Een persoonlijke ervaring met endometriose, een onbegrepen profeet en een forensisch onderzoek: Rani De Prée, Toine Heemskerk en Eva Procee vertellen elk op één pagina een heel ander verhaal. In deze eerste aflevering van onze gesprekken met de GRID-makers vragen we naar hun inspiratie, invloeden en tekenkeuzes. Hun werk en dat van de zeven andere geselecteerde makers kun je op 11 november tijdens Rock Paper Pencil in Turnhout nog bewonderen: de voorlopig laatste kans om de GRID-expo te bezichtigen.

Jullie GRID-strips vertellen elk een heel ander verhaal. Wat bracht jullie ertoe om net dit verhaal te maken?

Rani De Prée: “Eigenlijk ben ik niet zo voor het autobiografische, vooral omdat ik niet wil dat wat ik over mezelf vertel als gejammer overkomt. Tegelijk is dat ook de reden waarom ik, en veel andere vrouwen, onze pijn voor onszelf houden.

Ik ben niet kwaad op de ziekte. Ziek is ziek.

Door de toegenomen maatschappelijke aandacht voor endometriose is me vooral de omgang met patiënten in de vrouwenzorg opgevallen. Ik ben niet kwaad op de ziekte. Ziek is ziek. Ik ben kwaad omdat zoveel vrouwen een hysterectomie geweigerd wordt, of omdat je kinderwens lijkt te bepalen hoeveel prioriteit je krijgt voor een ingreep. De strip is dus vooral ontstaan uit kwaadheid en frustratie.”

Rani De Prée
Toine Heemskerk

Toine Heemskerk: “Er waren twee inspiratiebronnen. In mijn achterhoofd zat het gedicht De profeet van Aleksandr Poesjkin, dat een grote indruk op me heeft gemaakt. Daarin ontmoet een dwalende reiziger een serafijn, een hemels wezen dat hem opdraagt als profeet verder te gaan en de mensen met zijn woorden te bezielen.

De concrete aanleiding was een zwerver die ik op straat tegenkwam. Hij sloeg met een stalen buis tegen een garage. De eigenaar kwam woedend naar buiten en haalde later de politie erbij. De zwerver was onder invloed en kreeg weinig mee van wat er gebeurde.

Daaruit ontstond het idee van een zwerver als martelaar. Iemand die zich laat oppakken in een wereld waarin hij niet thuishoort, om vervolgens te prediken voor mensen die ook vastzitten in hun leven.”

Eva Procee: “Ik was al een tijdje gefascineerd door truecrimeverhalen, vooral door het forensische vakgebied. Ik wilde daar eens een verhaal over tekenen en GRID leek me een mooie aanleiding. Op één pagina kun je focussen op een klein fragment of een momentopname. Zeker bij dit onderwerp leek me dat een fijne manier van vertellen.”

Jullie vertellen elk een volledig verhaal op één pagina. Wat was voor jullie de grootste uitdaging aan dat beperkte formaat?

Eva: “Toen ik aan de pagina-indeling begon, had ik een drietal beelden die ik er sowieso in wilde en een globaal idee van wat ik wilde vertellen. Omdat je zo weinig ruimte hebt, moet elk beeld het concept ondersteunen en verder brengen. De grootste uitdaging was om aan het einde van de schetsfase de laatste beelden te bedenken die het verhaal echt rond maakten. Het is veel zoeken en opnieuw proberen tot het als een logisch geheel voelt.”

Rani: “Selectief zijn. Ik wilde te veel vertellen: informatie over de ziekte, persoonlijke ervaringen, frustraties… Ik maakte meerdere versies, maar met geen enkele voelde ik een klik. Op een gegeven moment besloot ik zelfs de strip te laten vallen en me op andere projecten te richten. Een week voor de deadline waagde ik me er toch nog eens aan. Toen viel ineens het kwartje en kwam ik in een stroomversnelling terecht om het op tijd af te krijgen.”

Eva Procee

Toine: “Ik vertrek vanuit de vraag: ‘Hoe ver kom ik met een idee op één pagina?’ De beelden vormen het begin. Ik heb een einde of een bepaalde richting in mijn hoofd. Ondertussen loopt de tekst op de achtergrond mee en maak ik notities in mijn schetsboek.

