Beeldverhalen in het onderwijs? Het kwam nog niet eerder aan bod op Pulp deLuxe, al dook onze GRID-expo al eens op bij @VoorBeeldlezers. Met datzelfde account brengt Gino Bombeke daar deze week verandering in. Geen theorie, wel concrete insteken waar je als leraar meteen mee aan de slag kan.
(foto copyright WieBa Photography)
Waar is @VoorBeeldlezers begonnen: in de klas of vanuit een persoonlijke fascinatie voor strips?
Veel mensen in mijn omgeving weten dat ik enorm van beeldverhalen houd. Ik werk als opleider en begeleider van leraren en krijg vaak de vraag welke titels boeiend zijn om aan leerlingen aan te bieden. Daarom ben ik het account gestart.
Veel leraren geven immers aan dat ze niet goed weten wat er op de markt is. Met @VoorBeeldlezers wil ik een eerste verkenning bieden van zowel recente titels als klassiekers die in de rekken liggen. Het account probeert niet alleen nieuwe verhalen te signaleren, maar ook telkens aan te geven wat je ermee kan doen in de klas. Niet om belerend te zijn, maar om te tonen dat er heel wat verschillende manieren zijn om met dit medium aan de slag te gaan.
@VoorBeeldlezers bestaat nu een achttal maanden en blijft groeien. Geregeld krijg ik suggesties doorgestuurd, en daar probeer ik rekening mee te houden. Binnenkort wil ik ook af en toe een maker of leraar om een concrete suggestie vragen. Ik vind het belangrijk dat er zo veel mogelijk invalshoeken aan bod komen.
Wat maakt een strip volgens jou geschikt, of net ongeschikt, voor gebruik in het onderwijs?
Het belang van tekstselectie in het onderwijs kan volgens mij niet overschat worden. Er zijn voor mij geen vaste criteria om een boek, gedicht of kortfilm te selecteren of uit te sluiten. Belangrijk is wat je ermee wil doen in de klas en welke leerlingen er voor je zitten. Dat is met strips en graphic novels niet anders.
Steeds meer stemmen pleiten ervoor om volledige teksten te lezen in de klas, en niet enkel fragmenten. Zo zijn er – ook op jullie site – heel wat boeiende korte verhalen om mee aan de slag te gaan. @VoorBeeldlezers is daarom heel bescheiden bedoeld: wat werkt voor de ene groep, werkt niet noodzakelijk voor een andere.
Wat we vandaag zien in het secundair onderwijs, is dat beeldverhalen vooral in taalvakken aan bod komen, terwijl ze ook veel mogelijkheden bieden voor geschiedenis, PAV of MAVO, maatschappelijke vakken en zelfs wetenschappen. Omdat een tekenaar context moet meegeven, worden veel details visueel uitgewerkt. Net als bij zakelijke teksten ondersteunen die beelden de inhoud, wat kan leiden tot een beter tekstbegrip.
Wat werkt voor de ene groep, werkt niet noodzakelijk voor een andere.
Tot slot lenen beeldverhalen zich uitstekend voor creatieve opdrachten. In Leuven was ik samen met Kurt Snoekx co-curator van de expo Halfweg bij het nieuwe boek van Jeroen Janssen. Een opmerking die we daar vaak hoorden, was: “Door dit werk heb ik echt zin om zelf aan de slag te gaan.” Leerlingen een beeldverhaal laten maken – en dat kan heel kort zijn – dwingt hen na te denken over wat belangrijk is en hoe ze die informatie overbrengen. Omdat tekenen trager gaat dan typen, vertraagt het proces automatisch en denken ze bewuster na over de inhoud van wat ze maken.
De lestips zijn opvallend concreet. Ontstaan die vanuit het boek zelf, of vanuit wat je in een klas wil laten gebeuren?
