Het Verhoor: Dagmar Verfaillie over Het Lange Wachten
23 januari 2022 


Je gelooft het misschien niet, maar in quarantaine zitten heeft echt wel ook zijn voordelen. Net als veel andere tekenaars heeft Dagmar Verfaillie dag en nacht getekend en dat zware werk heeft opgeleverd. Hij mocht in december zijn allereerste graphic novel Het Lange Wachten voorstellen. We zijn benieuwd hoe trots Dagmar nu wel is.

door Veerle Devos.

verhoor-dagmar2

Dag Dagmar! Wat moet de lezer weten over jou?
Ik ben Dagmar Verfaillie (40). Ik ben beeldhouwer van opleiding en ben al sinds mijn jeugd gefascineerd door strips en in het bijzonder voor graphic novels. Na mijn opleiding aan Sint-Lucas Gent is de beeldhouwkunst voorgoed uit mijn leven gedwarreld. Aan Sint-Lucas Gent hield ik vooral een haatgevoel over aan alles wat kunst met de ‘grote K’ was. Het hele wereldje bestond vooral uit mensen die elkaar kenden en de uitleg was vaker belangrijker dan het werk zelf. Metier, ambacht, vakkennis waren waardeloze eigenschappen geworden. Het is net toen dat ik me nog meer gesterkt voelde om in te zetten op illustratie en alles wat daarmee te maken had. Ook tattoos ontwerpen en zetten viel voor mij in dezelfde lijn.

Dat het zo dicht bij mijn eigen leefwereld blijft is iets wat je voelt vind ik. Dat zit hem in kleine dingen, details, die vaak niemand ziet, maar ik wel.

Na héél véél tekenen had ik wat mijn eigen stijl te pakken. Doorheen de jaren heb ik deze meer en meer uitgepuurd. Daarna ben ik begonnen met het maken van korte verhalen, waarmee ik tot mijn grote verbazing enkele prijzen won. Toen heb ik besloten om met twee bevriende tekenaars Striptic op te richten. Dat was een soort strip collectief die vooral bedoeld was om elkaar te versterken en elkaar heel kritisch te beoordelen. Het was een superleuke periode waar veel ideeën in ontstonden en de samenwerking een soort creatieve stimulans en boost gaf aan ons allen. We tekenden samen kortverhalen, bierkaarten, etiketten tot reclamecampagnes en zelf een heel café, inclusief toog en muren, vol.  Daarna kwamen de verhalen voor strips aan de beurt. Jim (Jimmy Hostens) en Stef (Steven Selschotter) kwamen met Katelijne van Brugge op de planken en daarna zat Jim samen met Rino (Rino Feys) om de tweedelige oorlogsnovel Altijd ergens Oorlog bij elkaar schrijven. Het was ook in deze periode dat ik het hele klad van Het Lange Wachten bij elkaar pende en tekende. Maar doordat mijn tattoo carrière in een stroomversnelling terecht kwam en ik ook mijn eigen zaak Arthouse The Liner uit de grond stampte werd alles wat te veel. Met spijt in het hart stapte ik uit Striptic en borg mijn script op in de kast.

En toen was er twaalf jaar later corona, waardoor ik voor maanden verplicht mijn zaak moest sluiten. Het uitgelezen moment dus om mijn lang weggeschoven droom alsnog waar te maken. Er volop voor gaan was dus de enige boodschap. En ik heb er geen spijt van, ook al moet ik wel zeggen dat er verdomd veel werk in kruipt.

 

In jouw Arthouse The Liner creëer je tatoeages maar beoefen je ook verschillende andere kunstvormen zoals illustreren en schilderen. Al jouw artistiek werk is sterk beïnvloed door Jugendstil / Art Nouveau. Wie zijn jouw favoriete artiesten binnen deze kunststroming ?
Mijn stijl is inderdaad sterk beïnvloed door Art Nouveau. Hoofdzakelijk Alphonse Mucha heeft daarvoor gezorgd. Deze Praagse artiest bedacht een totaal nieuwe stijl van illustreren. Zijn composities en zacht kleurenpalet in combinatie met de harde outlines van zijn figuren vind ik adembenemend. Hoe deze schitterende stijl zowel in architectuur, vooral door mensen als Victor Horta, als in illustraties of sculpturaal werk is doordrongen van elegantie heeft me altijd al aangesproken. Die sierlijke zweepslaglijnen, de prachtige bloemen, de stralende aureool, … Ik kan er uren over praten. Daarnaast ben ik ook heel sterk beïnvloed door Neoclassicistische beeldhouwkunst. Als je Antonio Canova’s beeldhouwwerken bekijkt en je voegt daar een streepje Barbara Canepa (van Sky Doll) aan toe in een omkadering geïnspireerd op Mucha, dan kom je wel in de buurt van perfectie denk ik.

