Grensgebied: Lies Van Gasse over Vliegoefeningen
7 december 2021 


In Vliegoefeningen werpt dichter en illustrator Lies Van Gasse een nieuwe blik op de natuurpoëzie van Guido Gezelle. Met de bundel opent ze de dialoog tussen onze leefwereld en die van de klassieke Vlaamse dichter.

door Lauren Borremans.

grensgebied-lies2

Hoe kwam je op het idee om van de gedichten van Guido Gezelle een graphic poem te maken?
Vliegoefeningen kwam er op vraag van het Guido Gezellearchief. In het verleden heb ik ooit een graphic poem gemaakt van de cyclus Exodus van Hugues C. Pernath. Toen het Gezellearchief dat boekje zag, vroegen ze of ik ook een bewerking kon maken van de gedichten van Guido Gezelle. Ze wilden enerzijds graag een crossmediaal project opzetten voor het poëzieonderwijs, waarvoor ik een aantal workshops over het werk van Gezelle gaf aan leraren in de lerarenopleidingen. Anderzijds kwam ook het idee naar boven om opnieuw een graphic poem te maken, wat ik best een boeiende vorm vind om bestaande gedichten in te gieten. De nieuwe omgeving waarin het gedicht kan bestaan, leidt tot een andere interpretatie van de tekst en trekt zo weer nieuw publiek aan. Ik werd meteen enthousiast om hiermee aan de slag te gaan.

Gezelle was in zijn tijd volgens mij wel een activistische figuur, maar dat is op sommige vlakken naar de achtergrond verdwenen.

Kon je je makkelijk verhouden tot de gedichten van Gezelle?
Het imago van Guido Gezelle is natuurlijk niet heel modern. We kennen hem vooral als iemand die als priester en als leraar veel betekend heeft voor de poëzie. Maar los daarvan had hij ook een enorme voorliefde voor de natuur en via die eigenschap vond ik een ingang in zijn werk. Net als bij Gezelle spelen de natuur en ecologie een rol in mijn poëzie. Als stadsdichter voor de stad Brugge kon ik mij daar verder op toespitsen en schreef ik op vraag van de bosdichters van het Lappersfortbos teksten die met natuur te maken hadden. Dat maakte het heel evident om een link te leggen tussen het werk van Gezelle en dat van mezelf. Hij gebruikt de natuur om het te hebben over zijn eigen plaats in de wereld en over zijn verhouding tot God. Met die kwesties zijn we vandaag de dag nog steeds bezig. Wat is mijn plaats in de wereld? Spelen we zelf niet teveel voor God? Gedragen we onszelf niet teveel als superieure wezens? Het zijn vragen die we ons steeds meer stellen en dat zijn elementen die je ook in zijn poëzie terugvindt.

 

Beeld je om die reden ook veel mensen af in de bundel? In de poëzie van Gezelle speelt de natuur vaak net de hoofdrol.
Voor zover je het een hoofdpersonage kan noemen, werk ik in de bundel met een heel klein fantasiepersonage dat vanuit een boom vertrekt en een tocht onderneemt. Dat personage komt dan allerlei “echte” personages tegen die in mijn interpretatie transformaties zijn van wie Gezelle nu zou kunnen zijn en wie hij ook voor een deel was. Zo vind je in de bundel vogelspotters. De manier waarop zij de natuur beleven is ook een gegeven dat in de gedichten van Gezelle zit. Het zoeken naar orde in de natuur en de wil om die orde te vatten is iets dat vogelspotters en Gezelle gemeen hebben met elkaar. Een ander voorbeeld zijn de fotografen.

 

Met zijn taal geeft Gezelle bepaalde natuuraspecten zo accuraat weer, dat hij net fotografeert met woorden. En de bosbezetters konden ook niet ontbreken. Ergens in de bundel beeld ik een soort betoging af, omdat dat ook een rol is waarin je hem vandaag de dag zou kunnen terugvinden. Zo zijn er nog een aantal personages in de bundel die personificaties van Gezelle zijn.

