Het Verhoor: Martha Verschaffel over Passages
5 december 2021 


Onlangs verscheen bij Bries met Passages de tweede graphic novel van Martha Verschaffel. Er wordt in het boek genoeg puzzelwerk overgelaten aan de lezer in een mozaïekvertelling waarin vier verhaallijnen over oa keuzes maken elkaar af en toe overlappen. We hadden een gesprek met Martha over haar nieuw boek, oude videogames, grafiet en over keuzes maken in het leven.

door Bruno Willaert.

verhoor-martha2

Proficiat met je nieuw boek Passages dat onlangs verschenen is bij Bries! In vijf hoofdstukjes word je geloodst doorheen vier verhalen die schijnbaar niks met elkaar te maken hebben maar elkaar wel regelmatig overlappen (de mieren) en komen op het einde toch samen. Wat moet de lezer nog meer weten over Passages?
Passages speelt met de verwachting van een lezer die die vier verhaallijnen aan elkaar wil koppelen. Vaak wil je, als lezer, dat op het einde alles als een mooie puzzel in elkaar zal vallen. Je krijgt doorheen het boek wel, vaak subtiele, aanwijzingen die suggereren dat de verhalen toch niet helemaal los van elkaar staan, maar je kan als lezer zo ver gaan als je zelf wilt in het verbinden van die verhalen en in het uitspitten van die aanwijzingen. Ik ben zelf steeds benieuwd naar de verschillende manieren waarop die aanwijzingen geïnterpreteerd en aan elkaar gelinkt zullen worden.

Ik vind het zelf ook belangrijk dat je het boek op om het even welke pagina kan openleggen en het beeld als beeld op zich kan bekijken. Los van om het even welk verhaal.

Traagheid is altijd een onderdeel van mijn verhalen of tekeningen.

Belangrijke thema’s die in het verhaal terugkeren lijken wachten en keuzes maken te zijn. Is het boek een soort van therapie voor jou (lacht)?
Therapie zou ik het zeker niet noemen, maar ik heb wel vijf jaar gewerkt aan het boek. Automatisch wordt zo’n verhaal dan een deel van je leven en dus ongetwijfeld ook omgekeerd. Het boek is op die manier vanzelf beginnen gaan over opgroeien, de keuzes die je daarbij moet maken en de mogelijkheden die je daardoor laat liggen. Maar ook al liggen er zeker herinneringen, ervaringen of twijfels van mezelf aan de basis, ik zie het daarom nog niet als een autobiografisch verhaal.

 

Traagheid is altijd een onderdeel van mijn verhalen of tekeningen. Ik hou zelf ook veel van films of boeken waarin dit een belangrijke rol speelt, zoals de films van Chantal Akerman. Ik zie mijn beeldverhaal dan ook meer als een film die af en toe op pauze wordt gezet dan als een stripverhaal. Ik vind dat grensgebied tussen boek, beeld, film en strip een boeiende plek om tussen te zweven.

Het videogame in het verhaal brengt ons terug naar de Atari Game Console van de jaren 80, maar je bent zelf pas geboren in 1987. Vanwaar je keuze voor dat soort video games?
Ik hou eigenlijk helemaal niet van computergames en ken er ook amper iets van. Ik denk dat het eerder uit een fascinatie voortkomt voor mensen die zich daar helemaal in kunnen verliezen, die daar zoveel tijd aan kunnen spenderen en het gevoel hebben dat ze zich in twee werelden tegelijk bevinden. Ik kan me daar heel moeilijk in inleven of herkennen, maar vind het wel intrigerend om te zien. In mijn verhaal is er dan ook geen interactie tussen de man die het computergame speelt en de vrouw die ook in haar eigen wereld vastzit. Ze bevinden zich wel in dezelfde ruimte, maar leven naast elkaar.

Het videogame in het boek is een heel erg geabstraheerde, uitgepuurde versie van één van de andere verhaallijnen in het boek. Ik hou ervan om met die abstracties te spelen in mijn tekeningen. Vandaar ook de vele close-ups of details in de beelden. En vandaar dat ik dus ook teruggrijp naar de heel erg eenvoudige, eerste videogames, waarin je met een paar rechte lijnen iets moet proberen weergeven.

