Het lichaam vergeet zijn wonden nooit. Een trauma heeft niet alleen invloed op de geest, maar ook op het lichaam. Zelfs als er jaren zijn verstreken sinds deze wonden zijn toegebracht, scheurt de huid ergens in het lichaam terug open en herleeft de pijn.
Mensen gaan op verschillende manieren om met dit trauma. Sommigen zijn veerkrachtig en gaan de strijd aan met hun pijn. Anderen houden afstand en komen er misschien later, op een geschikter moment op terug, in de hoop dat ze door hun verhaal te delen een kans op genezing vinden.
Het boek van Mansoureh valt in de tweede categorie. De hoofdpersoon van De lijnen die mijn lichaam tekenen, de semiautobiografische graphic novel van Mansoureh Kamari, wordt al sinds haar kindertijd gediscrimineerd, kiest ervoor te zwijgen en zich in een hoekje te verschuilen, en keert na een afwezigheid van drieëntwintig jaar in haar gedachten terug naar Iran en haar verleden.
Ze zegt dat het schrijven als therapie haar heeft geholpen haar innerlijke angsten en verleden onder ogen te zien en haar zelfvertrouwen weer op te bouwen. Zij, die lange tijd terughoudend was geweest om over haar verleden en migratie-ervaringen te praten, besefte dat ze niet kon ontsnappen aan de “onzekerheid” die voortkwam uit haar Iraanse achtergrond.
Het boek begint met een naakttekening van de auteur als kunstenaarsmodel. Mansoureh zegt dat dit zelfgemaakte naaktportret voor haar gewoon een manier is om haar identiteit via de kunst opnieuw te definiëren.
Maar tegelijkertijd doet dit beeld me denken aan de moed van de Iraanse vrouw die twee jaar geleden op een universiteit in Teheran in ondergoed op straat protesteerde, en haar naaktprotest tegen de hijab vastlegde als een van de moedigste politieke acties in de hedendaagse geschiedenis van Iran.
White feminism
De Nederlandse vertaling van De lijnen die mijn lichaam tekenen verscheen begin maart, precies in de donkerste dagen van de oorlog die de Verenigde Staten en Israël tegen Iran voerden.
Veel Belgische tijdschriften en kranten publiceerden uitgebreide interviews met Mansoureh, maar de toon van veel van die artikelen is westers: een eenzijdig en selectief, neerbuigend perspectief op wat er in Iran gebeurt, waarbij de gruwelen van deze oorlog zelfs tot een paar korte woorden worden gereduceerd.
We zien de resultaten van de dagelijkse strijd tegen de verplichte hijab elke dag op de straten van Iran, waar meer en meer vrouwen zich ongesluierd in het openbaar begeven.
Het persoonlijke verhaal van Manṣoureh is in de valkuil van het white feminism getrapt. Zijzelf zegt dat het leven in ballingschap haar heeft laten zien hoezeer haar zorgen en lijden verschillen van die van anderen.
Rafia Zakaria, een Pakistaans-Amerikaanse advocate, feministische activiste, journaliste en schrijfster, heeft een boek geschreven met de titel “Against White Feminism”, waarin ze in het voorwoord schrijft: White feminists nemen deel aan demonstraties ter verdediging van burgerrechten. Ze hebben zwarte, Aziatische en gekleurde vrienden, en in sommige gevallen zijn ze zelf Aziatisch, zwart of gekleurd, maar in werkelijkheid zijn ze loyaal aan institutionele structuren en kennissystemen die als enig doel hebben de stemmen van de behoeften, prioriteiten en ervaringen van Aziatische, zwarte en gekleurde vrouwen het zwijgen op te leggen en te onderdrukken."
Uiteindelijk wordt Mansourehs persoonlijke verhaal neergezet als een vorm van slachtofferschap, een rol die resoluut uit de Iraanse vrouwenbeweging moet worden verbannen. Ook Kamari raakt in haar boek van haar stuk en begint te beven wanneer Ameli haar met een camera filmt en op haar inzoomt. Ook zij bevestigt dat deze neerbuigende blik nog steeds bestaat.
Mansoureh en ik zijn geboren in de generatie die volgde op de Iraanse revolutie van 1979. We hebben allebei te maken gehad met politieke en maatschappelijke onderdrukking, de acht jaar durende oorlog tussen Iran en Irak en een hele reeks gebeurtenissen en historische herinneringen. Een van onze gezamenlijke pleziertjes tijdens de Iraaks Iraanse oorlog was Keihan Bacheha. Dat was een kindertijdschrift dat elke dinsdag verscheen.
Maar het meest opvallende kenmerk van al die jaren is het leven in de schaduw van de islamitische Republiek geweest, evenals het verzet en de burgerlijke strijd van vrouwen en mannen die veel van hun eisen hebben weten te verwezenlijken. Dat gegeven ontbreekt totaal in het werk van Kamari, maar dat ontkennen zou onrechtvaardig zijn.
