Daniil Charms is het recentste werk van Nederlands illustrator, graficus en striptekenaar Wouter Gresnigt. In zijn boek verstript hij op briljante wijze 18 verhalen van de Russische avant-gardistische en absurdistische schrijver Daniil Charms. We spraken met hem over zijn beeldroman en zijn fascinatie voor de Russische auteur.

(foto boven: Marc Bolsius)

Je interesse voor Daniil Charms gaat al even terug. Je hebt in 2022 negen korte strips gebundeld en in eigen beheer uitgegeven als #1 Daniil Kharms en #2 Daniil Kharms. Hoe ben je bij hem terechtgekomen?

 

Danill Charms

Ik heb hem in 2005 al leren kennen. Toen werd er het Festival van het Absurdisme gehouden en ik had net mijn eerste boek uit in eigen beheer: Lopend buffet. Daniil Charms was een hoofdact van het festival. Hij was honderd jaar geleden geboren. Ik las hem toen voor het eerst. Het was als een donderslag bij heldere hemel, het kwam écht binnen. Ik dacht: ja, dit is echt iemand die precies mijn gedachtekronkels op papier heeft kunnen zetten. 

Ik heb in de loop van de tijd me nog beziggehouden met Charms, maar durfde het nog niet aan om het om te zetten tot beeldverhaal. Dat heb ik uiteindelijk in 2013 wel gedaan. Toen zette ik de eerste aanzet ervan voor een happening in Groningen, georganiseerd door Stefan Nieuwenhuis ter ere van Charms. Nieuwenhuis had toen een bloemlezing uitgebracht, waarvoor ik heb geïllustreerd. Dan is het zaadje nog verder geplant. Toen Nieuwenhuis vervolgens nog een festival organiseerde, heb ik er het beeldmerk voor gemaakt. Het was dan dat ik het voor het eerst omzette tot strip. Alles was nog zwart-wit en echt heel anders getekend. Ik heb toen vier verhalen uitgewerkt. Uiteindelijk heb ik daar nooit iets mee gedaan, ik was er nog niet. Ik miste de x-factor. Ik ben heel kritisch op mijn werk.

Daniil Charms' werk is er eentje dat de lezer moet weten te appreciëren, bijvoorbeeld het absurdisme ervan. Denk je dat je beeldverhaal Charms' werk voor een breder publiek toegankelijk kan maken?

Het boek is in eerste instantie mijn liefde voor absurdisme. Ik ben opgevoed met Monty Python, dat vond ik gewoon briljant. Later kwamen daar Theo en Thea bij op de Nederlandse televisie. Daarnaast ontdekte ik dingen als De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn, Eefje Wentelteefje en de Tilburgse absurdisten Gummbah en Jeroen de Leijer. Ik vergeet er nog een paar waarschijnlijk. Voor mij voelde dat als thuiskomen: ik dacht meteen, ja, dit ligt eigenlijk heel dicht bij mijn eigen gevoel voor absurdisme. 

Aanvankelijk was het vooral een fascinatie voor Charms. Toen ik het voor het eerst las, zag ik meteen beelden voor me. Ik ben een beelddenker. De hele situatie speelde zich als vanzelf af in mijn hoofd. Van daaruit is het idee gegroeid om het om te zetten in korte beeldverhalen. Met die fascinatie ben ik begonnen.

Het boek is in eerste instantie mijn liefde voor absurdisme.

Je hebt echte Charms-liefhebbers. Daar krijg ik heel ander commentaar van dan van stripliefhebbers. Uiteindelijk ontmoeten ze elkaar wel, die twee werelden. Het is misschien ook wel leuk dat een boekenlezer eens in beeld kijkt en andersom. Ik kreeg een recensie toegestuurd uit De Parelduiker, een literair tijdschrift. Daar was ik ook aangenaam door verrast. Dus ja, als dat een mooie brug zou kunnen leggen tussen twee, maakt het dat wel toegankelijker. Maar het begon met mijn eigen fascinatie.

Danill Charms

Je boek start sterk met het grappige De Naar Buiten Vallende Oude Vrouwen. Heb je een favoriet kortverhaal uit je bundel?

Jazeker. Ik heb hier een klein boekje: Blue Notebook No. 16 met een kortverhaaltje. Ik heb dat verhaaltje uiteindelijk Notitie genoemd. Het zijn twee zinnen die zeggen: ‘Vandaag heb ik niets geschreven. Dat is niet best’. Daar heb ik 24 tekeningen over kunnen maken. Ik heb daar zoveel lol aan gehad om dat te bedenken. Wat is het als je zo'n notitie schrijft in je dagboek?

Daar heb je een hele dag over nagedacht. Wat heb je allemaal gedaan die dag? Dat is ook de beroemde angst; de angst voor het witte vel. Je stopt het [papier in de typmachine] en dan ga je je vingers losmaken. Iets roken, nog een keer staren, nog iets roken, iets drinken. Uiteindelijk begin je. Je begint, je trekt het papier eruit. En dat is dan je eindconclusie. Ik word er heel blij van om dat te bedenken. Als beelddenker zie ik dat allemaal voor me gebeuren, hoe dat zich afspeelt.

Blue Notebook No. 16

Op basis van welke criteria heb je de verhalen gekozen om te bewerken naar beeldverhaal? Zijn er verhalen die net niet geselecteerd werden?

