Vijftig jaar lang zweeg Jaap over wat hij had meegemaakt. Na zijn terugkeer uit de arbeidskampen bij Riga in 1945, waar hij als SS-Frontarbeiter gedwongen werd voor Duitsland te werken, moest hij vooral opnieuw meehelpen aan de wederopbouw van Nederland. Voor zijn ervaringen bleek in de naoorlogse samenleving nauwelijks plaats. Met haar debuutstrip Het Zwijgen van Jaap wil communicatieadviseur, illustratrice en stripauteur Monique van Dongen een stem geven aan het verhaal van haar overleden schoonvader Bram Verkerk. Wij spraken met haar over dit gevoelige en persoonlijke beeldverhaal.
Wanneer ontpopte zich bij jou het idee dat je dit verhaal wou maken?
Ongeveer twee jaar geleden. Die geschiedenis was altijd aanwezig binnen de familie, maar er was weinig concreets over bekend. Er was het werkstukje van de kleindochter — mijn nichtje — en daarnaast vooral wat halve verhalen. Ook zijn er enkele authentieke documenten bewaard gebleven, die grotendeels in het boek verwerkt zijn. Ik ben al dat materiaal beginnen samenleggen en vroeg me af: kan ik hier een tijdlijn en geografische route van maken? In grote lijnen wist ik hoe Brams reis verlopen was, maar veel feiten ontbraken, net als zijn emoties en hoe hij die periode beleefd heeft. Dat leek me net interessant om verder in te vullen. Rond diezelfde periode studeerde ik ook aan de Venster Academie in Utrecht, waar je als eindwerk een verhaal moest maken. Toen dacht ik: dit wordt mijn studieproject.
Je boek biedt een microkijk op de oorlog. Als we leren over geschiedenis is dat vaak heel macrogericht, met aandacht voor kernmomenten en data. In je boek zegt de kleindochter tegen haar grootvader: “Maar opa, ik wil geen archieven inkijken. Ik wil jouw verhaal horen.” Hoe belangrijk is het, denk je, om zo’n microkijk te hebben?
Heel belangrijk. De grote lijnen van de geschiedenis staan in de officiële geschiedenisboeken. Ik denk juist dat je via kleine details en persoonlijke verhalen veel beter aanvoelt hoe het echt geweest moet zijn. Een detail in het verhaal is bijvoorbeeld de passage over de zes sigaretten die de dwangarbeiders in het kamp bij Riga elke dag kregen en waar ze de hele dag naar uitkeken. Brams moeder schreef hem dan in een brief: “Hou vol jongen, en in ieder geval fijn dat jullie zes sigaretten per dag krijgen.
Dus ja, persoonlijke ervaringen binnen zo’n grote geschiedenis zijn heel waardevol. Ik denk dat daarin ook het verschil zit tussen een historicus die de geschiedenis schetst en ik, die alles neerzet vanuit het perspectief van tekenaar en verhalenverteller. De grote historische lijn klopt uiteraard wel. Ik heb delen laten controleren door verschillende personen, waaronder van het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) en van Kamp Amersfoort.
Je hebt veel documentatie toegevoegd aan je boek, waaronder twee artikels en informatie over het gebruikte bronmateriaal. Hoop je dat de interesse van lezers daardoor geprikkeld wordt en dat ze zoiets hebben van: ja, daar wil ik meer over weten?
Enerzijds was het bedoeld om te tonen dat het verhaal een combinatie van fictie en realiteit is. Ik vond het een mooie uitdaging om het verhaal van mijn schoonvader naar een iets universeler niveau te tillen, en ik hoopte dat veel mensen het zouden lezen.
Een beeldverhaal kan emoties toevoegen aan archiefdocumenten.
In de loop van het creatieproces hoorde ik zo vaak mensen zeggen: “Oh, maar zoiets heeft mijn vader of opa ook meegemaakt, en die heeft daar ook altijd over gezwegen.” Ik denk dat het verhaal op die manier ook mensen kan helpen, en ik wilde het emotioneel breder trekken. Over de specifieke groep SS-Frontarbeiter uit Kamp Amersfoort is namelijk niet zo veel bekend.
Degene die uiteindelijk de grootvader tot spreken brengt, is de kleindochter: een kind dat nog niet geworteld is in die zwijgcultuur die de vorige generaties omklemde. Hoe belangrijk was die kinderonschuld voor Jaaps pad naar genezing?
Grootouders slaan vaak een generatie over of proberen bij hun kleinkinderen iets goed te maken wat ze bij hun eigen kinderen niet gedaan hebben. De nukkige grootvader, die tegenover zijn kinderen altijd wat stug en gesloten is geweest, kan zijn kleindochter uiteindelijk niets weigeren. Zij pakt hem in, als het ware.
Als ik terugdenk aan mijn schoonvader, herinner ik me dat hij over een enorme psychologische gereedschapskist beschikte om maar niet over emoties te hoeven praten. Ik vond het mooi om haar daar doorheen te laten breken. Zij stelt ook vragen die haar moeder hem bijvoorbeeld nooit gesteld heeft.
Je werkt met een gedempt kleurenpalet: tonen van sepia, bruin en blauw. Waarom koos je voor die tinten?
Ik wilde dicht bij het zwart-wit van de historische documenten blijven. Die kleuren stralen voor mijn gevoel ook een zekere eenzaamheid uit. Ik denk dat ik wel een melancholische aard heb, waardoor ik vaak bij dit soort tinten uitkom.