Hij wil geaccepteerd worden door mensen die hem niet begrijpen.

De uitdaging is vooral om de tekst aan het einde kloppend te krijgen en de losse beelden tot een geheel te verbinden. Dat kost niet de meeste tijd, maar wel het meeste denkwerk.”

Welke kunstenaars, strips, films, muziek of subculturen hebben jullie het meest gevormd?

Toine: “Vooral makers die zich gedurende lange tijd, vaak alleen, hebben ontwikkeld en daardoor heel authentiek werk achterlaten: Charles Bukowski, Murasaki Shikibu, Kafka en Crumb.

Daarnaast streef ik naar werk waarin de sfeer of de wereld een hoofdrol speelt, zoals Sin City, het werk van David Lynch, The Taste of Tea en Donnie Darko. Ook Carl Jung heeft een grote invloed op me, vooral zijn ideeën over het implementeren van onze schaduwzijden.

Goethe, Edgar Allan Poe, Murasaki Shikibu en Tarkovsky laten me zien hoe wat er gebeurt ondergeschikt kan zijn aan hoe we het ervaren. Gedichten spreken tot ons gevoel.

Voor het tekenambacht kijk ik vooral naar schilders en tekenaars die veel met licht werken: Crumb, Bruegel, Dürer, Doré, Goya, Delacroix en Caravaggio.”

Eva: “Ik lees graag, vaak moordmysteries, maar ook sciencefiction en fantasy. Ik houd van verhalen met een duistere kant. Een paar van mijn favoriete films en series zijn Coraline, Midsommar, Stranger Things en Adolescence. Ook muziek inspireert me. Ik luister bijvoorbeeld graag naar de verhalende muziek van Hozier en Aurora.”

Ik wilde een verhaal vertellen over wat we na een moord doen.

Rani: “Als tiener liet ik handen en voeten bewust net buiten de pagina vallen wanneer ik personages tekende. Toen ik het werk van Egon Schiele leerde kennen, betekende dat een volledige ommekeer. Ik tekende niet langer alleen ‘mooie’ mensen: mijn personages werden opvallender en expressiever.

Voor strips waren Chris Ware en Charles Burns belangrijke kantelpunten. Als ik vastloop met mijn pagina-indeling, blader ik even door Black Hole of Jimmy Corrigan om weer inspiratie te krijgen.”

Rani, de gesprekken met zorgverleners lopen door een spiraal van beelden en gedachten. Hoe kwam je bij die vorm terecht?

Rani: “Dat was eigenlijk een ‘happy accident’. Ik was aan het storyboarden voor een nieuwe strip en kreeg een bepaalde pagina maar niet goed. Mijn vuistregel is om altijd een uurtje door te zetten als het tekenen of schrijven niet lukt. Zo haak ik niet te snel af en mis ik geen doorbraak die misschien binnen handbereik ligt.

Het hoort erbij

In plaats van een zoveelste dikke streep door mijn pagina te trekken, tekende ik er al dagdromend een spiraal omheen. Zo ontstond een op zichzelf staande strippagina. Enkele weken later werd de open call voor GRID aangekondigd. Mijn pagina had ik dus al, de inhoud moest nog volgen.”

Je combineert medische informatie met een persoonlijke ervaring. Hoe zocht je naar een evenwicht tussen die twee?

Rani: “Door te spelen met beeldelementen. De klinische, wat afstandelijke wereld speelt zich af in het blauw, terwijl het persoonlijke meer vleeskleurig en inwendig wordt afgebeeld.

Ik wilde informatie geven over endometriose, zodat lezers de aandoening beter begrijpen, maar dat mocht het persoonlijke niet overschaduwen. Herkenning stond voorop. Nadat mijn strip online kwam, kreeg ik berichten van lezers met gelijkaardige ervaringen en frustraties. Zo zie je dat we nog een lange weg te gaan hebben.”