 

Jouw verhaal straalt een heel melancholische warme sfeer uitstraalt. Je kiest vooral voor de herfstkleuren oranje, bruin, groen,… vanwaar deze keuze?
Ik denk dat dit gewoon mijn kleurenpalet is in het algemeen. Het zijn ook eveneens de typische Art Nouveau kleuren. Maar toen ik voor het eerst de strips Samber van Yslaire in handen kreeg en zowat in dezelfde periode Zoo van Frank Pé. wist ik wel dat deze kleuren ook mijn pallet binnen een graphic novel zouden worden. Het is ook een melancholisch verhaal dus passen die iets uitgewassen kleurtinten het best. Ze werken de weemoed in de hand terwijl het er niet te vingerdik op licht. Ik vond het trouwens ook een hele uitdaging om doorheen het hele verhaal ongeveer dezelfde timbre te creëren terwijl sommige stukken zich in de winter en andere zich in de zomer afspelen. Het was voor mijn in ieder geval een leerproces, in hoever je kunt verschillende kleuren toevoegen aan een pagina zonder je sfeer te verliezen. Het mag nooit een kakofonie aan kleuren worden maar daarentegen mag het ook niet te monochroom aanvoelen. Al doende leert men hé.

 

Jouw verhaal voelt heel persoonlijk aan. Zijn de gebeurtenissen semiautobiografisch?
Ja, grotendeels wel. Mijn opa heeft me net zoals bij het hoofdpersonage een gelijkaardig verhaal vertelt, niet lang voor hij stierf. Bepaalde scènes zijn dus zeer letterlijk vertaald. Uiteraard heb ik hier en daar wat aangepast en het einde een iets verhalende twist gegeven. Maar ook het verhaal van “De Boontjes” is echt het verhaal dat mijn opa elke keer op familiefeesten met veel enthousiasme vertelde. Dat het zo dicht bij mijn eigen leefwereld blijft is iets wat je voelt vind ik. Dat zit hem in kleine dingen, details, die vaak niemand ziet, maar ik wel. Het verhaal van Marie-José heeft mijn opa echter nooit aan iemand anders binnen mijn familie verteld. Noch mijn tantes of nonkels of ouders hadden daar ooit iets van vernomen. Ook dat hield me heel lang bezig, het leek wel alsof hij het verhaal per se aan mij kwijt moest. Alsof hij wist dat ik er misschien iets zou mee doen. Het is wellicht wel iets wat ik mezelf wijsmaak… wie weet?

Zelf ben je afkomstig uit Roeselare. Heb je ergens een favoriet stukje van jouw geboortestad in jouw graphic novel verwerkt?
Ik ben inderdaad van Roeselare afkomstig en woon hier nog steeds. Ik had eerste gekozen om het verhaal op een fictieve locatie te laten plaatsvinden. Vooral omdat ik Roeselare op zich niet de meeste mooie of exotische plaats op aarde vind. Toch zeker niet in vergelijking met de mooie Canadese landschappen en steden zoals in Magazin General van Loisel en Tripp (lacht). Maar na een tijdje denken en wat praten met vrienden kwam ik er toch achter dat het de eerlijkheid van het verhaal zou ten goede komen om de locatie net wel te bepalen. En uiteraard zijn er dan plaatsen die er zeker in moesten. Zo is er de Ardooisesteenweg, waar de tram destijds echt wel naar Ardooie reed. Maar ook de Saint Georges. Dat is een café aan het station van Roeselare waar ik vroeger veel tijd heb gesleten en erboven ook nog enkele jaren heb gerepeteerd. Maar het frappante eraan is wel dat mijn opa beschreef dat hij haar daar had ontmoet. Op de achtergrond in het café zie je ook nog een oude affiche hangen van Rodenbach. Ooit heb ik in de tijd nog met Striptic een moderne versie op deze affiche gemaakt die daarna op tinnen platen gedrukt werd door Rodenbach. Die oorspronkelijke affiche hangt daar nu nog steeds. Dus die mocht zeker niet ontbreken.

Daarnaast is de belangrijkste locatie het oude kerkhof in Roeselare. Hier kom ik al jaren. Heel veel heb ik daar al zitten schetsen. Het is het mooiste en idyllische stukje van de stad. En ongeveer in het midden staat het prachtige beeldhouwwerk van de Roeselaarse beeldhouwer Jules Lagae. Het is een pleurante, dat is een verdrietige wenende (meestal) vrouwelijke figuur die over het graf de overledene staat gebogen. Het was een type beeld dat wel vaker voorkwam rond de eeuwwisseling en dat je hier en daar nog aantreft op oudere begraafplaatsen. Maar deze is zo mooi, zo adembenemend stil. Die mocht niet ontbreken in mijn graphic novel. En zowaar had ik toevallig toch wel een scène op het oude kerkhof nodig zeker! Blijkbaar zou er ook een versie van bestaan in de oude graf gaanderijen van Laken, het Père Lachaise van Brussel. Maar ik ben er zeker van dat de Roeselaarse de mooiste is.

