Grensgebied: Rebecca van Bockel & Bert Potvliege
26 mei 2019 


Begin dit jaar vroeg fotograaf Bert Potvliege (die al te gast was bij onze vrienden van Relaas) ons om een tekenaar te leveren voor een groepsexpo in het Eco-Centrum in Gent. Wij brachten hem in contact met de in Gent wonende jonge Nederlandse tekenares Rebecca van Bockel die er een wel heel bijzondere fascinatie voor seriemoordenaars aan overhoudt. Samen hebben ze nu een duo-expo in het Eco-Centrum in Gent over seriemoordenaars en naaktfotografie die nog tot eind deze maand loopt. Een goed excuus om beide eens aan de tand te voelen in een nieuwe Grensgebied-aflevering.

1. Rebecca van Bockel

 

Stel jezelf voor.
Hallo, ik ben Rebecca en ik maak dingen.

Ik wil dat mensen naar mijn portretten kijken en dan zeggen dat er iets niet helemaal klopt.

Vanwaar je keuze om portretten van seriemoordenaars te maken?
Goh, dat is begonnen bij de film My Friend Dahmer (verfilming van de gelijknamige graphic novel van Derf Backderf, n.v.d.r). Ik was zo onder de indruk van het personage van Jeffrey Dahmer dat het gegroeid is tot een fascinatie. Van daaruit begon ik verschillende seriemoordenaars te schilderen. Mensen verwarren mijn fascinatie wel eens met een soort van admiratie. Dat is niet zo. Voor mij is het schilderen van deze portretten een manier om in hun psyche te duiken en dan het gestoorde of abnormale proberen boven te halen. Dat gevoel van ongemak te laten sluipen in het gezicht. Ik wil dat mensen naar mijn portretten kijken en dan zeggen dat er iets niet helemaal klopt, dat de expressies onder de huid kruipen. Dat ze zich afvragen “wie is deze persoon, en wat heeft die uitgespookt?”.

Het valt op dat je je ver weggehouden hebt van psychopaten uit eigen land. Was dat een bewuste keuze?
Eerst niet, maar toen ik meer onderzoek deed naar diverse soorten moordenaars heb ik ze wel achterwege gelaten. Ik vind hun acties te dichtbij komen. Bij de mensen die ik heb afgebeeld kan ik nog een zekere afstand creëren.

Vanwaar haal je doorgaans je inspiratie voor je werk vandaan?
Uit extremen. Extremen in emoties, acties, personages en gebeurtenissen. Zaken die de realiteit overstijgen. Daarnaast is muziek heel erg belangrijk voor me. Als ik aan het brainstormen ben voor een verhaal dan maak ik daar een afspeellijst bij op Spotify. Dan kan ik me makkelijk scenes verbeelden in mijn hoofd op het ritme en de sfeer van de muziek.

Met wat ben je nog zoal bezig en/of wat mogen we nog van je verwachten in de toekomst?
Op dit moment heb ik de focus gelegd op het maken van strips. Ik ben bijna klaar met mijn eerste kortverhaal: Blauwplekje. Daarnaast heb ik nog een idee voor een zine en denk ik nog meer portretten te maken. Niet van seriemoordenaars maar van mensen die ik persoonlijk ken.

2. Bert Potvliege

 

Vertel eens, wie ben je en wat doe je?
Mijn naam is Bert Potvliege. Ik ben een kunstenaar die zich begeeft op het financieel wankel pad van artistieke fotografie. Twee jaar geleden werd ik zelfstandig fotograaf in bijberoep, wegens een aantal redenen. De voornaamste was waarschijnlijk de drang om mijn creativiteit beroepsmatig te botvieren. Ik was tot op dat punt eenvoudigweg ongelukkig in mijn loopbaan. Ik voelde me gevangen, als ik het zo sentimenteel mag omschrijven. Dus het was een mooie stap om zetten. In het zelfstandig aan de slag zijn werd ik heel snel aangetrokken tot artistiek uitdagende projecten. Dus ik ben me beginnen storten als een gek op al wat op mijn pad kwam. Ik denk dat ik zo al kunstenaar was vooraleer ik het doorhad. Ik was ook een tijdlang vies van het woord, maar nu niet meer.

Er is een bijzonder aandoenlijke intimiteit tussen een fotograaf en model, die vervliegt zodra de shoot erop zit.

