Het Verhoor: Cecilia Valagussa
6 oktober 2019 


Vorige zondag publiceerden we Slachtbank van Cecilia Valagussa op Pulp deLuxe naar een scenario van Ariel Macchi. Het was al haar vierde kortstrip op Pulp deLuxe dat alternatieve oorlogshelden uit de Eerste Wereldoorlog in de schijnwerpers zet. Hoog tijd dus om er meer over te weten te komen.

verhoor-cecilia

Wat moet de lezer weten over jou?
Ik ben geboren in 1989 in Lecco, Italië. Ik behaalde een Bachelor in Schone Kunsten aan NABA (Milaan, Italië) en een Master in Comics en Illustration aan de LUCA School of Arts (Brussel, België). Van 2009 tot 2013 werkte ik in Collettivo F84, zes kunstenaars die zich toeleggen op interactieve openbare kunstprojecten.

Enkele van mijn korte strips zijn gepubliceerd op VICE US, Stripburger, Kutikuti, Vite, B comics, Pulp deLuxe. In 2016 publiceerde ik twee stripverhalen: Les errances du Vaurien (Obriart éditions, Lille, Frankrijk) en P.I.G.S (Stripgilde Uitgeverij, Gent, België). Vanaf 2016 werk ik als analoog animator in Fossick Project met de zangeres Marta del Grandi. Mijn laatste graphic novel ColoreInferno, geschreven door Ariel Macchi, is in november 2018 verschenen bij Ifix edizioni (Rome, Italië). Ik woon en werk momenteel in Bologna.

 

Ik teken alles met de hand. Ik hou van mythologie en surrealistische verhalen. Ik houd dezelfde attitude aan in mijn werk als illustrator, animator en striptekenaar.

Afgelopen zondag publiceerden we je kortstrip Slachtbank dat gaat over de afslachting van de dieren in de zoo tijdens de inval van de Duitsers in 1914 en dat vanuit de ogen van de Duitse kunstschilder August Macke. Je nam voor deze strip zelfs diens schildertechniek over. Hoe zijn jullie tot dit onderwerp gekomen?
Slachtbank is een verhaal uit mijn laatste graphic novel Colore Inferno dat negen korte verhalen verzamelt, over negen kunstenaars die in de Eerste Wereldoorlog hun leven verloren: Umberto Boccioni, Franz Marc, Saki, Antonio Sant’Elia, August Macke, Henri Gaudier-Brzeska, Louis Pergaud, Mata Hari, Luciano Serra. Ik ben niet op het onderwerp gekomen. Het onderwerp kwam tot mij. De verhalen zijn geschreven door Ariel Macchi die me er in 2014 vier heeft gegeven.

 

Ik hield van het project sinds het begin omdat de verhalen kort, poëtisch en surrealistisch zijn, ook al hebben ze het over doden en oorlog. Het is een reflectie over hoe stom mensen kunnen zijn als ze met elkaar vechten, inclusief enkele van de meest intellectuele schrijvers of kunstenaars, die zich vrijwillig voor de oorlog hebben ingeschreven. Voor het schrijven van Slachtbank liet Ariel Macchi zich inspireren door het boek The Animal Gazer van Edgardo Franzosini, waarin de kunstenaar Rembrandt Bugatti de dieren in de Antwerpse dierentuin obsessief observeert en beeldhouwt, empathie voor ze vindt en zich identificeert met hun leven in gevangenschap. Hij herstelde zich nooit van de enorme slachting in de zoo die de autoriteiten genoodzaakt waren te maken, zodra de Duitsers bommen boven de Belgische stad gooiden. Ariel Macchi speelt deze dramatische gebeurtenis na door het verhaal te vertellen van August Macke, de expressionistische Duitse schilder die zich voor zijn schilderijen ook liet inspireren door de natuur en de dieren.

In stripverhalen kunnen dieren in onze taal denken en praten en worden ze allegorieën/metaforen van de menselijke conditie (zoals in mijn stripverhaal P.I.G.S.). Dat is het ongelooflijke dat het medium biedt, en dat is het ander thema dat je in deze verhalen kunt vinden.

