Komende zaterdag start de elfde Biënnale van de Illustratie, Picturale. Zeven weken lang wordt Ronse het decor van tentoonstellingen, workshops en ontmoetingen rond illustratie, met werk van zowel jonge wolven als gevestigde waarden.

Op het programma staan onder meer Verhalen in de Stad, een workshop van Creatief Schrijven, een lessenreeks van de Stripgids Academie en de Picturale Promenade: een parcours langs de gevelillustraties in de stad. Op de slotdag organiseren wij een Drink & Draw, begeleid door oud-redactielid Kayo Quintens.

Centraal staat de solotentoonstelling The Grand Tour van Lisa Ottenburgh, laureaat van Picturale 2024. Haar werk was vorig jaar al te zien tijdens GRID 2025 in De Krook. Nu krijgt ze in Ronse alle ruimte voor een eigen presentatie.

Twee jaar nadat je laureaat werd op de Picturale sta je hier met een solotentoonstelling en een muurschildering. Hoe is je werk geëvolueerd sedertdien?  

Onlangs bladerde ik door mijn mappen op mijn harde schijf en werd ik opnieuw geconfronteerd met beelden van net na mijn afstuderen. Tot mijn verbazing merkte ik dat er tegelijk weinig en veel veranderd is. Waar ik eerder dacht dat het beeldverhaal pas de laatste jaren zijn intrede had gedaan in mijn praktijk, bleek dat niet te kloppen. Ik vond werk uit mijn studententijd waarin ik mijn beelden al in sequenties opdeelde.

Ik heb altijd een zekere afstand bewaard tot de inhoud van mijn tekeningen.

Toch zie ik een duidelijke verschuiving in hoe ik me tot mijn beelden verhoud. Ik heb altijd een zekere afstand bewaard tot de inhoud van mijn tekeningen. Of het nu om een opdracht of een persoonlijk project ging, ik plaatste mezelf meestal buiten beeld en registreerde vooral wat ik observeerde. Voor The Grand Tour ben ik voor het eerst expliciet vertrokken vanuit mijn persoonlijke ervaringen, zowel in tekst als in beeld. Ik heb geprobeerd op een meer emotionele manier om te gaan met historische context en complexe thema’s.

Daardoor voelen mijn tekeningen voor mij minder schreeuwerig aan. De chaotische, stuntelige personages hebben deels plaatsgemaakt voor landschappen en geïsoleerde objecten.

De Picturale zegt de link te leggen tussen illustratie en vertellen.  Na Sabien Clement ben jij de tweede stripauteur op de erelijst. Zag je ook een evolutie in richting van beeldverhalen bij de inzendingen van dit jaar? 

Het zit niet meer helemaal fris in mijn geheugen, maar bij de jonge wolven herinner ik me enkele inzendingen waarin werd geëxperimenteerd met het grid als format. Ook bij de gevestigde waarden waren er een vijftal werken die tekst en beeld expliciet combineerden.

Toch bestond de overgrote meerderheid uit illustraties voor prentenboeken of uit autonoom werk met narratieve eigenschappen, eerder dan uitgesproken beeldverhalen.

Wat mogen we verwachten van je solotentoonstelling The Grand Tour en de bijhorende graphic novel? 

Ik loop al zo’n vijf jaar rond met het idee voor een verhaal over heimwee. Het is een gemoedstoestand die mij sterk fascineert, omdat ik er zelf tijdens het reizen vaak last van heb. Tegelijk voel ik voortdurend de drang om nieuwe plekken te ontdekken. Die twee impulsen werken elkaar tegen, waardoor ik op reis soms het gevoel heb dat ik een verkeerde afslag heb genomen — alsof ik als tweedimensionaal personage in een driedimensionale wereld ben beland.

In gesprekken merkte ik dat mensen heimwee ofwel heel sterk herkennen, ofwel helemaal niet. Dat spanningsveld maakte het thema voor mij alleen maar interessanter. Al van bij het begin wist ik dat ik mezelf niet letterlijk als hoofdpersonage wilde opvoeren. Ik wilde mijn ervaringen opentrekken en vermengen met ideeën uit boeken en essays over heimwee. In een van die essays las ik dat heimwee vaak het sterkst is bij een gedwongen vertrek. Dat bracht me eerst bij migratie, maar die context lag te ver van mijn eigen beleving. Zo kwam ik uiteindelijk uit bij de achttiende-eeuwse ‘Grand Tour’.

