Met Halfweg trekt stripmaker Jeroen Janssen opnieuw naar de plekken en mensen die vaak buiten beeld blijven. Samen met zijn zoon Pablo maakte hij een graphic novel over reizen, thuiskomen, Roma-gemeenschappen, verdwijnende landschappen en de kunst van het aandachtig kijken. In Halfweg is de bestemming minder belangrijk dan wat je onderweg ontdekt. Voor Het Verhoor spraken we met Jeroen over vrijheid, stilte, Mariagrotjes en waarom je soms niet verder hoeft te reizen dan de volgende gemeente om een andere wereld te ontmoeten.
Dag Jeroen! Halfweg gaat letterlijk over verplaatsing, maar ook over het zoeken naar een plek om thuis te komen. Is ‘onderweg zijn’ voor jou eerder een fysieke of een mentale toestand?
Eerder een mentale. Ik kan in mijn hoofd vertrekken terwijl ik gewoon op één plek zit. Natuurlijk reis ik graag, maar ik hoef niet naar de andere kant van de wereld te gaan om iets nieuws te ontdekken. Ik zie ook veel verrassende dingen dicht bij huis. Met de fiets even de taalgrens oversteken kan even boeiend zijn als een verre reis.
Je werk draait vaak rond mensen die tussen werelden leven. Wat fascineert je in mensen die nergens helemaal lijken thuis te horen?
Ze kijken vaak anders naar de wereld. Veel mensen zitten vast in hun eigen vanzelfsprekendheden en gaan ervan uit dat hun manier van leven de norm is. Ze verwachten dat anderen zich aanpassen zonder zich af te vragen waarom die anderen misschien anders leven.
Dat betekent niet dat ik mensen die los van de regels van onze maatschappij leven, wil idealiseren. Ook binnen de Roma-gemeenschap bestaan bijvoorbeeld vooroordelen en spanningen. Ik sprak onlangs nog een Belgische Roma-vrouw die zich negatief uitliet over bewoners van asielcentra. Dat verraste me. Ik antwoordde haar dat Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog zelf vervolgd werden en vroeg hoe het dan mogelijk is om anderen op dezelfde manier te beoordelen.
Af en toe stilstaan en jezelf afvragen: draait de wereld eigenlijk wel rond ons? Dat zou al mooi zijn.
Wat mij vooral interesseert, is hoe mensen omgaan met uitsluiting en hoe ze hun plaats proberen te vinden in een samenleving die niet altijd voor hen gemaakt lijkt. Sommige Roma beseften ook dat mijn werk hun situatie zichtbaar kon maken. Problemen zoals het tekort aan staanplaatsen of de beperkte tijd die ze ergens mogen verblijven, komen zelden in beeld. Als tekenaar kan ik daar misschien iets aan bijdragen.
Wat is je het meest bijgebleven uit de tijd die je met Roma-gemeenschappen doorbracht?
Hun sterke onderlinge verbondenheid. Ze hebben overal in Europa familie of vrienden en spreken vaak verschillende talen. Tegelijk botsen ze op een onderwijssysteem dat niet altijd aansluit bij hun manier van leven. Kinderen dragen al vroeg verantwoordelijkheden en gezinnen blijven vaak niet lang op dezelfde plek. Dat maakt schoollopen moeilijk.
In Halfweg zit veel beweging, maar ook veel stilte. Waarom zijn die stille momenten belangrijk?
Omdat stilte zeldzaam geworden is. Ik teken graag op plekken waar weinig gebeurt. Daar kom ik tot rust. Zo’n moment kan ik vinden in een bos of op een begraafplaats bij kunstenaar Lieven, maar evengoed in de haven van Antwerpen, kijkend naar het water, de schepen en de wolken. In een drukke wereld zijn zulke rustpunten noodzakelijk.
Met de fiets even de taalgrens oversteken kan even boeiend zijn als een verre reis.
Voor dit boek werkte je samen met je zoon Pablo. Hoe verschilde dat van samenwerken met een andere kunstenaar?
Het voelde anders, maar tegelijk heel vertrouwd. Eigenlijk heb ik hem een beetje in het project gelokt. (lacht) We hadden eerder al samengewerkt voor een opdracht van Apache. Toen ik later vastzat met het einde van dit verhaal, legde ik mijn tekeningen voor hem neer en vroeg ik: ‘Schrijf jij eens een einde.’ Pablo had veel van wat in het boek staat zelf meegemaakt. Hij kende het verhaal van binnenuit.
Heeft die samenwerking jullie relatie veranderd?
Niet echt. We hebben tijdens het maken van het boek zelfs geen discussies gehad. Dat is een goed teken. We willen zeker nog samenwerken. Alleen jammer dat hij zo ver weg woont.
Naast je samenwerking met je zoon en je fietstochten naar Doel werk je ook al jaren rond Roma-gemeenschappen. Hoe vermijd je clichés wanneer je over zo’n gesloten gemeenschap vertelt?
Door tijd te nemen. Vertrouwen krijg je niet zomaar. Ik bleef terugkomen en leerde de mensen langzaam kennen. Mijn partner Elsje ging vaak mee. Zij bracht kleurpotloden mee voor de kinderen, die vervolgens begonnen te tekenen. Sommige van die tekeningen staan nu in het boek.
De Roma zijn van nature wantrouwig tegenover onze samenleving, en daar hebben ze hun redenen voor. Je moet geduld hebben. Maar na verloop van tijd groeide er wederzijds vertrouwen. Ik denk trouwens dat kunstenaars minder snel in clichés vervallen dan veel mensen op straat. Kunstenaars zijn meestal nieuwsgierig naar wat ze nog niet kennen.
