Het Verhoor: Ben Gijsemans over Aaron
27 september 2020 


Ben Gijsemans mocht bij de reboot van Pulp deLuxe in 2013 voor het eerst zijn visitekaartje afgeven met het eerste hoofdstuk van Hubert. Een jaar later verscheen zijn debuutalbum dat vervolgens onder de prijzen bedolven werd. Een tweede boek liet vervolgens op zich wachten tot deze maand Aaron het levenslicht zag. Met Aaron leverde hij een stevige graphic novel met een gevoelig thema en terug een zwijgzaam hoofdpersonage.

door Bruno Willaert.

verhoor-ben2

Wat moet de lezer nog weten over jou?
Goh, over mij persoonlijk moet niets geweten zijn, denk ik. Ik heb liever dat men zich in mijn werk interesseert dan in mezelf. Mijn eerste boek is Hubert en mijn tweede boek Aaron, ligt nu ook in de winkels. Maar alhoewel ik boeken maak, heb ik animatiefilm gestudeerd. Ik lees in de eerste plaats graag non-fictie, hou van schilderkunst en kijk graag film.

Net als in je vorig boek staat er terug een personage centraal waarbij wat niet gezegd wordt belangrijker is dan wat er wel gezegd wordt. Observeer jij graag ongemakkelijke momenten?
Ik observeer graag de mens in het algemeen. We zijn complexe, leugenachtige, gekunstelde en ondoorzichtige dieren en bijgevolg het observeren waard. In de “ongemakkelijke momenten” – waar je naar vraagt – maken we onszelf kenbaar. Wanneer je de mens echt wil leren kennen, moet je eigenlijk niet naar hem luisteren, maar kijken naar wat hij doet. Het mensbeeld van de mens is namelijk niet de mens, dus zijn woorden zijn vaak misleidend. Ik wil zijn façade niet in beeld brengen, maar juist wat er achter schuilt.

 

Je kan het vroeg in het verhaal al weten, maar dé twist in het verhaal (*spoiler alert*) is dat je geleidelijk aan samen met Aaron zijn pedofiele geaardheid ontdekt. Hoe kwam je bij dit onderwerp terecht?
De trilogie die ik voor ogen had zou over worstelende personages gaan – figuurlijk, welteverstaan – die een escapistische uitlaatklep nodig hebben om aan het dagelijks leven te kunnen ontsnappen, aangezien ze zich er moeilijk mee kunnen “verbinden”. Dit idee vormde dus, aan de basis, het uitgangspunt.

Wanneer je de mens echt wil leren kennen, moet je eigenlijk niet naar hem luisteren, maar kijken naar wat hij doet.

Het hoofdpersonage Aaron is in de uitwerking van dit concept een pedofiel geworden, maar het boek gaat in essentie niet over pedofilie. Zo is het alleszins niet geschreven. Vandaar dat je het woordje “pedofilie” ook niet zal terugvinden in de inhoudsbeschrijving op de achterkant van het boek. Eigenlijk is het boek het resultaat van veel dingen. Ik startte bijvoorbeeld ook met het idee dat ik een boek wou maken over iemand die naar iets verlangt, maar wat hij verlangt zou hem kapotmaken. Enkel mijn focus op een “innerlijke worsteling” vormde een rode draad in het gedachteproces dat het boek voorafging. Het hoofdpersonage had met andere woorden evengoed een alcoholist, een seksverslaafde, enzovoort kunnen zijn. Hij werd echter een pedofiel omdat ik een documentaire over een pedofiel zag en onder de indruk was van de omvang van zijn worsteling. Waar je bij een alcoholist of een seksverslaafde nog oplossingen kan bedenken, ligt dit bij een pedofiel anders.

 

Het boek is in de eerste plaats een onderzoek. Ik hou van kunst en heb bijgevolg een hekel aan propaganda. Ik probeerde bij het schrijven geen ideeën te verkopen, maar inzicht te verkrijgen. Ik neem dus geen standpunt in, ook al zullen sommigen dit anders bekijken. Dit wil zeggen dat ik probeer om mijn personages zo eerlijk mogelijk in beeld te brengen, met inbegrip van alles wat er aan hun kleeft en wat er rondom hun bevindt. Tijdens het schrijven van het boek ontdekte ik pas hoe diep de worsteling van mijn personage kon gaan. Hij voelt zich zodanig onbegrepen, dat hij zichzelf niet wenst te begrijpen, een proces van het personage dat de hele tijd tussen het bewuste en onbewuste schommelt. Wat ik in de inhoudsbeschrijving schreef, lijkt de worsteling goed samen te vatten. Hij ontdekt wat hij ontkent en ontkent wat hij ontdekt.