 

Net als in je vorige boek Lily maak je enkel gebruik van grafiet om je verhaal te tekenen. Zelfs bij de cover van het boek lijkt het alsof je er per ongeluk teveel over gewreven hebt. Is daar een speciale reden voor?
Ik merk dat de afwezigheid van kleur veel mensen opvalt, maar het is voor mij geen bewuste keuze om wel of niet met grafietpotlood te tekenen. Ik grijp er naar zonder er bij na te denken en heb niet het gevoel dat ik er al mee uitverteld ben. Grafiet is zo’n rijk materiaal, waar je evengoed mee kan kleuren als met een kleurpotlood. Ik speel graag met de nuances in donker en licht en in de grijswaarden. Het papier waarop ik werk is wel heel specifiek, en zorgt ervoor dat grafiet net iets makkelijker uitwrijft. Net als het gommen, dat voor mij evengoed een essentieel tekenmateriaal is als mijn potlood. Ik werkte voor dit boek ook deels met grafietpoeder, waarmee je grote, zachte grijze vlakken krijgt.

Omdat ik de pagina’s niet fixeer, lang laat liggen, soms overplak met stukken papier, veel herwerk of bijwerk, … krijg je vanzelf veel vlekken. Ik ga ze nooit met opzet maken, maar ze zijn eigen aan mijn manier van werken. Dus horen ze voor mij ook bij het beeld.

 

De cover brengt alle vormen van de lay-out doorheen het boek samen. Waarom vindt de passage met de koffie plaats in een soort van kubus?
Iedere verhaallijn speelt een eigen spel met zijn cadrage. Naar het einde van het verhaal toe wordt het belang van die kaders steeds duidelijker, en krijgen ze niet alleen een vormelijker, maar ook een inhoudelijke rol in het verhaal. Dat belang wilde ik ook benadrukken door de rasters over elkaar heen op de cover van het boek te plaatsen, zodat er een nieuw beeld ontstaat.

De meest opvallende cadrage is inderdaad die vervormde kubus. De personages in die verhaallijn zitten dicht op elkaar, maar leven ook naast elkaar. Door het vreemde perspectief van het kader waarin ze (vast) zitten, wordt hun ruimte letterlijk beperkt, en wil ik die beklemmende, bevreemdende sfeer versterken.

 

Je vorige boek Lily dateert intussen al van 2015. Heb je zoveel tijd nodig om een boek te laten rijpen?
Een boek start voor mij met het samenrapen van ideeën, boeken of films die ik ontdek, beelden die me bijblijven, dromen die ik heb, dingen die ik graag wil tekenen of vertellen, … Het heeft best wat tijd gekost om die losse elementen samen te laten komen. Ik kan een verhaal niet forceren en werk niet met een storyboard of omlijnd idee als ik een boek maak. Het tekenen gebeurt zelfs helemaal niet chronologisch. De volgorde, het ritme en chronologie werden eigenlijk pas naar het einde toe beslist. Ik vind het boeiend om pagina’s te wisselen, met elkaar te laten interageren, en dan te beslissen welke invloed dit heeft op het verhaal en welke beelden elkaar kunnen opvolgen.

 

Als je zo lang aan een boek bezig bent, heb je ook veel tijd om die volgorde steeds te herbekijken, pagina’s te vervangen en het verhaal laten beïnvloeden door toevalligheden. Tussendoor blijf ik wel andere opdrachten doen, expo’s, beelden en zines maken. Die afwisseling heb ik nodig, om het geduld en de rust te vinden om zo’n verhaal te kunnen laten rijpen. Die werken niet afleidend, integendeel, ze geven vaak nieuwe energie en ideeën die ik ook in het boek kan gebruiken.

Klassieke afsluiter: welke projecten liggen momenteel nog op de tekentafel?
De laatste fase van zo’n boek is zeer intens. Plots moet er een zekere structuur in die chaos komen. Na afloop moet ik dus altijd even bekomen voor ik een nieuw project concreet wil maken. De dromen en nachtmerries die ik ’s nachts heb liggen meestal aan de basis van een nieuw idee. En zolang ik zo’n dromen blijf hebben en bijhouden, zullen die ongetwijfeld wel weer tot iets nieuw leiden.

 

Passages telt 240 pagina’s en is verschenen bij Bries.

Website Martha Verschaffel »
Bestel Passages »




Gerelateerde berichten