Wat me opviel is dat we de naam van het vrouwelijk hoofdpersonage niet te weten komen. Ze wordt nooit aangesproken met haar naam, wel met ‘meisje’ en ‘kleintje’, en zelfs op de brief van haar grootvader kunnen we haar naam niet lezen. Heeft dit een specifieke reden?
Eigenlijk wou ik haar geen naam geven. Er heeft niemand een naam in het verhaal, enkel de opa, Gerard Deschoenmacker, die een fictieve naam is omdat ik ten opzichte van mijn familie zijn echte naam niet wou gebruiken (maar hij was wel schoenmaker, net zoals de helft van Izegem) en dan natuurlijk Marie-José Lagrange, eigenlijk de enige naam die echt moest opvallen en die ook telkens geheel wordt vermeld gedurende het hele verhaal.

Ik hou niet van zeer afgebakende verhalen.

Maar het hoofdpersonage wilde ik geen naam geven. Ik wou dat iedereen zich zoveel mogelijk met haar kon identificeren. Als je haar Emma, Mona of Claire zou noemen, is er altijd wel iemand aan wie je die naam kan linken. Dat wou ik vermijden. Er is trouwens zoveel mysterie rond dit personage,  dat vind ik zelf  fascinerend. Je krijgt een kleine inkijk in iemands leven, heel kort, en voor je het weet is het weer voorbij en weet je ook niet hoe het verder gaat. Ik hou, net als auteur Bart Moeyaert, niet van zeer afgebakende verhalen. Al jaren ben ik in de ban van zijn boek Het is de liefde die we niet begrijpen. Hier krijg je ook drie 3 verhalen. Je leest ze, je verdiept jezelf in de dialogen en voor je het weet is het verhaal ten einde.

Liggen er nog andere plannen op jouw tekentafel?
Wel, om eerlijk te zijn heb ik er heel lang aan gedacht om Het is de liefde die we niet begrijpen in een graphic novel om te toveren. Maar het is zo moeilijk om te beslissen wat getekend wordt en wat tekst blijft. Het mag ook niet overkomen alsof je een illustratie maakt bij een boek en er de hele tijd een vertelstem boven je hoofd hangt. Dus voorlopig heb ik deze plannen in mijn twaalfjarige kast opgeborgen.

 

Momenteel ben ik samen met copywriter Brecht Vande Walle de laatste hand aan het leggen aan een tattoo boek. Het is een soort basisboek, met veel know-hows over het vak, voor de leek en voor die hard tattoo fan. Met daarbij een selectie van een 50 tal uitmuntende tattoo artiesten in Vlaanderen. Dit boek komt uit bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts en zou begin maart in de rekken moeten liggen. Dus veel rust zat er niet in na de release van Het Lange Wachten. Maar dat houdt het leven boeiend natuurlijk. Ik denk dat ik na de Tattoogids misschien wel even uitblaas maar anderen plannen zijn er nog zeker. Ik denk dat ik nu nog meer de smaak te pakken heb.

Ik zit ook al een hele tijd te broeden op “het dagboek van een tatoueur”, misschien een iets meer Guy Delisle-achtige novel. Daar kan ik alvast wel wat verhalen in kwijt. Want als ik één ding hoor hier op de tattootafel zijn het wel verhalen. Stilzitten zal er niet in zitten vrees ik, zo zit ik niet in elkaar.

Kan je andere beginnende tekenaars misschien een gouden tip geven als ze hun strip willen laten uitgeven?
Ik denk dat de gouden tip vooral nooit opgeven is. Voor je doel gaan en nooit stoppen met kritisch te zijn voor jezelf. En vooral doen waar je zelf in gelooft. Uitgeverijen kunnen je maken of kraken, maar ik heb ook wel geleerd ondertussen dat je niet bepaald een uitgeverij moet vinden. De wereld ligt internet gewijs aan ons voeten. Dus als je sterk staat en je wil ervoor gaan kan je in principe alles zelf. Heel wat schrijvers brengen in eigen beheer uit. Er is een nieuwe markt ontstaan waar je als artiest volledig jezelf kan in zijn. Het vraagt natuurlijk veel tijd en veel inspanning maar het lukt ook wel. Want als je iets van promo wil moet je het zelf zien te regelen. Niet dat ik tegen uitgeverijen ben, verre van! Maar voor sommigen is die stap soms heel groot. De wereld ligt aan je voeten, begin dus maar te stappen.

Veel succes nog met je verdere artistieke plannen!

 

Het Lange Wachten telt 88 pagina’s en is verschenen bij LIJNWERK.

Bestel Het Lange Wachten »
Website Dagmar Verfaillie »




Gerelateerde berichten