Het Verhoor: Kaylan Saro over Fatum Mundi
7 februari 2024 


In 2022 won hij al de Plastieken Plunk met Elke Dag Goelag. Nu heeft Kaylan Saro eindelijk zijn debuut op zak. Fatum Mundi is een 192 paginalange associatieve rollercoaster, uitgegeven bij Bries. Genoeg redenen om met hem samen te zitten voor een kort maar krachtig gesprek.

door Lisa Van der Auwera

verhoor-kaylan2

Proficiat met je debuut, Kaylan. Je bent in 2022 afgestudeerd aan LUCA School of Arts. Het is ondertussen bij veel van je mede alumni de traditie geworden om hun afstudeerproject uit te geven, maar dat was hier niet het geval.

Inderdaad, Fatum Mundi is eigenlijk ontstaan als een soort van tussenproject naast mijn masterproef. Ik had me namelijk opgelegd elke dag één pagina te tekenen, zonder al te veel inhoudelijke verplichtingen. Het mocht voortvloeien in van alles, met als enige restricties het materiaal (zwart-wit in potlood), het raster (negen prentjes) en het feit dat elke nieuwe pagina moest volgen op de vorige.

Doorheen de menselijke geschiedenis zijn pipi en kaka de leidraad geweest.

Herhaling  en associaties fascineren je al langer. Elke Dag Goelag gaat bijvoorbeeld over ‘de routineuze sleur van het menselijke bestaan’.

Die fascinatie is eigenlijk ontstaan gedurende mijn laatste bachelorjaar, tijdens het lezen van De Mythe van Sisyphus door Albert Camus. Het is op dit verhaal dat ik eigenlijk verder ben beginnen werken. Het absurde van de routine, de associaties die blijven doorgaan in een herhaling, waarbij elke bladzijde een voortzetting is op de vorige.

Een passende titel ook. Fatum Mundi is Latijns voor ‘lot van de wereld’.

Ik zocht een titel die voor niet Nederlandstalige lezers goed in de oren zou klinken. Bovendien sluit het aan bij het intuïtieve karakter van het boek.

 

Op een eerdere Instagram post vertelde je dat er geen duidelijke verhaallijn inzit. Het gaat over alles en niets. Toch zag ik een paar terugkerende elementen, zoals de man in het bed die slapeloos naar de 00.00u op zijn wekker staart.

Ondanks de vrije associaties, wou ik er wel een paar rode draden insteken die de illusie van een narratief opwekken. De slapeloze man, bijvoorbeeld, vond ik al meteen een interessant personage. Ik kreeg vervolgens de goesting om, om de zoveel tijd, enkele pagina’s aan hem te wijden. Zulke patronen creëren uit zichzelf een vertelling die op verschillende manieren te interpreteren valt. Voor sommige lezers lijkt alles zich misschien in het hoofd van deze man af te spelen, maar dat is niet per se de bedoeling.

Voor mij las het bijna als een fever dream.

Die invulling zou ook niet misstaan.

Moesten er voor de uiteindelijke publicatie hiaten worden opgevuld? Ik kan me voorstellen dat, wanneer je bestaande pagina’s met elkaar wil verbinden, je in zekere zin de associatie moet controleren.

Het gehele boek is chronologisch getekend. Toen ik bij Bries mijn eindwerk kwam tonen, viel Ria (Bries) haar oog meteen op deze tekeningen. Aan mijn masterproef was nog veel werk, maar dit project was in principe nagenoeg klaar voor publicatie. Ik herinner mij dus niet dat ik nadien nog veel pagina’s heb moeten toevoegen. Er is ook nooit echt sprake van een eindpunt geweest, daarom dat het verhaal zo intuïtief is ontstaan.

 

Merkte je een zekere evolutie doorheen de maanden?

In het begin dacht ik nog heel veel in vormelijke associaties. Doorheen de helft van het boek kreeg ik echter toch de neiging om er korte verhaaltjes in te steken. Het was op dit punt dat ik begon na te denken over een structuur.

Het was anders ook wel interessant geweest te onderzoeken hoe je dit intuïtieve karakter behoudt als je al weet waar je naartoe gaat.

Ik vrees dat het effect dan een beetje verloren zou gaan.

De meeste pagina’s zijn netjes opgedeeld in negen prentjes. Sommigen bestaan echter uit één grote compositie. Hoe begin je aan een bladzijde? Linksboven en dan zien waar het potlood jou brengt? Of heb je toch op voorhand een overkoepelend beeld in je hoofd die je vervolgens uitwerkt.

Wanneer een pagina echt niet lukte, had ik soms gewoon zin om alles – horror vacui gewijs – vol te kribbelen, vaak een beetje op het agressieve af.

Maar toch blijft het leesbaar.

Ik maakte me er op het einde van het verhaal wel zorgen over, of het allemaal niet te gewelddadig overkwam (lacht). Blijkbaar weet ik altijd wel op tijd te stoppen.

