De Clo-Clo Collectie kreeg er onlangs twee nieuwe stemmen bij: Marthe Pieron en Anke Van Roey. Twee makers, twee persoonlijke verhalen, elk met hun eigen toon en gevoeligheid.
Wat blijft hangen, zit onder de oppervlakte. In deze twee gesprekken vertellen Pieron en Van Roey over wat je niet zomaar achterlaat.
Marthe Pieron - Mol
Marthe Pieron studeerde vorig jaar af aan Luca School of Arts in de richting Beeldverhaal. Met Mol brengt ze haar eerste graphic novel uit. Ze omschrijft haar werk als een combinatie van persoonlijke verhalen, sterke emoties en alledaagse observaties, thema’s waarover ze graag schrijft.
Mol toont hoe ervaringen uit de middelbare school blijven doorwerken in het verdere leven. Wat is voor jou de kern van dit verhaal?
Met dit verhaal wil ik vooral spreken over oppervlakkigheid en trauma. Ik denk dat veel mensen dingen meemaken die je niet meteen aan de buitenkant ziet. Tegelijk wil ik tonen welke impact zulke ervaringen op lange termijn kunnen hebben, en hoe ze je leven kunnen bepalen op manieren die je zelf niet altijd verwacht.
Het boek gaat niet alleen over pesten, maar vooral over de nasleep ervan. Waarom wilde je net dat perspectief vertellen?
Ik denk dat er te weinig wordt gesproken over wat er gebeurt nadat zulke dingen plaatsvinden. Zelf vind ik het moeilijk om mijn emoties en gedachten hardop te verwoorden, waardoor ze, net als in mijn boek, blijven rondcirkelen in mijn hoofd tot het te veel wordt.
Met dit verhaal wil ik mensen ervan bewust maken dat zulke gedachten en gevolgen niet zomaar verdwijnen wanneer je volwassen wordt, ook al wordt dat soms wel verwacht. Je gaat verder met je leven, maar er is altijd een soort schaduw die je blijft volgen.
Er is altijd een soort schaduw die je blijft volgen.
Daarom werd mijn boek ook een ruimte voor die dagelijkse paniek. Het schrijven en illustreren werkte voor mij als een vorm van therapie: een manier om te tonen hoe ik me echt voel, en hoe ogenschijnlijk kleine of “stomme” herinneringen je toch blijven achtervolgen, tot ze een constante onzekerheid worden die je hele dag beïnvloedt.
De leefwereld van het hoofdpersonage voelt heel tastbaar en intiem. Hoe heb je die stem opgebouwd, en in hoeverre vertrekt die vanuit jezelf?
Daarin zit inderdaad veel van mezelf. Ik heb het verhaal opgebouwd vanuit hoe een dag voor mij verloopt. Ik maakte een lijst van dingen waar ik vaak aan denk, of van wat mensen rondom mij zeggen. Van daaruit ontstond een structuur die begint bij de ochtend, met die eerste kleine stressmomenten, over de stabiliteit die ik vind bij vrienden en familie, tot het opnieuw ontsporen ’s nachts.
Ik vond het ook interessant om mijn personage te confronteren met een jongere versie van zichzelf. Als kind wil je veel, maar dat verandert soms drastisch naarmate je ouder wordt. Daar vrede mee leren nemen is een uitdaging, en dat lukt niet altijd.
De narratieve stem in het verhaal weerspiegelt dat constante doemdenken en de paniek die ik ervaar wanneer mijn gedachten beginnen te malen. Ik wilde die stem laten opduiken tussen de lijnen en panelen waar alles ogenschijnlijk normaal lijkt, net zoals dat in het echte leven gebeurt tijdens een paniekmoment.
Het kleurgebruik springt in het oog. Welke rol speelt kleur in het vertellen van dit verhaal?
Dat was eigenlijk een soort gelukkig toeval. Aanvankelijk wilde ik de kleuren zo realistisch mogelijk houden. Toen mijn masterproefbegeleider voorstelde om met kleurthumbnails te werken, ben ik vrij intuïtief en uitgesproken met kleur beginnen experimenteren op een aantal pagina’s, gewoon om te zien wat het gaf.
Daar ontdekte ik al snel dat kleur een extra laag kon toevoegen aan het verhaal. Op momenten waarop het emotioneel intenser wordt, versterken de kleuren dat gevoel. Op die manier kon ik eigenlijk twee verhalen tegelijk vertellen: het zichtbare, narratieve verhaal, en daaronder de emotionele laag waarin het doemdenken tussen de panelen extra kracht krijgt.
Waar werk je momenteel aan, en sluit dat thematisch aan bij Mol of ga je een andere richting uit?
Op dit moment ben ik aan het brainstormen rond een idee dat al een tijdje in mijn hoofd zit te broeien. Ik zie het niet meteen als een sequel, maar ik wil wel verder bouwen in mijn vertrouwde stijl.
Met dit nieuwe project wil ik ook meer focussen op thema’s buiten mezelf, zodat het niet te eentonig wordt. Tegelijk hoop ik dat het opnieuw even kleurrijk en gelaagd kan worden als Mol.
Anke Van Roey - Gerief
Anke Van Roey liep als kind voortdurend rond met een potlood en droomde ervan tekenaar te worden. Op haar dertiende ontdekte ze Wattpad en wilde ze schrijver worden, maar door haar dyslexie liet ze die droom los en bleef ze verhalen vertellen via tekeningen. Tijdens haar opleiding Illustratie aan Sint Lucas Antwerpen herontdekte ze de wereld van strips en beeldverhalen.
