Bliksemschicht,
Alles schreeuwt, giert, schuurt. De huid rond mijn schedel
lijkt zich vacuüm te trekken.
Snijdende pijn.

Broosmoedig

Wat begon als enkele notities bij haar modeltekeningen, groeide uit tot een broos maar moedig boek over haar ervaringen met een burn-out. Broosmoedig van Sabien Clement toont een andere kant van de auteur. Voor velen is ze vooral bekend als tekenares, maar in deze recente titel komt ook haar natuurlijke taalgevoel volledig tot zijn recht.

Ik spreek haar online vanuit haar gedeelde atelier: een oude veeartsenijschool in Gent, dankzij NUCLEO, een organisatie die leegstaande ruimtes ter beschikking stelt aan kunstenaars. Ze werkt er samen met onder andere een fotograaf, een schrijver en een collagekunstenaar.

Ik hoor van lezers dat ze er troost in vinden, zelfs bij andere vormen van ziekte.

“Dat heb ik graag. Ik wil mijn eigen ding doen. Ik houd er niet van als andere illustratoren op mijn vingers kijken.” Eind april moeten ze er helaas uit. “Dus als iemand nog een lichtrijke plek weet…” (lacht).

We praten over burn-out, over de kunst, en vooral het plezier, van modeltekenen, en over het geschenk van een goede samenwerking. Want hoewel Broosmoedig haar eerste volledig eigen graphic novel is, stond ze er allesbehalve alleen voor.

Ik ken je vooral van Vel, dat je samen met Mieke Versyp maakte. Broosmoedig is echter het eerste werk dat volledig van jou is.

Absoluut. Ook Vel was gegroeid vanuit een verlangen om ooit een graphic novel te maken. Omdat Mieke Versyp schrijfster én een model van mij was, en we bovendien eerder al twee boeken samen hadden gemaakt, Linus en Eksternacht, beide met Mieke en Pieter Gaudesaboos, voelde het juist om dat idee samen verder uit te werken. We zijn toen echt van nul begonnen. Ik had ook veel inbreng in de dialogen, dus de schrijftafel was me niet vreemd. Daardoor dacht ik dat de volgende stap makkelijk gezet zou zijn.

Makkelijker gezegd dan gedaan. Bij Vel was er ruimte voor gepingpong: ik gooide een idee op, Mieke reageerde. Als zij zei: “Dat zie ik niet”, dan kon het meteen de prullenmand in. Of net omgekeerd. Nu zat ik alleen aan tafel. Dan begin je aan alles te twijfelen. Ik ben een perfectionist — of toch iemand die meteen wil dat het goed zit. Bovendien ben ik heel gevoelig. Dat is een kracht, maar ook een valkuil. Op zulke momenten kan de innerlijke criticus het overnemen, tot op het punt waarop ik het allemaal even niet meer wist. Ik had toen ook een schrijfcoach, Kirsten Mariën, en ook zij merkte dat het steeds lastiger werd…

Je kwam in een burn-out terecht. 

Inderdaad. Alles viel stil. Het enige wat ik wél bleef doen, was modeltekenen. Het is mijn harteziel. Daar hoeft niets. Je hebt een model voor je neus. Dat is de natuur, de oorsprong, die ik op mijn manier kan vervormen. Ik begon hokjes rond de lichamen te tekenen, woorden erbij te schrijven. Frustraties, gedachten… Gewoon noteren, puur vanuit mijn binnenste. Op dat moment nog zonder plan om er een boek van te maken.

Toen ik weer wat energie kreeg, mocht ik op residentie. Ik belde mijn uitgeefster, Ann Jossart van Oogachtend. Ze wist dat het niet goed met me ging, en ik vertelde haar over de stapels modeltekeningen die ik had liggen. Ze zei: “Werk daar een maand aan.” Dat vertrouwen was een cadeau.

Vergis je niet: het grootste werk moest nog komen. Ik had veel materiaal, maar het werd een maandenlange puzzel. Gelukkig was ik niet alleen. Naast Ann kon ik opnieuw samenwerken met Leen Depoorter, die ook de vormgeving van Vel voor haar rekening had genomen. Zij bracht de nodige ademruimte. Naar het einde toe nam Kurt Snoekx de redactie op zich. Hij sprak de woorden: “We kunnen dit oppolijsten tot een parel, maar mijn ervaring met een burn-out zegt dat het veel ruwer was.”

Broosmoedig

Begrippen als graphic novel, graphic poem en geïllustreerd boek lopen vaak door elkaar. Hoe zou jij dit boek omschrijven?

Mijn uitgeefster noemde het een graphic medicine. Ik kende dat woord niet eens. Maar het klopt: het vertrekt vanuit een persoonlijke ervaring en biedt herkenning. Ik hoor nu van lezers dat ze er troost in vinden, zelfs bij andere vormen van ziekte. Dat het universeel wordt, zonder dat het expliciet mijn dagboek is. Dat vind ik mooi.

Het leest bijna ook bijna als een dichtbundel. Je kan het openslaan wanneer je wil.

En waar je wil! Natuurlijk is dat opdelen in hokjes iets van alle tijden. Maar het is fijn om te zien hoe grenzen verschuiven. In plaats van modeltekenen apart te houden, of het te zien als een pure oefening, voel ik nu hoe alles versmelt: mijn schetsen, mijn illustraties, mijn teksten…

Over dat laatste ben ik trouwens altijd onzeker geweest. Iemand zei me ooit: “Dat is zo uniek wat je doet.” Vroeger zou ik dat meteen hebben weggewuifd. Nu kan ik het meer toelaten. Die burn-out was heftig, maar achteraf gezien was dit boek wel nodig om het werk te kunnen maken dat ik echt wilde maken.