Het is reeds je vierde kortstrip op Pulp deLuxe dat een licht werpt over een alternatieve oorlogsheld. Eerder kwamen Henri Gaudier-Brzeska, Saki en Antonio Sant’Elia al aan bod, telkens naar een scenario van Ariel Macchi. Vanwaar jullie fascinatie voor deze figuren?
Ik werd op verschillende manieren gefascineerd door alle negen kunstenaars waar ik aan moest werken. Bij de schilders was het een proces van visueel inleven in hun werk, het bestuderen van hun werken door hun kunstwerken te hertekenen en opnieuw te schilderen, door te proberen hun visie op de wereld te absorberen. Bij de schrijvers was het meer een gevoel/gemoedstoestand die ik kreeg tijdens het lezen van sommige van hun werken en dan moest ik de juiste techniek vinden om het op papier over te brengen.

 

Ik heb de verschillende schilder- en tekentechnieken bestudeerd en probeer ze te matchen met de verhalen waar ik aan werk. Voor dit project had ik de kans om het als een duidelijk statement van mijn praktijk te maken. Bovendien is Avant-garde altijd een grote inspiratiebron geweest. Ik denk dat ze nog steeds tot de top van het experiment en de vrijheid in de kunst behoren.

Je toert ook nog steeds met het Fossick Project. Kan je daar iets meer over vertellen?
Fossick Project is een audiovisueel optreden van mij en zangeres Marta Del Grandi. Het richt zich op de relatie tussen de mens en de planeet en wil een reflectie suggereren over milieukwesties en bewustwording rond dringende oorzaken. Het project startte in België in 2016 en ging een duidelijke richting uit in 2018 toen we besloten om ons te focussen op bedreigde dieren en de shows te schrijven tijdens residenties op verschillende plaatsen in de wereld.

De eerste voorstelling Long Tong Tales – A Journey into the World of Pangolins werd geschreven in Kathmandu in april 2018 en vertelt het verhaal van de schubdier, een klein bedreigd zoogdier aanwezig in Azië en Afrika. De tweede show The Great Giant Leap gaat over de kritisch bedreigde vogel Great Indian Bustard, de staatsvogel van Rajasthan, die met een geschatte populatie van minder dan 200 op het punt van uitsterven staat. Dankzij de Italiaanse ambassade in India zijn we in februari 2019 naar de woestijn van Thar, haar habitat, gegaan om het verhaal te onderzoeken en te schrijven, en de laatste zomer zijn we met de nieuwe show in Italië en België op tournee geweest.

Onze voorstellingen duren beide ongeveer 45 minuten en bestaan uit een vertelling die ik live op de overheadprojector animeren, door figuren en achtergronden te tekenen en uit te knippen, en gebruik te maken van verschillende materialen zoals zand en water. Marta schreef de muziek voor elke show, die ze samen met Ableton Live, midicontrollers, een synthesizer en live-zang, inclusief samples die tijdens de residenties zijn genomen. De muziek is alternatieve pop met verschillende invloeden en een overheersend gebruik van synthesizers. De shows zijn kindvriendelijk en plezierig voor volwassenen en kinderen van verschillende leeftijden op verschillende manieren, omdat er meerdere lagen van verhalen worden verteld. Naast de shows geven we ook kunst- en muziekworkshops over natuurbescherming en bedreigde diersoorten voor kinderen van 6-12 jaar.

 

U kunt enkele video’s bekijken op onze website.

Mis je Gent niet teveel?
Ja, ik mis Gent heel erg, maar ik ben erg blij dat ik terug ben in mijn mooie thuisland, ook al kan ik nu vrij veel reizen. Dus ik ben altijd een beetje hier en daar!

Wat mogen we in de toekomst nog verwachten van je?
Ik werk aan een aantal nieuwe boeken, een experimenteel collectief boek over Het epos van Gilgamesh en samen met Marta maak ik een kinderboek over de schubdiertjes, afkomstig van onze eerste Fossick show.

Elk jaar werk ik aan het Adottaunarnia project, dat in 2014 van start ging en het is een idee dat mijn vader had om de gemeenschap van vrienden te betrekken die een nestje kunnen huren en de honing aan het eind van het seizoen zullen krijgen. En verder ontwerp ik ook nog patronen voor textielontwerp, logo’s, illustraties voor tijdschriften en muurschilderingen. Updates zijn te volgen op mijn Facebook– en Instagram-pagina.

bio Cecilia Valagussa »
Slachtbank op Pulp deLuxe »




Gerelateerde berichten