In de expo krijgen we een serie naaktportretten te zien. Waarom heb je voor dat onderwerp gekozen?
Vreemd genoeg was dit het meest eenvoudige onderwerp dat ik de afgelopen jaren onderzocht. Elk project moet een uitdaging in zich houden en me buiten mijn comfort zone slepen. Ik vertrek altijd vanuit de vraag: “Wat gaat er met me gebeuren wanneer ik me in die positie zet?”. Naaktfotografie stond al enige tijd op mijn verlanglijst, want ik was nieuwsgierig naar hoe ik zou kijken naar naakt, hoe ik zou omspringen met de intimiteit ervan, hoe mijn houding tegenover een model zou zijn en hoe dit zich zou vertalen in beelden.

Wat was jouw grootste uitdaging in dit project?
Geen eenvoudige vraag. Ik denk dat het moeilijkste aspect het correct leren interpreteren van mijn gevoelens was. Zo herinner ik me een verdrietig gevoel na het afronden van mijn allereerste naaktshoot. Het duurt enkele dagen vooraleer ik ontdekte wat dit betekende. Er is een bijzonder aandoenlijke intimiteit tussen een fotograaf en model, die vervliegt zodra de shoot erop zit.Het model is plots geen model meer, niet langer een geschenk voor mij, maar terug een mens. Wat uiteraard ook zo hoort, maar er was een gemis. Vandaar het verdriet. Dat vertaalde zich uiteindelijk in een bitterzoete zorgzaamheid voor de modellen en hoe ik ze afbeeldde. Dat was dan ook het antwoord op die vraag wat er met me ging gebeuren wanneer ik dit zou doen: de beelden zijn noch seksueel, noch een biologische studie van het lichaam, maar een tedere, zorgzame blik van een vaderfiguur die zich verantwoordelijk voelt voor zijn modellen. En dat lijkt me een goeie houding als naaktfotograaf. Maar dat verdriet na die eerste shoot ga ik nooit vergeten.

Waar haal je je inspiratie vandaan?
Verwondering is heel belangrijk. Daarom ben ik ook zo jaloers op peuters – ze dragen verwondering over de wereld nog als een centrale emotie, maar dat verdwijnt naar de achtergrond bij het opgroeien. Ik probeer dat terug wat centraler te zetten in mijn leven, wat niet gemakkelijk is. Masochisme is ook verschrikkelijk belangrijk voor mijn inspiratie. Misschien leert elke kunstenaar bij het ouder worden dat je geen intense emoties moet doorworstelen om te kunnen creëren, maar ik wil me daar toch voor een vrij lange periode aan overgeven, gewoon omdat het me boeit, omdat ik mag. Niemand kan me dat verbieden. Ik voel me sterk geïnspireerd door onderwerpen die me kwetsen, die me in een onwennige positie plaatsen, die me doen reflecteren over hoe ik in elkaar zit, die me lessen leren en me doen groeien. Het draagt bij aan je persoonlijke ontwikkeling, aan het authentieker worden. Daarom ben ik zo dankbaar voor het ervaren van verdriet bij naaktfotografie, want het leert me iets over mezelf.

Heb je nog meer projecten waar je momenteel bezig mee bent ?
Hier kan ik uren over praten. 2019 wordt volledig opgesoupeerd door twee grote projecten, die als dag en nacht verschillen. Het ene is een sociaal geëngageerd project over psychisch kwetsbaren in Ledeberg. Vanuit de hulpverleningsorganisaties loopt er een project waarbij men hulpbehoevenden hechter wil laten samenleven met de buurtbewoners. Ik observeer gedurende zes maand dit hele proces, waarbij ik vooral mijn eigen weg zoek. Het bracht me al bij kwetsbare jongeren, drugsverslaafden, daklozen, de allochtone gemeenschap, vereenzaamde ouderen… Ik had nog nooit een project met een politieke dimensie gedaan. Boeiend, want het sleurt me uit mijn comfort zone. In augustus volgt er een tentoonstelling. Het andere project is mijn moeilijkste en meest persoonlijke werk ooit. Ik ben mezelf gaan confronteren met mijn jeugdliefde, die een onuitwisbare indruk naliet op mij maar ondertussen al 17 jaar uit mijn leven is verdwenen.  Ik was benieuwd wat de confrontatie met me ging doen. Dus ik zocht ze op. Gedurende drie maand heb ik haar en haar gezin gefotografeerd. De shoots zitten er nog maar sinds kort op. Het bleek een heel brutale, maar enorm rijke ervaring te zijn, die voor ons beiden heel onwennig was. Nu ga ik er een maand afstand van nemen, om daarna uit de meer dan 10.000 beelden de essentie te puren, het verhaal en de poëzie te vinden. Een presentatie volgt waarschijnlijk pas in 2020.

De duo-expo loopt nog tot 4 juni in het Eco-Centrum in Gent, dus snel zijn is de boodschap. Meer info vind je op https://www.facebook.com/events/434554170637083/.




Gerelateerde berichten