Als je kijkt naar hoe strips en graphic novels vandaag in de klas gebruikt worden, valt op dat leerlingen vaak dezelfde opdrachten en vragen krijgen als bij romans. Daar is op zich niets mis mee, maar zo speel je minder in op wat specifiek is aan het medium. De lestips proberen daarom een breed gamma aan vragen en invalshoeken aan te reiken.
Sommige titels lenen zich om in te gaan op de relatie tussen kleurgebruik en thema.
Andere vragen een inhoudelijke uitdieping, en weer andere spelen met de conventies van het medium of brengen een hommage of parodie op bekende auteurs of klassiekers. Zoals je merkt, wil ik zowel de inhoud verkennen als suggesties geven om leerlingen bewust te laten kijken naar visuele elementen.
Al deze facetten vormen een rijke manier om met strips te werken. Ze verruimen de mogelijkheden en dragen bij aan een bredere invulling van geletterdheid.
Beeldverhalen horen niet alleen thuis in taalvakken.
In dat opzicht vind ik woordloze stripverhalen bijzonder interessant: ze bieden heel wat kansen om te onderzoeken hoe je zonder expliciete uitleg toch een emotie, sfeer of boodschap kan overbrengen. Bovendien hebben deze verhalen het voordeel dat ze taalonafhankelijk zijn.
In posts zoals die over Penelope zoom je sterk in op één aspect, zoals kleur of emotie. Kies je bewust één invalshoek per boek?
Niet bewust. Tijdens het lezen noteer ik telkens een aantal zaken die me opvallen in de manier waarop het verhaal wordt gebracht. Dat kunnen inhoudelijke elementen zijn (welke machtsverhoudingen zitten in het boek, welke positie neemt de maker in, wat voegt het verhaal toe aan een maatschappelijk debat), maar ook vormelijke (hoe wordt kleur gebruikt, hoe zit de decoupage in elkaar, wat voegen splash pages toe, is er een structuur in de pagina-opbouw…).
De suggesties bij @VoorBeeldlezers blijven bewust vrij algemeen. Leraren kunnen ze zo vertalen naar hun eigen doelpubliek of de transfer maken naar andere titels waarmee ze al werken. Soms kies ik er wel bewust voor om een auteur of titel in de kijker te zetten om een bepaald genre te belichten: graphic journalism, graphic medicine, graphic memoir, historische portretten of reportages, bewerkingen van klassiekers… Ik geloof sterk dat dit waardevolle invalshoeken zijn om leerlingen mee te laten werken.
Via @VoorBeeldlezers werk ik ook mee aan de leeslijst van Stichting Marc Sleen. Voor die geselecteerde titels maak ik uitgebreidere lesbrieven, met opdrachten voor, tijdens en na het lezen. Zo duiken leerlingen echt de diepte in bij één verhaal.
Je maakt niet alleen de lesbrieven, maar bent ook co-voorzitter van de jurybespreking rond de leeslijst van de Strichting Marc Sleen. Wat weegt daar het zwaarst door: literaire kwaliteit, thematiek of bruikbaarheid in de klas? En botst dat soms?
Met de leeslijst selecteren we jaarlijks twee titels voor -16 en twee titels voor +16. De boeken die op de shortlist komen, zijn sowieso van hoge kwaliteit. Dat kunnen meer literaire verhalen zijn, maar ook populaire titels krijgen een plaats.
Wat in de – soms behoorlijk stevige – discussies de doorslag geeft, is uiteindelijk altijd de klaspraktijk. We willen met de leeslijst van de Stichting Marc Sleen geen tweede Bronzen Adhemar worden. Onze hoofdbedoeling blijft een lijst samenstellen die vertrekt vanuit een zo concreet mogelijke link met de klas.
Daarom bestaat de jury uit leraren uit verschillende finaliteiten en graden: mensen die bijzonder gedreven zijn, een groot hart hebben voor strips én er actief mee werken in de klas.
De lijst kun je raadplegen via deze link.
Tot 13 mei kan je in Bib Leuven (Expo Tweebronnen) nog de expo Halfweg bezoeken, georganiseerd door Beeld Beeld en @VoorBeeldlezers