Op het einde van de rit zit je met een hoop vrije associaties die in een boekvorm moeten worden gegoten, een drager dat plots niet zo vrijblijvend meer is. Waren er momenten waarop je dacht aan het incorporeren van verhaaltechnische elementen zoals ritme, rustpauzes, etc. …

Ik heb dit wel degelijk een paar keer met één van mijn docenten, Lukas Verstraete, besproken. Hij wees er mij op dat er af en toe wel een rustpauze in moest zitten. Het was op dit moment dat ik er meer over begon na te denken. Ze zitten er wel degelijk in, zij het vaak heel kortstondig.

Het boek is, vind ik, ook heel grappig en vooral een beetje obsceen. Lig je zelf vaak plat bij het tekenen van bepaalde taferelen?

Ik denk daar eigenlijk niet zo hard over na. Ik begin gewoon te tekenen en meestal komt er iets grappigs uit. Die vunzige humor is altijd een beetje op de grens. Maar voor mezelf gaat het altijd net niet te ver. Ik was tijdens het tekenen veel oude Nero strips aan het lezen, waarin bijna alle personages nog echte karikaturen zijn. Wanneer je puur op basis van associaties werkt, sluipt zulk een beeldtaal er natuurlijk wel in.

 

Je spreekt over Nero. Heeft de traditionele strip een grote invloed op jou?

Eigenlijk niet zo fel. Op dat moment had ik juist een project samen met Thomas Janssens en Mo Bourgeois in opdracht van het STAM in Gent. Het gehele boek kan eigenlijk gezien worden als een dagboek van die periode.

Het past allemaal natuurlijk bij de metafoor van een droom. Zaken die je die dag toevallig bent tegengekomen, komen dan plots op de meest absurde wijze naar boven. Vele panels doen ook een beetje denken aan de Amerikaanse Rubber Hose animaties uit de jaren dertig. Mijn partner moest meteen denken aan het spel ‘Cuphead’. Is dit iets waar je zelf fan van bent?

Grappig dat je dit opmerkt want je bent niet de eerste die dit zegt. Ikzelf ken het spel niet, maar die oude animatiefilmpjes zullen waarschijnlijk toch onbewust een invloed gehad hebben.

Het typische van zulke cartoons is dat er echt gespeeld werd met de logica der dingen.

Het idee dat alles kan!

 

De humor ligt zowel daar als bij jou in de visuele slapstick. In een vorig interview op Pulp deLuxe heb je al eens laten vallen dat tekst voor jou wat moeilijk ligt.

Ik denk dat ik toen voornamelijk zinspeelde op het verzinnen van een strak verhaal. Het is wel zo dat het schrijven van een goede tekst in het algemeen voor mij minder vlot komt dan tekenen. Het hielp wel dat dat ik voor dit boek niet moest nadenken over dialogen.

Er is af en toe wel tekst te vinden in de vorm van kleine aantekeningen.

Dat zijn kleine notities die we er bewust in hebben gelaten.

Ik citeer: “Deze pagina gaf me zo weinig inspiratie dat ik zes maanden gestopt ben. Klote Boot”

Dat was één pagina waarbij ik het allemaal echt even beu was! Dit was duidelijk meer naar het einde toe.

 

Mijn persoonlijk favoriet stukje is wanneer op het einde Mozes per ongeluk een walvis in twee splijt. Ook God krijgt een kleine rol. Vormen de aloude verhalen een grote inspiratiebron?

Geschiedenis en de mythes van weleer zijn beide zaken die me nog steeds mateloos interesseren. Er zit een zekere simpliciteit in de structuur van oude fabels en legendes, wat ervoor zorgt dat ze heel vlot leesbaar zijn. Bovendien geven ze ons inzicht naar de manier hoe mensen vroeger over de wereld dachten.

Het is interessant te zien hoe deze verhalen de dag van vandaag nog steeds relevant zijn. In een eerder interview noemde je uw eigen humor kaka pipi humor. Eigenlijk is dat ook iets van alle tijden.

Ik weet niet of je het verhaal van De Gouden Ezel kent? Dat is een mythe uit de Romeinse Tijd over een man die in een ezel verandert. Soms lijkt het ondenkbaar dat mensen toen al de nood voelden om zulke onnozelheden neer te schrijven. Doorheen de menselijke geschiedenis zijn pipi en kaka de leidraad geweest.

 

Tot 11/02/2024 loopt nog de expo Fatum Mundi in de Bries Space, Stenenbrug 15, 2140 Borgerhout.

Fatum Mundi telt 192 pagina’s en werd uitgegeven door Bries.

Bestel Fatum Mundi »
Profiel Kaylan Saro »







Gerelateerde berichten





More Story

Pulp deLuxe's Drink&Draws in Trefpunt

Na een proefreeks in het voorjaar zijn onze Drink&Draws, in samenwerking met Trefpunt vzw, terug. Deze keer kamperen...