Het Verhoor: Rani De Prée
18 oktober 2020 


De talentvolle Rani de Prée studeerde vorige zomer af aan het RITCS nadat ze in 2017 reeds haar masterdiploma Graphic Storytelling te LUCA School of Arts ontving. We kennen haar van haar bijdrage aan de graphic novel ‘Kleine helden’, maar ook van kortverhalen zoals ‘A little bit of heaven’, ‘Dubio’ en ‘Lieve larve’. Het valt ons lezers op dat ze in haar verhalen een duidelijke voorkeur heeft voor het occulte en voor duistere figuren. Maar vandaag vertelt de sympathieke tekenares ons in het verhoor dat we verder moeten kijken doorheen die duisternis.

door Veerle Devos.

verhoor-rani2

Dag Rani! Kan je jezelf in een paar woorden beschrijven?
Oei, dat is moeilijk. Ik overpeins altijd alles, ook deze vraag. Ik werd de afgelopen drie jaren voornamelijk beschreven als ‘die ene van de schrijfopleiding, altijd in het zwart, met haar graphic novel’.

kleine_helden_nlIn ‘Kleine helden’ mocht je het kortverhaal van Meron Estefanos tekenen. Meron werkt heel nauw samen met vluchtelingen uit Eritrea. Deze vluchtelingen werden of worden in het verhaal nog steeds gemarteld. Ook Meron vluchtte weg voor diezelfde martelpraktijken. Heb je met haar hierover persoonlijk gesproken? Of beter: hoe heb je haar verhaal op papier gezet?
Een Eritrese gevangene belt je op vanuit het martelkamp in Sinaï. Hij kan alleen vrijkomen wanneer er losgeld betaald wordt. Terwijl hij je hierom smeekt, worden één voor één zijn vingers afgesneden. De mensensmokkelaars willen dat hij schreeuwt. Betaal je het losgeld, dan wordt de gevangene bevrijdt, maar beloon je de smokkelaars. Betaal je niet, dan sterft de gevangene.

Dit scenario ligt zo onvoorstelbaar ver van onze belevingswereld, maar deze telefoontjes zijn voor Meron dagelijkse kost. Dat is ook wat mij zo aantrekt aan haar verhaal. Telkens wanneer een Eritrese vluchteling haar opbelt, komt zij voor deze keuze te staan. Wat is ethisch dan het meest verantwoord? Wat maakt dat zij doet wat zij doet? Wat zou ik doen in haar plaats? Het was vermoeiend om over na te denken, en dat zag ik ook terug in Meron bij het bekijken van haar interviews en documentaires. De slapeloosheid, het continu alert moeten zijn omdat ze ieder moment kon worden opgebeld, zichzelf alsmaar de vraag stellen of ze wel het goede deed, enzovoort. Dat alles wilde ik vatten in mijn kortverhaal. Ik wilde allesbehalve een docustrip maken met een zwevende blok tekst vol feiten over het verhaal van Meron, vergezeld door een illustratie. Als lezer geeft dat geen beleving, en gezien het verhaal van Meron een nogal ‘ver van ons bed’ scenario is, wilde ik het gebruik van woorden zo miniem mogelijk houden om de beelden het verhaal te laten vertellen. Je schrijft niet ‘Meron heeft het moeilijk’, je toont dat.

De mensensmokkelaars willen dat hij schreeuwt. Betaal je het losgeld, dan wordt de gevangene bevrijdt, maar beloon je de smokkelaars. Betaal je niet, dan sterft de gevangene.

Er heerst vaak een donkere sfeer in jouw verhalen. Zowel in ‘Kleine helden’, ‘Dubio’  als je eindwerk ‘Lucien’ maak je gebruik van skeletten. Op jouw Instagram kunnen we grafzerken bewonderen en ook in ‘Lieve larve’ heb je aandacht voor lelijkheid en verderf. Hou je van duistere (macabere) verhalen?
De thema’s die ik hanteer kunnen vaak donker zijn, maar ik vind dat mijn tekeningen dat absoluut niet uitstralen. Mensen geven vaak de opmerking dat mijn werk verrassend kleurrijk is voor zo’n lugubere thema’s, maar meestal is dat in positieve zin bedoeld.

 

Ik probeer bewust donkere sferen te vermijden, en velen vinden dat verfrissend. Het cliché dat alles over dood en verderf in donkere, sobere beelden wordt afgebeeld, ben ik een beetje beu. Dit soort thema’s moeten toegankelijker worden, alles rondom de dood duister afbeelden helpt daarbij niet. Gezien we allemaal sterfelijk zijn, is het enige wat we kunnen doen erover praten, maar dat doen we niet. We doen liever alsof de dood niet bestaat. Net zoals het verhaal van Meron, is voor velen ook dit een ‘ver van ons bed’ scenario. Zelfs tot op vandaag de dag krijg vaak de opmerking dat ik ‘nog te jong ben om aan de dood te denken’. Daar krijg ik rillingen van.

