Het Verhoor: Anneka Robeyns
23 oktober 2022 


Het is al even geleden, maar net voor onze zomerstop debuteerde Anneka Robeyns op Pulp deLuxe. Ze was nog niet verhoord geworden door ons. Hoog tijd om daar verandering in te brengen.

door Bruno Willaert.

verhoor-anneka2

Wat moeten we weten over jou?
Mijn naam is Anneka Robeyns. Ik woon binnenkort in Brussel en ben net zevenentwintig jaar geworden. Van opleidingen heb ik initieel Taal- en Letterkunde gestudeerd en vervolgens de master Westerse Literatuur. Daarna had ik zoiets van ‘ik ben nog lang niet klaar’ en besloot ik mijn liefde voor literatuur te combineren met mijn levenslange liefde voor tekenen, en de bachelor Beeldverhaal er nog bij te studeren. En zo ben ik hier beland!

In poëzie zit een soort van ‘niet gezegd krijgen wat je wilt zeggen’, een continu ‘falen’ of op z’n minst ‘in vraag stellen’ van taal en communicatie.

Voor onze zomerstop publiceerden we De Mythe van Alba en Nitella op Pulp deLuxe naar een verhaal van Miek Zwamborn. Hoe kwam je bij dit deze toch vrij onbekende mythe uit?
Tijdens een atelierles in de opleiding Beeldverhaal kregen we de opdracht om het boekje Wieren van Miek Zwamborn te lezen. Vervolgens moesten we in groepjes (Mo Bourgeois, Kaylan Saro en ik) een project uitdenken dat onze verhalen zou combineren. In mijn groepje hadden we het idee om een kunstboek te bundelen rond de ‘schatten van de strandjutter’. Daarin zouden we verhalen hervertellen uit ‘Wieren’ en koppelen aan vier voorwerpen die een fictieve ‘strandjutter’ van het strand had geraapt. Het verhaal dat ik vervolgens illustreerde was de obscure Scandinavische mythe van Alba en Nitella. Die mythe koppelde ik aan het voorwerp van een kam (zie laatste panel van het verhaaltje).

 

Dankzij een bekroning voor je bachelorproef was je een tijdje een van de bewoners van De Knalgele Kubus. Wat heb je overgehouden van die periode?
Een liefde voor late night tarotkaart leggen (zie illustratie), het zweet dat mij uitbreekt bij een specifieke tint van de kleur geel, fijne herinneringen aan bepaalde bezoekers en spontane ontmoetingen met allerlei kunstenaars. Het was niet de gemakkelijkste periode, zo net na en een beetje tijdens corona, en zo met het leven dat plots terug zijn normale gangetje moest gaan, alsof we niet een jaar geïsoleerd zaten en allemaal overwerkt waren na een intensieve, maar superleuke, bacheloropleiding. Ik heb in de kubus alles een beetje op een rijtje moeten zetten en daar al tekenend mijn tijd genomen om beter te weten te komen wat voor graphic novel ik wilde maken, mezelf heruit te vinden en de eerste lijnen op papier te zetten.

 

Uit je bio op Pulp deLuxe onthouden we dat je bezig bent aan je debuutalbum die uitgegeven zal worden bij Oogachtend. Wat kan je er al over kwijt?
Het uitgangspunt van mijn graphic novel is de vraag “Hoe ga je om met een thuissituatie waarin gezinsleden niet dezelfde taal spreken?”. Deze premisse is geworteld in mijn eigen thuissituatie, want ik ben half Chinees half Belgisch, en aan de keukentafel spreken we een potpourri van Kantonees, Engels en Nederlands. Bij ons zul je nooit één taal foutloos horen. In dat geval zou er altijd wel iemand worden uitgesloten. Het werk zal gaan over deze spanning, over het vinden van tussenoplossingen en het gebruik van andere vormen van (non-)communicatie. Ik haal heel veel inspiratie uit poëzie, meer specifiek die van Ocean Vuong, Lucebert, Anne Carson, … In poëzie zit voor mij een soort van ‘niet gezegd krijgen wat je wilt zeggen’, een continu ‘falen’ of op z’n minst ‘in vraag stellen’ van taal en communicatie.

De Mythe van Alba en Nitella op Pulp deLuxe »
Profiel Anneka Robeyns »




Gerelateerde berichten