Dit boek is dus een onderzoek. Maar het is, voor alle duidelijkheid, geen persoonlijk verhaal. Ik ben zelf geen pedofiel en ken geen pedofielen. Ik ken echter wel veel mensen die zichzelf een zelfbeeld voorliegen en daarmee worstelen. Ik las in een review over Aaron de volgende zin: “De gevoelens die Aaron heeft, mogen dan niet voor iedereen herkenbaar zijn, zijn worsteling ermee is dat des te meer.”.

De erg strakke bladschikking van het hoofdverhaal staat in schril contrast met die van de intermezzo’s met fictieve eendimensionale superhelden waarin Aaron wegvlucht.
Wanneer ik een boek maak, ben ik in de eerste plaats op zoek naar een leeservaring. Ik wil geen verhaal voorschotelen dat de lezer passief zou kunnen ondergaan, maar ik wil een interactie tussen het boek en de lezer tot stand brengen.

 

Voor het hoofdverhaal heb ik voor een “strakke bladschikking” gekozen omdat ik Aaron zo “eerlijk” mogelijk in beeld wou brengen. Alles speelt zich af in hetzelfde kadertje. Ik maak zodoende geen gebruik van een dynamische lay-out waarmee je de lezer gaat “sturen”. Je kan er als auteur niet volledig omheen, maar ik probeer zo min mogelijk een manipulator te zijn. De problematiek van Aaron en zijn omgeving bestaan en ik wou deze dan ook tonen zoals die is, door zo weinig mogelijk te suggereren of interpretaties op te dringen. De lezer is bijgevolg vrij om zijn eigen visie er op los te laten. Ik vraag hierdoor wel een actieve leeshouding van de lezer, want de drama bevindt zich, naargelang hoe je het wilt verwoorden, achter de prenten, tussen de prenten of in het hoofd van de personages, net zoals dit ook bij mijn eerste boek Hubert het geval is. Je zal het ondertussen wel doorhebben, maar het boek leest niet zoals een traditionele strip, die een verhaal vertelt door van de ene actie naar de andere te gaan. The Herald vatte het (in een review over Hubert) als volgt samen: “It is a graphic novel that rewards those who take their time. It is a book that asks you to look closely.”

 

Ook de superheldenverhalen, die sporadisch verschijnen, hebben met deze leeservaring te maken. De reden waarom Aaron in dergelijke strips wegvlucht of kan wegvluchten, heeft juist met deze verschillen tussen het echte leven en die van de traditionele strip te maken. Daarom dat ik de lezer dit verschil wou laten ervaren. Traditionele strips nemen je brein over, ze nemen je mee op een avontuur waarin je niet voor jezelf moet denken. Ook de lezer, die delen van Aaron zijn superheldenstrips kan meelezen, kan hiervan gebruikmaken. Je kan samen met Aaron even “op adem komen”, wat de wisselwerking tussen Aaron en de lezer tevens ten goede komt. Zoals je zelf in je vorige vraag zei, ontdek/beleef/ervaar je alles samen mét Aaron.

Je vorige boek Hubert dateert al van 2014. Waarom heeft dit boek zolang op zich laten wachten?
De eerste versie van het scenario was in 2014 al geschreven, maar de grafische uitwerking was een hele boterham. Aangezien ik deze een zekere graad van realisme wou geven, werd datzelfde realisme ook mijn grootste criticus. Het zorgde ervoor dat ik iedere pagina bijschaafde totdat het resultaat werd wat het nu is geworden. Het was een heel arbeidsintensief proces. Toen Hubert klaar was, dacht ik bij mezelf: “Bon, wat nu? Waarmee ga ik me nu bezig houden?” Hubert opende zoveel deuren, dat ik het een goed idee vond om opnieuw een boek te maken.

Aangezien ik toen nog maar 25 jaar oud was, leek het mij het perfecte moment om nog een arbeidsintensief project te starten. Ik had geen externe verplichtingen en kon met weinig geld rondkomen. Het werd uiteindelijk arbeidsintensiever dan ik vooraf ingeschat had, maar ik heb kunnen doen wat ik zeker nog wou doen en waarvoor ik in de toekomst misschien niet meer de energie noch de zin voor zal vinden.

Wat mogen we nog verwachten van je in de toekomst?
Ik ben momenteel bezig aan het schrijven van nieuw materiaal. Hierbij werk ik ook aan een nieuwe schrijf- en tekenstijl die er zeker voor zal zorgen dat het werkproces sneller en efficiënter zal verlopen dan bij mijn twee vorige boeken. Ik denk dat ik een nieuw boek ga maken, dat er met de juiste financiële middelen er al snel zou kunnen aankomen. Maar natuurlijk valt dit allemaal nog af te wachten. Ik ben namelijk geen 25 meer (ondertussen zelfs al een prille dertiger) en heb de tijd van snelle maaltijden en goedkoop logement achter me gelaten. Alles moet anders nu.

Profiel Ben Gijsemans »
Aaron bij Oogachtend »




Gerelateerde berichten