben Maria van Driel. Ik ben geboren in Heerenveen en opgegroeid in Drachten. Momenteel woon ik in Leeuwarden. Ik heb psychologie, fotografie, animatie, illustratie en strip gestudeerd. Ik heb daarvoor één diploma gekregen. Tijdens mijn laatste opleiding kreeg ik een psychose en later nog twee. Die psychoses had ik helemaal aan mijzelf te danken en met hulp van anderen ben ik daarvan aan het herstellen. Verder heb ik een tijdje smallpress stripboekjes gemaakt,  posters ontworpen en gezeefdrukt voor pop underground podium Vera en maak ik deel uit van Maszin, een Pools striptekencollectief dat hele leuke cartoons, zines en boekjes maakt.

 

Je hebt al heel wat gestudeerd in het leven. Hoe komt het dat je uiteindelijk bij strips bent beland?
Ik tekende vroeger wel Guust Flater na, maar ik heb daarna heel lang niet meer getekend. Strips heb ik vroeger nooit getekend. Het waren altijd losse plaatjes. Ik ben de kunstacademie begonnen met het idee dat ik grafisch vormgever wilde worden. Ik wilde vanaf de middelbare school al de kunstacademie doen, maar werd de eerste keer niet toegelaten.

Van striptekenen wordt je blij!

Toen ben ik psychologie gaan studeren, maar dat lukte niet echt. Ik viel steeds in slaap met die dikke boeken. Ik werd een beetje moe van statistieken te onderzoeken waarin iets onbenulligs 0,0001 procent verschil met 0,0001 waarheid-coëfficiënt-betekenis had. Ik wilde graag dingen maken, iets vertellen in plaats van luisteren.

De tweede keer lukte het wel en toen ben ik grafisch ontwerp gaan studeren. Helemaal zelf iets bedenken vond ik niet bij mij passen. Maar op die school waar ik op zat had je een heel oriënterend eerste jaar, waarin je alle richtingen kreeg waaronder illustratie. Ik had een hele leuke docent Illustratie, die eigenlijk meer affiniteit met strips had en die gaf af en toe een strip opdracht. “Van striptekenen wordt je blij!” zei hij en dat is me bij gebleven. Toen ben ik dat blijven doen en werd ik er zelf ook blij van. Eerst maakte ik vooral illustraties en geleidelijk aan meer en meer strips. Toen ik hoorde dat er een opleiding was die helemaal aan strips gewijd was dacht ik “Wow! Dat is bijzonder, dat wil ik meemaken”.

 

De rest heb ik een beetje overdreven. Animatie heb ik gedaan tijdens een uitwisseling en de fotovakschool heb ik gedaan als een vooropleiding. Daarvoor heb ik ook een prachtig certificaat gekregen.

Heeft de studie van psychologie invloed gehad op je tekenwerk?
Toen ik psychologie studeerde wilde ik klinische psychologie studeren, dus meer de uitzonderingen, het afwijkende. Die interesse is daar gevormd en is nog steeds in mijn tekenwerk aanwezig. Op de kunstacademie was ik ook heel geïnteresseerd in de uitzonderingen. Outsider art inspireerde mij enorm.

“Spoiler alert: Ze heet Liesbeth” was geïnspireerd door Madge Gill. Hoewel je het misschien niet overduidelijk terug ziet, heeft mijn studie psychologie in die zin wel invloed op de dingen die ik maak. Het bleef altijd wat oppervlakkig in mijn eigen tekeningen, maar niet echt in de psychologie van mijn karakters. Ik was bijvoorbeeld ook heel erg gefascineerd door mensen die niet konden tekenen maar dat toch deden zoals Henry Darger en ik deed dat ook soms na. Hoewel ik van mezelf vind dat ik ook niet supergoed kan tekenen, zette ik dat extra in de verf. Ik zag het meer als een stijl die me fascineerde en ik kon daardoor ook wat beter accepteren dat ik niet zo goed kan tekenen.

 

De verhalen achter die outsider-werken hebben me altijd wel heel erg aangegrepen, zo ook de case studies die ik heb gelezen tijdens mijn studie psychologie. Maar het was vooral het idee dat eigenschappen zo duidelijk naar voren komen dat ik het uitvergroot zag in een ziektebeeld of een afwijkend verhaal, wat me hielp te begrijpen hoe complex de wereld eigenlijk is. De contrasten van een belevingswereld worden dan ook heel duidelijk. Die contrasten en uitvergrotingen vond ik in strips terug in karikaturen en in mijn eigen tekenwerk is het vaak ook wat overdreven en contrastrijk. Ik denk dat dat voortkomt uit een gevoel dat ik de wereld en mijn eigen universum niet zo goed begrijp. Dat is waarom ik psychologie ben gaan doen en dat is eigenlijk wat ik nog steeds doe. Het is een beetje aftasten via die contrasten.

Ik vind de Arcturianen wel leuk. Ze studeren 150 jaar en zijn dol op brood.

De eerste titel van je strip was “Soms praten aliens praten zo”. Zijn je personages voor jou dan buitenaardse wezens?
Het ding aan buitenaardse wezens is dat ik ze niet ken, dat ze vreemd zijn, buitenaards. In dit verhaaltje gaat het eigenlijk over een “trialoog” die ik soms in mijn eigen hoofd voerde, maar die ik vreemd vond. Ik vond het zo vreemd dat ik het als iets buitenaards begon te zien. Ik kon er mijn eigen naam niet op plakken, dus maakte ik er ‘aliens’ van. Het waren een soort wezens uit mijn psychose die steeds vaker in mijn tekeningen verschenen, als een soort deeltjes van mijzelf die ik afstootte.