Zou je Gezelle dan een klimaatactivist kunnen noemen?
Hij was in zijn tijd volgens mij wel een activistische figuur, maar dat is op sommige vlakken naar de achtergrond verdwenen. De natuurgedichten die hij schreef als jonge dichter zijn best revolutionair en activistisch getint. Denk maar aan zijn gedicht De mandelbeke, waarin hij opkomt voor het behoud van de Mandelbeek in Brugge. Ecologie lijkt mij ook de factor die zijn leefwereld met de onze verbindt. Tegenwoordig is het klimaat een actueel thema dat vooral door jongeren wordt opgeëist. Als we kijken naar de klimaatdichters bijvoorbeeld, zien we vooral jonge mensen die de spreekbuis zijn voor ecologische kwesties. Maar er zijn ook veel oudere mensen die zich hiervoor inzetten of hebben ingezet. De mensen die gestreden hebben voor het behoud van het Lappersfordbos in Brugge bijvoorbeeld zijn nu zestigers. De bezorgdheid die wij delen over het klimaat lees je ook terug in zijn gedichten.

 

Mocht je zelf de selectie maken van de gedichten in de bundel?
Ja, ik ben eerst op zoek gegaan naar gedichten waarin ik me aangesproken voelde als dichter. In zijn religieuze en contemplatieve poëzie kon ik me minder vinden, maar in mijn zoektocht stuitte ik wel op minder gekend werk dat nog fris en actueel was. Het laatste gedicht in de bundel, Boodschap van de vogels en andere opgezette dieren, is zo’n gedicht. Naast humor bevat het ook veel poëtische kenmerken van Gezelle; zijn accurate observaties, zijn ritmische stijl. Je kan het bijna voorlezen alsof het een slamgedicht avant la lettre is. Ik vond het fijn om een Gezelle te laten zien die nog niet zo gekend was.

 

De verschillende gedichten verweef je samen tot een geheel. Was het makkelijk om hier een rode draad in te vinden?
Mijn eerste opzet was om een tweeluik te maken met mijn eigen bundel over insecten. Dat werkte helaas niet zo goed, omdat ik niet meteen zag hoe ik dat in beeld moest weergeven. Wat wel werkte was om het “vliegen” als thema te benaderen. Je kan dit opvatten als het wentelende en het zoekende dat in zijn poëzie zit, maar ook het vliegen in de zin van naar de hemel gaan en natuurlijk ook de vliegende dieren die in zijn gedichten steeds terugkomen. Toen ik dat thema in het werk zag, wist ik dat ik de rode draad had gevonden.

 

Voor Vliegoefeningen moest je bestaande tekst illustreren, maar je maakt ook graphic poems waarbij je zelf de tekst en het beeld bedenkt. Is dat een ander proces?
Er is meer wisselwerking als je verantwoordelijk bent voor de tekst en het beeld. Er zijn delen van het verhaal waar je vanuit de beelden vertrekt en daar tekst bij schrijft, en delen waar je vanuit de tekst vertrekt en daar beelden bij plaatst.

Het voelt meer als een collage aan, waardoor het moeilijker is om er een geheel van te maken en te beslissen wanneer het af is. Wat ik vooral belangrijk vind bij graphic poetry is het spanningsveld tussen de tekst en het beeld. Ik zorg ervoor dat ik genoeg fysieke en semantische ruimte laat op het blad wanneer ik een graphic poem maak.

Als je zelf een dichter kon kiezen waarrond je een graphic poem zou maken, wie zou dat dan zijn?
Toen de graphic poem over Pernath verscheen, leek het mij wel fijn dat hieruit een reeks zou ontstaan over gestorven dichters die geherinterpreteerd worden door hedendaagse tekenaars. Als ik zelf een bijdrage zou leveren, zou ik werken rond de poëzie en de proza van Paul Snoek. Misschien wel een project voor in de toekomst.

 

Vliegoefeningen telt 88 pagina’s en is verschenen bij Poëziecentrum.
De bijhorende expo rond de graphic poem van Lies Van Gasse loop nog tot 31 december 2021 in Bibliotheek Biekorf in Brugge.

Website Lies Van Gasse »
Bestel Vliegoefeningen »




Gerelateerde berichten