Toine, je profeet krijgt zijn boodschap niet overgebracht met woorden, maar ook zijn daden worden niet begrepen. Hoe is dat personage ontstaan?

Toine: “Ik vertrok van iemand die zijn tekortkoming probeert op te lossen door te overcompenseren. Hij wil geaccepteerd worden door mensen die hem niet begrijpen. In plaats van een publiek te zoeken dat hem wel begrijpt, wordt hij steeds extremer in het brengen van zijn boodschap. Daardoor raakt hij nog verder verwijderd van de samenleving.”

Bovenaan waaieren de kaders rond het gezicht van de profeet uit; onderaan wordt de indeling regelmatiger. Wat wilde je met die opbouw bereiken?

Toine: “Het effect is dat het boven de grond chaotisch is en de profeet in de onderwereld structuur vindt. Volgens mij heb ik dat niet bewust bedacht tijdens het tekenen. Ik heb de kerkers wel bewust onderaan geplaatst, zodat de profeet letterlijk onder de wereld zit.

De ronde compositie bovenaan is geïnspireerd op de hoes van Cheap Thrills, die Robert Crumb voor Janis Joplin illustreerde (zie hieronder).”

De Profeet
Cheap Thrills
Zie je wat mijn ogen zagen?

Eva, jij combineert beelden van een sporenonderzoek met een intieme stem en fragmenten van herinneringen. Hoe kwam je tot die combinatie?

Eva: “Ik begon met de gedachte dat een forensisch onderzoek eigenlijk heel intiem en ingrijpend is. Ik vond dat een naar idee, maar tegelijkertijd ook mooi: er zijn mensen die na een verdachte dood onderzoek doen om antwoorden te vinden voor de nabestaanden.

Die twee kanten heb ik proberen te verwerken door de tekst vanuit het perspectief van het slachtoffer te schrijven en grote close-ups van het sporenonderzoek te tekenen.”

Je toont details zoals handen, schoenen en een blik, terwijl veel rondom de gebeurtenis openblijft. Hoe besliste je wat je wel en niet in beeld zou brengen?

Eva: “Het ging me om het forensisch onderzoek en waarom er na een moord zo hard naar antwoorden wordt gezocht. Ik wilde de waarde laten zien van het onderzoeken van wat er met het slachtoffer gebeurd is.

Ik koos er bewust voor om de gebeurtenis zelf niet te tonen of uit te leggen. Ik wilde een verhaal vertellen over wat we na een moord doen. Daarom speelt het zich af op een moment waarop nog niemand echt weet wat er gebeurd is. Het slachtoffer kan er niets meer over zeggen en het forensisch team zit nog midden in het onderzoek.”

Waar zijn jullie momenteel mee bezig, en welke richting willen jullie nog uit met jullie werk?

Rani: “Laatst las ik in Het geheim van de schrijver van Renate Dorrestein dat een auteur nooit meer zo’n waaghalzig boek zal schrijven als zijn debuut. Sinds de publicatie van mijn debuut Lucien, begin dit jaar, heb ik voor het eerst het gevoel dat er over mijn schouder wordt meegekeken. Dat werkt soms verlammend, ook al werd mijn debuut heel goed ontvangen. Je valt ook gemakkelijker ten prooi aan algemene literaire conventies.

Ik wil schrijven wat ik zelf graag zou lezen. Als ik even niet aan publicatie of openbaarheid denk, gaat dat vlot. Er ligt een synopsis voor een verhaal en er zijn een zestigtal getekende pagina’s, maar voorlopig houd ik het liever nog wat voor mezelf.”

Toine: “Sinds een jaar maak ik zines van acht pagina’s onder de titel Het Kasteel. Daarin bundel ik mijn korte verhalen, gedichten en losse tekeningen. Nummer zes is net klaar en ik ga er gestaag mee verder.”

Eva: "Ik ben momenteel bezig met wat animatie werk en editorial illustraties. Ik zou graag in mijn werkpraktijk nog wat meer ruimte maken voor verhalend werk, beide in animatie vorm en in de vorm van strips."

 

GRID #3 is te bewonderen op 11 november op Rock Paper Pencil in De Warande in Turnhout.