 

In dat opzicht is voor mij de Mexicaanse Dag van de Doden een heel bijzondere manifestatie. Elk jaar, op 1 en 2 november, lopen fanfares op de kerkhoven en wordt er gedanst, gefeest en gedineerd tussen de graven. Door zich kleurrijk te verkleden als de doden, er grapjes over te maken, er liedjes over te schrijven en “de dood” vertederende naampjes te geven, zorgen ze ervoor dat het fenomeen minder bedreigend wordt. Trouwens, ik vind dat, hoe meer je naar verderf kijkt, hoe meer kleuren je erin zal beginnen te zien. Het hoeft niet altijd walgelijk uitgebeeld te worden. Zwart is immers een combinatie van alle kleuren.

Het cliché dat alles over dood en verderf in donkere, sobere beelden wordt afgebeeld, ben ik een beetje beu.

Die andere kijk op de dood heb je inderdaad ook toegepast op je graphic novel ‘Lucien’, je eindwerk dat je vorige zomer voor je opleiding aan het RITCS hebt afgeleverd. Kan je ons iets meer vertellen over je eindwerk?
Voor de Master Schrijven heb ik dus een scenario geschreven voor een graphic novel. Dus heel wat anders dan ik gewend was van mijn opleiding Beeldverhaal in LUCA School of Arts, want in het RITCS werd ik puur op scenario beoordeelt, en niet op tekeningen. De titel van het eindwerk is ‘Lucien’. Het verhaal gaat als volgt: Het speelt zich af in de 19e eeuw. Lucien is een eenzaat en draagt een groot geheim met zich mee: hij kan beslissen wie leeft en wie sterft. Hij is in zekere zin de personificatie van de Dood en hij heeft het erg moeilijk om met zichzelf te kunnen leven. Wanneer hij op een dag in een stervende vrouw zijn overleden moeder ziet (die hij heeft gedood), kan hij zijn taak voor het eerst niet uitvoeren. Hij wil dit trauma niet opnieuw meemaken. De vrouw blijft in leven, maar hijzelf wordt dodelijk ziek.

 

In vele stripverhalen wordt de dood nogal cliché afgebeeld. Maar Lucien is duidelijk een atypische personificatie van de dood.
Klopt! In mijn scenario ziet hij er alles behalve dreigend uit, gewoon een lange, magere sul met flaporen en veel te grote kleren. Ik wilde bewust dat cliché beeld van de lange magere Hein vermijden.

Waarom heb je voor de naam Lucien gekozen?
Het is eigenlijk een Franse naam die verwijst naar ‘licht’. Ik wilde licht gebruiken als een soort indicatie in het verhaal. Bijvoorbeeld : wanneer Lucien op het punt staat iemand te doden beginnen zijn ogen te gloeien. Ik denk dat dat misschien wel een leuke visuele clue is voor de lezer om te weten wat er staat te gebeuren en om zo met spanningen te spelen. Ik ben er trouwens recent ook achter gekomen dat mijn oma haar tweede naam Lucienne is. Misschien zat de naam ergens al verdoken in mijn onderbewustzijn.

 

Voor het literatuurhuis Passa Porta mocht je voor #zomerVITRINEdété raamtekeningen maken. Is dit iets dat je bevallen is en verder wil blijven doen?
Daar sta ik zeker voor open, al is het elke keer ik een raamtekening maak even wennen. Het liefst van al zit ik achter mijn bureau, alleen en ongestoord. Dan kan ik zoveel fouten maken als ik wil. Bij een raamtekening heb je zeer veel interactie met voorbijgangers en wil je zo professioneel mogelijk overkomen. Zo was er bijvoorbeeld eens een vrouw aan de andere kant van het raam die erg aan het opletten was, net toen was ik bezig met een moeilijk deel van de tekening. Eenzelfde lijn moest ik drie, vier keer uitvegen en opnieuw beginnen. De vrouw verloor meteen haar interesse en keerde me de rug toe.

 

Wie is jouw grote voorbeeld in de grafische wereld?
Chris Ware
. Ik moet toegeven dat, toen ik aan mijn opleiding Beeldverhaal in LUCA School of Arts begon, ik enorm traditioneel was wat betreft strips. De experimentele graphic novels van Ware hebben een nieuwe wereld voor me geopend. Bijvoorbeeld hoe Building Stories wordt gepresenteerd als losse verhalen in een soort bouwpakket, vind ik geweldig. In Jimmy Corrigan moedigt Ware de lezer dan weer aan om in het boek te beginnen knippen. Zelf zoek ik graag een mooie balans tussen traditioneel en experimenteel.

 

Het is een beetje cliché maar het blijft toch een interessante vraag: Waar zie je jezelf binnen 10 jaar?
Tien jaar is een zeer lange periode. Om eerlijk te zijn vind ik het heel moeilijk om mezelf in te beelden als een bijna-veertiger. Misschien is het dan tijd om in m’n graf te kruipen. Maar hopelijk met een debuut op z’n minst.
Hopelijk kruip je niet te vroeg in je graf en kunnen we nog veel moois van je bewonderen. Wij hopen alvast dat je een uitgeverij zal vinden voor je prachtige eindwerk ‘Lucien’. Bedankt voor het leuke interview Rani!

Lieve Larve op Pulp deLuxe »
Profiel Rani De Prée »




Gerelateerde berichten