Zeker wel. Ik zou er nog een heleboel meer kunnen tekenen. De criteria was dat het bij mij meteen een ‘spark of joy’ moest geven. Met het ene verhaal had ik dat meer dan met een ander. Op een gegeven moment heb je een soort paar favorieten en ook quotes, dagboekaantekeningen. Dat zijn dan geen verhalen of wat dan ook, maar het is wel wat hij heeft opgeschreven. Het intrigeert mij erg en ik vond het belangrijk. De Naar Buiten Vallende Oude Vrouwen is een van zijn bekendste verhalen. Daar ben ik ook opzettelijk mee begonnen met het boek. Het geeft een mooie introductie in zijn leefwereld. Het gaat over het absurde, het repeterende, maar ook het gewelddadige… alles zit er een beetje in. Dan weet je meteen wat je ongeveer kunt verwachten. Ik ben geëindigd met Een Man Verliet Een Keer Zijn Huis. Dat is een kindergedicht en heeft heel veel diepere lagen. Het gaat ook over het Stalin-terreur.

Mensen werden opgepakt en dan gewoon weggevoerd. Dat heeft hij zo schrijnend samengevat in een kindergedicht. Ik vond dat echt knap. Daar ben ik ook mee geëindigd. Plots is die man dan weg, verdwenen in het bos.

Je tekenstijl voor dit boek verschilt een beetje met bijvoorbeeld je werk Jheronimus, bedankt hé (verschenen in het Brabants Dagblad n.a.v. het Jeroen Bosch-jaar in 2016), dat meer dynamisch overkomt.

Ja, in die Jeroen Bosch-stijl heb ik geen ellebogen, het zijn meer zo van die gummipoppetjes. Voor Charms heb ik erg in die jaren 20-stijl - het kubisme - zitten kijken. Ik ben heel erg hoekig gegaan. 

Ik moet ook eerlijk zeggen dat Zone 5300 ooit een voorpublicatie had van Lars Fiske, een Noorse tekenaar. Dat was een echte eye-opener: ik dacht plots, maar zo tekende ik vroeger ook, nog vóór de kunstacademie. In al mijn andere werk was ik intussen heel ‘kunstacademie-achtig’ gaan tekenen. Toen besefte ik: dit moet ik gewoon weer terugpakken.

Die manier van tekenen ligt mij enorm. Ik kom uit een uitgesproken grafische hoek: eerst grafisch lyceum, daarna kunstacademie, waar ik veel met grafische technieken bezig was. Heel los en vrij tekenen vind ik moeilijk. Ik kan het wel een beetje, maar echt construerend tekenen ligt me minder.

Je interpretaties voor Charms' verhalen zijn intrigerend en je voegt vaak betekenis toe. In Masjkin vermoordde Kosjkin worden de hoofdpersonages bijvoorbeeld dieren.

Mausov Killed Catov is de Engelse titel voor Masjkin vermoordde Kosjkin. Bij ‘Mausov’ dacht ik, ja, dat is een muis. En ‘Catov’ is een kat. Zo is het eigenlijk ontstaan. Maar het was ook voor mij de variatie om ook af en toe iets anders te tekenen. Bij Peters en Van Acht is die man een mug. Dat is ook weer zo'n link naar Kafka, met insecten. Dat is ook een tijdgenoot. Ik vind het heel leuk om zo'n twist daaraan te geven. Ik zoek wel zo’n diepere laag. Ook in Een Man Verliet Een Keer Zijn Huis. De man loopt in het bos en hierbij zie je dan vier pagina's alleen maar bos. Ik dacht eerst: ik doe wel tien pagina's, maar dat vond ik ‘too much’. Ik wou wel dat je de pagina omslaat, nog een keer omslaat en pas op de allerlaatste bladzijde opeens zijn hoofdje nog een keer ziet. Je kunt dan een soort stilte brengen in je tekenwerk, of in je verhaal; in het vertellen ervan.

Voor wie het boek bij mij koopt, heb ik er een briefje met kleine ‘paaseitjes’ bij gestopt, echte easter eggs. Ik heb er sowieso heel wat in het boek verwerkt. Zo zit er bijvoorbeeld een verwijzing naar Eefje Wentelteefje van Jeroen de Leijer in Nieuwe Anatomie. Ik moest een meisje tekenen en dacht: er kan er maar één zijn, dat móét Eefje zijn.

In Mislukte Voorstelling heb ik dan weer mezelf, mijn jongste en oudste zoon en mijn vrouw verwerkt. Ik had publiek nodig voor die voorstelling in het verhaal, en mijn jongens zaten al een tijd te zeuren: ‘Wanneer komen wij eindelijk in het boek?’ Dus ja, zo is dat ontstaan.

Welke nieuwe projecten mogen we in 't kort van jou verwachten?

Ik zit nog steeds in de 1920 - 1930 tijdzone betreffende schrijvers en zo. Dat heeft me altijd geïntegreerd. Momenteel werk ik rond Paul van Ostaijen, meer bepaald rond een van zijn bekendste klankgedichten, Boem Paukeslag. Ik weet dat het een heilig huisje is. Ik probeer daar mijn interpretatie aan te geven en ook heel duidelijk met de typografie te werken, want dat vind ik ook echt heel belangrijk. Het gaat een beeldverhaal worden met 24 pagina's die in eigen beheer worden uitgebracht. Ook op deze manier getekend, maar nu helemaal zwart-wit. Dat is ook wel weer eens leuk, want het is heel lang geleden dat ik in zwart-wit heb getekend. Het is eigenlijk ook in de tekenstijl die ik voor Charms heb gebruikt. Het ideetje zat al lang in mijn hoofd. Nu ik Charms heb gedaan, durf ik meer dat soort dingetjes aan te pakken.

En dat is eigenlijk alles.

 

Daniil Charms telt 156 pagina’s en werd uitgegeven door Blinuet.