Je gebruikt ook collages met originele documenten. Is dat om de geschiedenis tastbaarder te maken?
De vraag welke rol historisch authentiek materiaal kan spelen in een beeldverhaal is een heel boeiend vraagstuk waar ik me verder in wil verdiepen. Het kan een beeldverhaal extra authenticiteit geven, terwijl een beeldverhaal op zijn beurt weer emoties kan toevoegen aan archiefdocumenten. In het najaar ga ik daar ook specifiek een artikel over schrijven voor Het Archievenblad, een vakblad voor de archiefwereld.
Jaap houdt krantenartikels over de oorlog bij als copingmechanisme. Een opvallend detail in je boek is dat hij de ogen van personen op de foto’s uitbrandt met een sigaret. Deed Bram dat ook?
Nee, Bram was eigenlijk een hele lieve man, weliswaar nukkig en zwijgzaam. Ik zocht naar manieren om zijn binnenwereld te verbeelden, en toen dacht ik: wat zou in Jaaps geval de ultieme daad van agressie kunnen zijn? Uiteraard: het uitbranden van ogen in foto’s. Voor de ‘earlybird’-exemplaren van het boek waren de ogen ook letterlijk uitgebrand. Samen met mijn dochter heb ik dat bij honderd boeken gedaan. Het huis rook een week naar sigarenrook.
Wat je als lezer meteen voelt, is een diepe eenzaamheid die als een drukkende mist over het gezin hangt. Je refereert in een bepaald beeld ook aan de SIRE-campagne 'Wie is toch die man die op zondag het vlees snijdt?', die draait rond de afwezige vader. Welke impact denk je dat die eenzaamheid gehad moet hebben, niet alleen op de kinderen maar ook op de echtgenote?
Ik heb begrepen dat mijn schoonmoeder, Brams vrouw, het jammer vond dat hij niet meer de vrolijke jongen was op wie ze ooit verliefd was geworden. Hij was wel lief, maar ook somber, nukkig en stil, een beetje bozig. Dat past natuurlijk ook bij die generatie.
Hij is wel toegankelijker en opener geworden na dat interview en toen er in Amersfoort meer een herdenkingscultuur ontstond, met bijvoorbeeld reünies. Dat is in mijn boek ook een van de laatste tekeningen: hij werd kleiner naarmate hij ouder werd, maar voelde zich tegelijk groter. Dat hebben de kinderen ook zo ervaren.
Een zeer aangrijpend beeld in je boek is de dood van Teun, een vriend van Jaap en mede-dwangarbeider. Teun ligt dood in de sneeuw, met boven hem de schaduw van het vliegtuig dat deelnam aan zijn dood. Is die geschiedenis ook echt zo gebeurd?
Nee, dat heb ik toegevoegd. Ik heb wel in een boek van lotgenoot Henk Sintniklaas, De SS-frontarbeiders van Kamp Amersfoort, gelezen dat soortgelijke situaties effectief gebeurden. Toen ze bevrijd waren door de Russen, moesten ze nog door Duitsland naar het westen. De oorlog was daar op dat moment heel heftig, er vielen nog bommen en er zijn nog veel mensen omgekomen. Daarom heb ik er één zo’n situatie uitgepikt en het personage Teun genoemd, om die geschiedenis tastbaarder te maken. Dat is eigenlijk opnieuw zo’n microgeschiedenis.
Wat was de reactie van de familie op Het Zwijgen van Jaap?
De kleindochter en mijn schoonzus vonden het van in het begin heel bijzonder en mooi. De kleindochter is nu midden veertig en geeft les aan een klas met kinderen van elf, twaalf jaar, waardoor ze ook over het boek kan vertellen. Het was erg interessant voor die leerlingen, want hun juf zit zelf in het verhaal. Zij hebben ook veel feedback gegeven op het concept.
Mijn man, de oudste zoon van Bram, is al veertien jaar overleden en de familie vindt het heel bijzonder dat het verhaal via mij verdergaat. Ze waren heel betrokken bij het proces. Ik heb op een bepaald moment wel duidelijk gemaakt dat het niet letterlijk het verhaal van Bram is. Hij vormt de aanleiding, maar ik heb veel zaken toegevoegd.
Het Zwijgen van Jaap is je eerste beeldverhaal. Wat mogen we in de toekomst nog van je verwachten?
Ik ben heel erg gegrepen door dit soort verhalen uit de werkelijkheid, dus ik wil wel op dat pad verdergaan. Ik heb ook een heel parcours afgelegd om hier te geraken. Ik studeerde visuele communicatie aan de kunstacademie en daarna film- en televisiewetenschap, waarna ik communicatieadviseur ben geworden. Dat vind ik een heel boeiend vak, maar ik heb lange tijd weinig gedaan met tekenen. Nu voelt het alsof het echt begonnen is, en ik wil daar graag mee doorgaan. Vooral historische verhalen persoonlijk maken vind ik heel boeiend.
Ik werk momenteel aan een verhaal dat zich afspeelt op een Iers eiland en gebaseerd is op waargebeurde feiten. Daar werd in 1934 een film over het leven op dat eiland opgenomen, Man of Aran. Die heeft een enorme impact gehad op het eiland, de hoofdrolspelers en de andere bewoners. In het najaar ga ik als Artist in Residence naar dat eiland om aan dat verhaal te werken. Dat wordt mijn volgende project.
Het Zwijgen van Jaap telt 128 pagina’s en werd uitgegeven door Oogachtend.