The Grand Tour vertelt het verhaal van een jonge man die voor het eerst zijn ouderlijk huis verlaat om de toen gebruikelijke reis door Duitsland en Italië te maken. Waar de meeste jongemannen vol verwachting uitkijken naar avontuur en vrijheid, plaats ik één melancholische figuur tussen hen. Hoe mooier het landschap wordt, hoe sterker zijn verlangen naar huis groeit.

Voor het beeldverhaal baseerde ik me onder meer op de brieven van William Beckford, geschreven tijdens zijn Grand Tour in 1783. In zevenentwintig brieven beschrijft hij niet alleen zijn reiservaringen, maar ook de romantische dagdromen waarin hij voortdurend vervalt. Die historische stem vermeng ik met mijn eigen, vaak moeizame reiservaringen. Ik trok zelf enkele dagen naar Rome om er ter plekke te tekenen en het verhaal verder uit te werken.

De tentoonstelling toont drie van de zes à zeven hoofdstukken van het boek waaraan ik momenteel werk. Het zijn de enige delen die al volledig uitgewerkt zijn en ze focussen op de meer melancholische episodes van de reis. Ook de scenografie sluit nauw aan bij het reisverhaal. Ik ben benieuwd om deze beelden in een tentoonstellingscontext te zien, los van hun uiteindelijke bestemming in boekvorm.

Je maakte dit jaar ook deel uit van de jury. Waar lette je zelf het meest op? Zag je in het ingezonden werk tendensen die je verrasten?

Het klinkt misschien wat arbitrair, maar ik lette in de eerste plaats op tekenplezier en op een zekere eigenzinnigheid. Dat plezier kan zich op uiteenlopende manieren tonen: in morfende, dynamische figuren, in fantastische verhalen, in gedempte en spannende beelden, in het zoeken naar abstractie of in expressieve kleuruitbarstingen. Het werk moet bij mij het verlangen oproepen om zelf weer achter mijn tekentafel te kruipen.

Die eigenzinnigheid zoek ik vooral in wat en hoe er wordt verbeeld. Ik hou ervan wanneer een onverwacht object op een ongebruikelijke plek verschijnt, wanneer een lichaam een ongemakkelijke knik vertoont of wanneer een compositie een vreemde afsnijding krijgt. Zulke elementen dienen het verhaal niet altijd rechtstreeks, maar ze verruimen de wereld die de auteur construeert en maken die rijker. Het zijn vaak kleine, unieke details die een maker onderscheiden.

Wat me opviel bij de inzendingen, is dat er veel dubbelzinnige en soms zelfs zware thema’s aan bod kwamen. Voor een festival met kinderen als doelpubliek is dat niet vanzelfsprekend. Tegelijk vind ik het waardevol dat kinderen worden uitgedaagd om daarbij stil te staan, er samen over na te denken en bepaalde onderwerpen bespreekbaar te maken. Op die manier rekt de Picturale het begrip illustratie verder open.

Er is een muuronthulling met jouw werk en je geeft een workshop in samenwerking met Creatief Schrijven. Zijn er nog zaken waar we naar moeten uitkijken op de Picturale?

Op 21 februari, de dag van de opening, vindt het vertelfestival Verhalen in de Stad plaats op verschillende locaties in Ronse. Er zijn voorstellingen voor alle leeftijden, met een duidelijke focus op kinderen.

Ook de Picturale Promenade is zeker de moeite. Via dit parcours ontdek je niet alleen de stad Ronse, maar leer je ook de laureaten beter kennen aan de hand van een audiogids.

Naast het laureaatschap van de Picturale reisde je de afgelopen jaren door Europa voor uitwisselingsprojecten en nam je deel aan groepstentoonstellingen, waaronder GRID 2025. Wat staat er nog op je verlanglijstje voor de komende jaren?

Bekomen (lacht).

Ik hoop de komende maanden mijn boek op een rustiger tempo af te werken. Een residentie staat daarom ook hoog op mijn verlanglijst. Daarnaast ben ik dit jaar huisillustrator van OKV Magazine, een samenwerking waar ik erg naar uitkijk.

Maar eerst blijft de deur van mijn atelier even dicht. Ik wil weer wat meer tijd maken om bewust niets te doen. Want net dan ontstaan de ideeën.

 

Noteer alvast zaterdag 11 april in je agenda. Tijdens de finissage organiseert Pulp deLuxe van 14u tot 16u een Drink&Draw in CC De Ververij in Ronse.