Vanuit een blanco pagina een verhaal opbouwen is ook ontzettend veel. Ik botste hard op mijn perfectionisme: ik vond dat ik goed móést kunnen schrijven. Vel was al een mooie leerschool, maar ik legde de lat vervolgens zo hoog dat ik een paar treden van de ladder oversloeg. En dan ben ik naar beneden gekletst. Nu probeer ik het weer trede voor trede te bekijken. Ik kan opnieuw genieten en zeggen: dit is mijn schrijverschap.

Broosmoedig

Je hebt illustratie en vormgeving gestudeerd. Experimenteerde je daarnaast al langer met taal?

Ik heb altijd dagboeken bijgehouden. Via Wisper volgde ik op een bepaald moment verschillende schrijfcursussen, onder andere bij Kirsten Mariën. Dat was fantastisch: zij gaf me de bevestiging dat ik goed bezig was. Vanaf dan begon het te kriebelen om verder te experimenteren.

Zo merkte ik al langer dat ik de nood voelde om zelf teksten bij mijn beelden te schrijven. Maar ik was bang dat ik de tekening daarmee zou beperken. Toch kreeg ik, wanneer ik dat bijvoorbeeld op Instagram deed, veel respons. Ik voelde dat mensen zich er op een universele manier door aangesproken voelden. Ik ben braaf, dus ik luister daarnaar (lacht).

Ook bij andere illustratoren zie ik die verschuiving naar het schrijven. Een prachtige beweging. We hoeven niet langer enkel te tekenen voor schrijvers. We eisen het auteurschap zelf op.

Broosmoedig

Soms voel ik dat de tekst de tekening verbeeldt, eerder dan andersom. Het spel tussen de rijke beeldspraak en letterlijk naakte beelden werkt.

Ik ben van mening dat je als illustrator beter niet letterlijk verwoordt wat in de tekst staat, en omgekeerd. Het is juist interessanter wanneer beide een eigen, extra fantasiewereld oproepen. Zo blijft er bovendien ruimte voor de lezer om er zelf nog een wereld bij te bedenken.

Bij het kraaiennest, bijvoorbeeld, was het beeld er wel eerst. Soms waren er ook bindteksten nodig om alles samen te brengen. Hoe dat precies moest gebeuren, verschilde van pagina tot pagina.

Heb je ook nieuwe beelden gemaakt?

Toen ik besefte dat dit een boek zou worden, begon ik teksten te schrijven over de innerlijke criticus. Daar moesten dus wel beelden bij gezocht worden. Op een bepaald moment kregen we een dubbel model; ik dacht meteen: perfect, ik kan ze laten vechten. Dat is het mooie aan modeltekenen: het staat gewoon voor je neus. Het zijn cadeautjes.

Voor de sequentie met de hoelahoep combineerde ik live modeltekeningen met figuren die ik uit het hoofd tekende. Sommige kleine tekeningen werden uitvergroot… Dat was de puzzel die ik samen met Leen en Kurt heb gelegd.

Typografisch speel je met verschillende tegenstemmen. Het is geen lange innerlijke monoloog. Er zit zowel lucht als wrijving in.

Klopt. De dagboeknotities staan in een strak lettertype (door de vormgeefster gekozen). De innerlijke criticus kreeg een ander, geschreven font. En daarnaast zijn er notities in mijn handschrift, rechtstreeks uit die periode.

Ik vind een boek dat volledig in handschrift is geschreven soms vermoeiend om te lezen. Dat is natuurlijk persoonlijke smaak. Bij mij mocht er meer structuur in zitten, dus ben ik daar met Leen Depoorter over gaan brainstormen. Moeten we alles volledig typen? Alles volledig schrijven? Of combineren we? Wat is de symboliek?

Uiteindelijk zoek je naar een zekere cadans. Dat het geheel harmonieus en ritmisch aanvoelt wanneer je erdoor bladert. Hetzelfde geldt trouwens ook voor de wisselwerking tussen de lichte en donkere pagina’s.

Stripmaken is vaak een eenzaam beroep. Hoe doorbreek je dat?

Uitreiken. Dat vind ik moeilijk, want mijn reflex is om naar binnen te keren. Dit deelatelier helpt enorm. Gewoon samen aankomen, een babbel doen. Ook modeltekensessies creëren gemeenschap. Ik heb ze door corona een tijd moeten stopzetten, maar nu organiseer ik ze opnieuw, kleinschalig.

De titel Broosmoedig is een vondst van jou. Persoonlijk houd ik heel hard van samenstellingen. 

Leen wilde het eerst inkorten tot Broos, maar ik hield voet bij stuk. Ik ben niet enkel kwetsbaar, ik ben broos én moedig!

Ik vind sowieso graag woorden uit. Het geestige daarbij is dat mensen me soms een bericht sturen met: “Bedankt voor het boekje Broodnodig.” Autocorrect herkent het woord namelijk niet.

Maar misschien is het ook wel een broodnodig boek. Klein en fragiel. Een zot beestje. Ik denk nu vooral: vertrouw op jezelf en alles komt goed. Er komen weer betere tijden aan, beloofd.

Misschien moeten we Broosmoedig insturen als ontbreekwoord bij het programma Nieuwe Feiten op Radio 1.

En wie weet wordt het ooit woord van het jaar!

Wij zullen alvast stemmen!

 

Broosmoedig telt 86 pagina’s en werd uitgegeven door Oogachtend.
Vormgeving door Leen Depoorter
Redactie door Kurt Snoekx