De burgerlijke strijd van het Iraanse volk tegen de islamitische Republiek heeft, ondanks wijdverbreide onderdrukking, aanzienlijke successen geboekt op het gebied van bewustwording, het omzetten van individuele rechten in publieke eisen, het vormen van onafhankelijke sociale bewegingen en nog veel meer.
Dit heeft geleid tot een toegenomen bewustzijn binnen het maatschappelijk middenveld, en de strijd is nu verschoven van hervormingen naar structurele verandering. Een concreet voorbeeld is de ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’-beweging, die het Iraanse volk schouder aan schouder heeft gelanceerd. We zien de resultaten van de dagelijkse strijd tegen de verplichte hijab elke dag op de straten van Iran, waar meer en meer vrouwen zich ongesluierd in het openbaar begeven.
Sociale klasse?
Haar verhaal komt voort uit een van de lagen van de Iraanse sociale structuur, waarin de moeder een zachtaardige en passieve rol inneemt ten opzichte van de vader, die het hoofd van het gezin is. Kamari zegt: “Dit is mijn verhaal en hoewel we niet arm waren, waren we ook niet rijk, en ik had niet alles tot mijn beschikking.”
Het patriarchaat, als universeel concept, draait in de politiek nog steeds om deze as. Mansoureh Kamari ervaart haar verleden als grijs en eentonig, en ze wijst op de strenge beperkingen en discriminatie van vrouwen in de patriarchale samenleving van Iran. Ze zegt: onderdrukking is verstikkend en verandert de manier waarop je naar de wereld kijkt.
Persoonlijke verhalen zijn middelen om identiteit vorm te geven, de werkelijkheid te begrijpen en contact te maken met anderen. Het verleden van ieder mens verdient waardering. Deze graphic novel blijft aan de oppervlakte en gaat niet dieper in op de materie, hoewel ze het terugblikken in tijd en ruimte op zeer subtiele en beeldende wijze weergeeft.
Waar Mansoureh en ik het over eens zijn, is onze bezorgdheid om ons vaderland. Met elke klap en elke wond die het wordt toegebracht, raken ook wij gewond. We genezen en gaan weer verder.
Vrouwenmoord, geweld en censuur
Verhalen als deze versterken dezelfde oude clichés. Ze spelen hun troefkaart uit, de demonisering van de ‘achterlijke islam’, ditmaal belichaamd door het Iraanse regime, als het grote zondebok en de vijand van het ‘verlichte Westen’.
Op de laatste pagina’s komen een aantal belangrijke kwesties aan bod: geweld tegen vrouwen, vrouwenmoord en censuur. Het gevaarlijke moment waarop recht, religie, traditie en de staat de handen ineen slaan om mensen te onderdrukken. Zo krijgt vrouwelijke genitale verminking, waar ter wereld die ook plaatsvindt, weliswaar een eigen karakter, maar de onderliggende structuur blijft dezelfde: structurele ongelijkheid, het stilzwijgen van de wet, de dominantie van tradities en de ontkenning van de waardigheid van vrouwen.
In België is één op de drie vrouwen het slachtoffer van geweld.
In Iran is het vermoorden van vrouwen zo diep verankerd in de wetgeving en de cultuur dat de dader soms niet eens hoeft te vluchten. Maar ook in de Verenigde Staten worden huiselijk geweld en de moorden op zwarte vrouwen en migrantenvrouwen door het rechtssysteem vaak met stilzwijgen beantwoord.
Zonder wereldwijde solidariteit kunnen we niet hopen dit geweld uit te bannen. Je kunt je niet verzetten tegen geweld tegen vrouwen en tegelijkertijd zwijgen over een oorlog die niet alleen vrouwen, maar ook mannen in geweldssituaties stort.
Zolang het patriarchaat bepaalt welke verhalen over vrouwen worden verteld, blijft de rol van de vrouw beperkt tot die van slachtoffer, en worden al haar prestaties en inspanningen genegeerd. En hier heeft Mansoureh een kans laten liggen, want met haar boek bevestigt ze de overheersende ideeën over de rol van de vrouw als slachtoffer, zonder een alternatief te bieden of zonder het mechanisme van het patriarchaat echt in vraag te stellen. Op die manier heeft Persepolis, van Marjane Satrapi, dat 25 jaar eerder verscheen, een veel grotere actuele waarde, en heeft het veel meer bijgedragen aan de emancipatie van de vrouw en het volk van Iran in het algemeen. En bovendien is het veel gelaagder dan het lieflijk getekende ‘De lijnen die mijn lichaam tekenen’, dat niet aan de gekende clichés voorbij gaat, en dat gekenmerkt wordt door vlakke personages met wie identificatie moeilijk is.
De lijnen die mijn lichaam tekenen telt 200 pagina’s en werd uitgegeven door Standaard Uitgeverij.