Gerief ontstond vanuit observaties en groeide uit tot een verhaal waarin steeds meer persoonlijke elementen binnenslopen. Via tekenen en schrijven verwerkt ze ervaringen en geeft ze vorm aan wat er in haar hoofd leeft.
Gerief draait rond wat niet gezegd wordt. Wat gebeurt er precies onder de oppervlakte van het verhaal?
Op het moment dat ik het verhaal schreef, was mijn band met mijn vader niet goed. Dat bracht herinneringen naar boven uit mijn jeugd, toen mijn grootmoeder overleed. Na haar dood viel de familie uit elkaar en was er nauwelijks nog contact met de kant van mijn vader. Als kind werd ik daar ook van afgesloten, en op mijn vragen kreeg ik nooit een duidelijk antwoord.
Wat er precies onder de oppervlakte lag, weet ik nog altijd niet.
Wat er precies onder de oppervlakte lag, weet ik nog altijd niet. Wel besef ik dat mijn grootmoeder een verbindende figuur was. Na haar overlijden viel die schakel weg. Door met anderen te praten, merkte ik dat dit vaker gebeurt.
In Gerief zie je iets gelijkaardigs: Mark en Mona komen opnieuw samen omdat het moet. Hun moeder, die hen verbond, valt weg en dwingt hen om elkaar onder ogen te komen. Tegelijk wilde ik tonen dat een verlies ook tot nieuwe verbinding kan leiden, iets wat in mijn eigen familie helaas niet is gebeurd.
De communicatie tussen broer en zus is opvallend stroef en gefragmenteerd. Waar komt die dynamiek vandaan?
De personages zijn deels gebaseerd op mijn vader en zijn zus. Dat was niet bewust, maar viel me gaandeweg op. Hun communicatie is ook stroef en gefragmenteerd: mijn vader is eerder teruggetrokken en keert naar binnen, terwijl mijn tante net verbinding zoekt, maar daar weinig antwoord op krijgt. Waar dat precies vandaan komt, weet ik zelf niet helemaal.
Bij Mark en Mona in Gerief heb ik dat ingevuld vanuit opgebouwde frustraties. Mona kreeg niet dezelfde kansen als Mark en kon haar ambities niet waarmaken, terwijl Mark die kansen wel had maar er weinig mee deed. Tegelijk verlangt Mona naar verbinding en wil ze een rol spelen in het leven van Marks dochter, maar krijgt ze die kans niet. Die spanningen maken hun relatie complex en stroef.
Je kiest voor een losse, bijna chaotische tekenstijl. In hoeverre was dat een bewuste keuze om het thema van afscheid en ongemak te versterken?
Het was niet per se een bewuste keuze. Mijn tekenstijl is, zeker in mijn schetsboek, altijd vrij los en levendig geweest. Tijdens mijn opleiding vond ik het moeilijk om die spontaniteit te behouden in uitgewerkte tekeningen. Ik ging te veel retoucheren, waardoor het werk vlakker werd en het oorspronkelijke gevoel verloren ging.
De laatste jaren ben ik dat loslaten en werk ik dichter bij mijn ruwe schetsen. Daardoor voelt mijn werk persoonlijker aan. Gerief was daarin een belangrijke stap, al denk ik dat ik nog dichter bij die spontaniteit kan komen.
Achteraf bekeken versterkt die losse stijl ook het verhaal: de kwetsbaarheid en het ongemak van de personages komen er beter door tot uiting dan met een strakke lijn.
Welke auteurs hebben een invloed gehad op je werk?
Een belangrijke inspiratiebron tijdens het maken van Gerief was de documentaire Where Dragons Live van Suzanne Raes. Die gaat over een familie die het huis van hun moeder leeghaalt — heel pakkend en herkenbaar. De film gaf me bevestiging van hoe ik die situatie zelf voor me zag.
Wat auteurs betreft, denk ik meteen aan Mariko Tamaki en Jillian Tamaki. Vooral This One Summer blijft me inspireren door de gelaagdheid en echtheid van de personages. Ook The Gulf van Adam de Souza sluit daarbij aan. Daarnaast heeft het werk van Sally Rooney — zoals Normal People en Beautiful World, Where Are You — me beïnvloed, onder meer door haar sobere, directe stijl.
Waar ben je nu mee bezig, en bouwt dat voort op Gerief of sla je een andere richting in?
Momenteel ben ik opnieuw met plakkaatverf aan het werken, vooral aan losse illustraties zonder concreet doel. Tegelijk wil ik graag nog eens een beeldverhaal maken. Ik heb ondertussen drie ideeën in mijn hoofd en deels op papier, maar weet nog niet met welk verhaal ik eerst verderga. Geen van die projecten sluit direct aan op Gerief, al sluit ik niet uit dat dat ooit nog gebeurt.
De nieuwe verhalen vertrekken wel opnieuw vanuit persoonlijke ervaringen, maar deze keer wil ik dat bewuster doen. Tegelijk laat ik ruimte voor verandering, want vaak evolueert een verhaal tijdens het proces, en net dat maakt het zo boeiend.
Mol telt 76 pagina’s en werd uitgegeven door De Clo-Clo Collectie.
Gerief telt 76 pagina’s en werd uitgegeven door De Clo-Clo Collectie.