 

Evengoed dacht ik dat het een grappige titel zou zijn, gezien je er dan vanuit gaat dat je überhaupt weet hoe buitenaardse wezens praten. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik wilde ze ook een gezicht geven, ze kinderachtig maken, menselijker en toch ook vreemd. Ik had buitenaardsen tot dan toe als een soort alwetende wezens mee gekregen die technologisch en mentaal veel verder gevorderd zijn dan ons (of dan mij toch in ieder geval). Ik wilde dat wat kleiner maken.

Om heel eerlijk te zijn wist ik niks van buitenaardse wezens af. Ik heb sindsdien een “Aliens for dummies” cursus gehad en heb nu een wat meer gelaagd beeld. Daar ben ik wel blij mee. Ik vind de Arcturianen wel leuk. Ze studeren 150 jaar en zijn dol op brood. In ieder geval eentje dan, volgens ik in een interview gehoord heb. Ik ben ook dol op brood.

Wat was jouw grootste inspiratiebron om deze strip te maken?
Een psychose. Ik had een goede vriendin die een psychose had toen ik “Spoiler alert: Ze heet Liesbeth” maakte. Ik probeerde dat te begrijpen door iets geks te vinden en dat als normaal te kunnen zien. Ik nam daarvoor de ‘aliens’ als beeld. Daarnaast krijg je enorm uitvergrote emoties tijdens een psychose. Ik zag dat bij haar en zag dan voor me dat dat een soort karakters waren die emoties vergroten en verkleinen. Onbewust zocht ik mijn inspiratiebron ook te veel op, bleek later. Dat ging heel langzaam en het sijpelde beetje bij beetje binnen. Ik was wel met meer verhalen bezig die daarop geïnspireerd waren. Soms moet je iets helemaal beleven voordat je kan zeggen dat je er genoeg van hebt. Het wordt dan ook minder iets dat je najaagt, want het is een deeltje van jezelf geworden.

 

Het was een beetje als een trap waar je niet onder door loopt. Je weet dat het maar bijgeloof is dat dat ongeluk brengt. Je weet dat het niet echt is, maar toch doe je het niet en gaat het je gedrag beïnvloeden. Uiteindelijk doe je helemaal niets meer, terwijl je weet dat het maar een trap is. Heel raar. Maar goed, dat begreep ik toen nog niet. Dit verhaaltje ging meer over die uitvergrote emoties die ik bij haar zag met een mix van emoties die ik bij mijzelf herkende. Zo probeerde ik me voor te stellen waar dat soort emoties vandaan komen, grootse emoties zonder grondslag.

Je bent ook het enige niet Poolse lid van het stripcollectief Maszin. Hoe ben je daar in verzeild geraakt?
Maszin is een machine, alleen dan hoe een Pool het zou uitspreken, met de shjjj van sz. Maar euhm, er was een stripjeskamp in Roden, bedoeld om beginnende stripmakers uit Europa met elkaar kennis te laten maken. Uit Spanje was er Los Bravú. Er waren ook tekenaars uit Griekenland en ik nam daaraan deel vanuit Nederland. De Polen hielden zich een beetje afzonderlijk, ze praatten alleen in het Pools en dat vond ik fascinerend. Waarom kwamen ze helemaal naar Nederland om daar vervolgens met elkaar in het Pools te praten? Bovendien hadden ze het prima naar hun zin, en dat sprak me aan. Ik sprak ze dus aan met de enige Poolse woordje die ik kende, ‘nazdrovje’ of ‘dzien kuje’. Ik weet niet meer wat het was, misschien was het wel ‘nie rozumiem’. En plots waren we vrienden en mocht ik deel uitmaken van hun collectief.

 

Ik denk dat mijn werk ze ook wel aansprak en de hele situatie was er ook wel naar gemaakt omdat veel van ons werk gaat over dingen niet begrijpen en vanuit die situatie samenwerken. Of misschien is dat wat ik ervan gemaakt heb. Ik heb hun werk wel vertaald via Google Translate, maar weet eigenlijk ook niet waar het precies over ging. Ze legden het me dan altijd geduldig uit. Ik heb zelfs een aantal van hun boeken volledig voorgelezen gekregen en ook dat van andere Poolse auteurs. Wilhelm Sasnal’s Everyday life in Poland is mij bijvoorbeeld ook voorgelezen. Dat geeft toch een andere dimensie aan het werk. Ze maken in ieder geval hele mooie, maar ook heel verschillende dingen. Het is soms frustrerend en een beetje hopeloos om al die mooie boeken voor je te hebben en dan de inhoud niet te begrijpen. Ze lezen immers niet alles voor. Maar het is wel des te bevredigender als je dan toch iets denkt te begrijpen.

Ga je binnenkort nog meer gelijkaardige strips maken of ga je eens iets totaal anders uitproberen?
Ik ga zeker iets anders proberen, toch iets meer leesbaarder en rustiger in de vormgeving en minder door een psychose geïnspireerd. Ik moet het wel nog een beetje rustig aan doen. Ik ga dus eerst proberen iets te verstrippen dat ik iets meer bij mezelf ga zoeken, maar toch ook met de hulp van een bestaande leidraad en daar een balans in te zoeken, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik ben nu bezig met een versie van een sprookje (de verhaaltjesverteller die geen verhaaltje meer wist) waar ik mezelf wel in kan vinden.

Spoiler alert: Ze heet Liesbeth op Pulp deLuxe »
Profiel Maria Van Driel »




Gerelateerde berichten