Wat hebben die ontmoetingen je geleerd over vrijheid?
Dat vrijheid veel ingewikkelder is dan we vaak denken. Veel mensen kijken naar Roma en denken dat zij een vrij leven leiden omdat ze reizen en niet op één plek wonen. Maar de werkelijkheid is anders. Ze wonen vaak in kleine caravans, kunnen niet altijd zelf kiezen waar ze verblijven en botsen voortdurend op regels en beperkingen. Als ze ergens gaan staan zonder toestemming, krijgen ze al snel de politie over de vloer.
Tegelijk leven ze binnen sterke tradities en onder sociale controle. Iedereen kent elkaar, iedereen weet wat er gebeurt. Ook hun geloof speelt daarin een belangrijke rol. Het beeld van een zorgeloos en volledig vrij bestaan klopt dus niet. Hun vrijheid heeft grenzen, net zoals de onze.
Je voelt veel empathie voor plekken die verdwijnen, zoals Doel. Waarom trekken zulke plaatsen je aan?
Omdat daar iets op het spel staat. Dorpen, wijken en gemeenschappen die jarenlang organisch gegroeid zijn, moeten steeds vaker plaatsmaken voor economische belangen. Dat zie je in Doel, maar evengoed in steden als Gent.
Toen ik jong was, kon je als kunstenaar of jongere met weinig geld nog relatief gemakkelijk een plek vinden in de stad. Vandaag is dat veel moeilijker geworden. Huizen worden opgekocht, prijzen stijgen en hele buurten veranderen van karakter. Soms lijkt het alsof steden steeds meer worden ingericht voor bezoekers, investeerders en toeristen, terwijl de mensen die er wonen naar de achtergrond verdwijnen.
Dat gebeurt niet alleen in Gent. Je ziet het op veel plaatsen. Maar het blijft me fascineren hoe snel een leefwereld kan verdwijnen wanneer economische belangen de bovenhand krijgen. Net daarom trek ik graag naar zulke plekken. Daar worden verhalen zichtbaar die anders verloren dreigen te gaan.
Denk je dat onze samenleving nog ruimte laat voor traagheid, stilte en afwijkende levenswijzen?
Dat wordt steeds moeilijker. Veel mensen zoeken rust, maar het liefst in een dure cursus of een georganiseerd traject. Terwijl je ook gewoon op een kerkhof kunt gaan zitten tekenen. Toen ik kind was, trokken we urenlang met de fiets rond. Niemand wist precies waar we zaten. Nu worden kinderen vaak voortdurend gevolgd. We lijken steeds minder ruimte te laten voor het onverwachte.
Je tekenstijl balanceert tussen reportage, schetsboek en poëzie. Hoe belangrijk is spontaniteit daarin?
Die ontstaat vanzelf. Soms heb ik tijd om een tekening uit te werken, soms niet. Mensen bewegen, het begint te regenen, de situatie verandert. Dat hoort allemaal bij het tekenen ter plaatse. Bovendien wissel ik graag van stijl.
Je lijnen ogen soms onaf. Is dat bewust?
Nee. (lacht) Soms stop ik gewoon omdat ik voel dat ik een tekening ga verprutsen als ik doorga.
In Halfweg luister je voortdurend naar anderen. Waar ben je zelf nog naar op zoek?
Ik wilde eerst zeggen: naar niets. Maar dat klopt niet. Ik ben voortdurend op zoek naar Mariagrotjes en molentjes. (lacht) Dat is ooit toevallig begonnen. Intussen ontdek ik ze overal. Blijkbaar heb ik daar een neus voor ontwikkeld.
Wat hoop je dat lezers meenemen na het lezen van Halfweg?
Hopelijk geen hoofdpijn. (lacht) Ik hoop dat ze het gevoel krijgen dat ze zelf op die plekken geweest zijn en die mensen hebben ontmoet. En vooral dat ze beseffen dat onze manier van leven niet de enige mogelijke manier van leven is. Af en toe stilstaan en jezelf afvragen: draait de wereld eigenlijk wel rond ons? Dat zou al mooi zijn.
Maar eerst hoop ik natuurlijk vooral lezers te bereiken. Dat is niet evident. Vaak moet je sensatie veroorzaken voor je wat persaandacht krijgt. Een stil verhaal als dit levert weinig kliks op. Wat wel helpt, is een beetje schandaal. Een grappig weetje, maar ook een beetje wrang: nadat Iedereen op Claudia van Sam Peeters van een leeslijst in een secundaire school werd geschrapt, verdween ook mijn boek De wraak van Bakamé van die lijst. Het haalde zelfs het nieuws, al hadden de journalisten het boek duidelijk niet gelezen, en waarschijnlijk zelfs niet in handen gehad.
Hetzelfde geldt helaas voor Halfweg, want ik had natuurlijk veel liever daarmee de nationale pers gehaald. Zo was ik uiteindelijk toch bijna een beetje een succesvolle BV geworden. (lacht) Jammer genoeg ligt dat boek al lang niet meer in de handel en heb ik weinig kunnen profiteren van het schandaal. Gelukkig heb ik thuis nog enkele exemplaren liggen voor liefhebbers van dat ‘schandalige’, maar mij nog altijd erg dierbare boek.
Halfweg telt 176 pagina's en werd uitgegeven door Oogachtend.
Lees Bienvenudas a Puyuelo op Pulp deLuxe.