Het Verhoor: Josse Pommé en Antje YA
12 december 2022 


Voor wie thuis is in de Vaderlandse filmgeschiedenis zal de naam Harry Kümel wel een belletje doen rinkelen. Films als Monsieur Hawarden, Daughters of Darkness en Malpertuis behoren tot het collectief geheugen van de al iets oudere filmliefhebber. Zijn laatste film Eline Vere dateert intussen alweer van 1991, een jaar waarin de stripmakers Josse Pommé en Antje Y.A. nog niet geboren waren. Dat hield ze niet tegen om met Huis van Harry een ode te brengen aan de Vlaamse cultregisseur. Een gesprek in een statig herenhuis zoals in de strip zou passend zijn om in de sfeer te komen. We hielden het uiteindelijk bij een gezellige koffiebar in Gent.

door Bruno Willaert.

verhoor-josseantje2

Vorige week publiceerden we met Huis van Harry jullie eerste samenwerking op Pulp deLuxe. Hoe hebben jullie elkaar gevonden?

Josse: Antje heeft mij gevonden, omdat hij een maniakale verzamelaar van interessante fenomenen is.

Antje: Ik heb hem ontdekt door zijn strip Grappo in Stripgids #10. Ik dacht direct aan Lee Bermejo. Dat was een heel sfeervol stripje, vooral met dat kleurenpalet dat van blauw naar bruin gaat.

Josse: Ja, daarin probeerde ik Harry Potter na te doen.

Ik was teleurgesteld dat hij geen wijf was

Antje: Daarna kwam de PéPé Soirée met de uitreiking van de Plastieken Plunk eraan. Bij een Pulp deluxe-vergadering waren we aan het brainstormen over wie de affiche zou ontwerpen en voor mij stak hij er wel bovenuit. Daarna heb ik hem gecontacteerd via Instagram.

Josse: Ik was teleurgesteld dat hij geen wijf was (lacht). Antje zijn profielfoto komt uit Daughters of Darkness van Harry Kümel. De vrouw op zijn profielfoto is Gravin (en vampier) Bathory (gespeeld door Delphine Seyrig) die ook in de strip zit, maar Antje bleek dus geen blondine te zijn.

Antje: Dat resulteerde in de illustratie voor de PéPé Soirée, geïnspireerd door de filmaffiche van Army of Darkness. Daarna had hij nog een soort van mugshot gemaakt van Plunk. Daarin heb ik voor het eerst sturing gegeven in zijn illustratie. Dat was voor mij de eerste keer dat ik dacht, oké, misschien zit hier meer in.

 

Met Huis van Harry eerden jullie de Vlaamse cultregisseur Harry Kümel. Er wordt duidelijk gerefereerd naar Malpertuis in de strip en naar de schrijfstijl van Jean Ray. Vanwaar jullie fascinatie voor Harry Kümel?

Antje: Ik heb veel affiniteit met ondergewaardeerde cineasten of gewoon artiesten in het algemeen. Bij Harry Kümel was het voor mij persoonlijk de eerste keer dat de Vlaamse cinema groter bleek dan alleen de slechte reputatie die het heeft. Ik vond dat het zich wel leende voor dit soort van ode, maar in eerste instantie zocht ik raakvlakken met Josse.

Josse: Ik denk dat we beide ook meer cinefiel zijn.

Antje: We zijn aan de praat geraakt en daar zijn veel zaken uit de bus gekomen. Ik was op het punt gekomen dat ik dacht dat er misschien een samenwerking inzat én dat ik een ode kon doen aan de man en zijn oeuvre. Belangrijk was ook dat de strip op zich moest staan. Als je Harry Kümel niet kent zou dat geen probleem mogen zijn.

Voor jou is het je debuut als stripscenarist. Je hebt het jezelf en de lezer niet makkelijk gemaakt met de wisselende vertelperspectieven van de twee hoofdfiguren, maar ook door tal van referenties. Hoe verliep de opbouw van het verhaal?

Antje: Ik vond het belangrijk dat ik mijn literaire ambities niet aan de kant schoof voor de strip. Ik weet dat als je samenwerkt in het stripmedium er een goede wisselwerking moet zijn tussen woord en beeld. Ik weet dat beelden primeren en er bij tekenaars een soort van taboe rust op overenthousiaste scenaristen.

Josse: … wat uiteindelijk ook zo was (lacht). We hadden op voorhand wel de afspraak gemaakt dat Antje de baas was. Hij moest zeggen wat ik moest doen. Daarna heeft hij me min of meer gedwongen om toch ook mijn eigen ding te doen. Zo was het zebratapijt mijn idee.

Antje: Het verhaal, het concept is echt wel mijn idee, maar het verwezenlijken zelf gebeurt altijd honderd procent in samenspraak met de tekenaar. Ik ben leverancier van een goed scenario, maar dan ook wel met respect voor de tekenaar. Ik denk dat we daar een goede balans in gevonden hebben.

 

Hoe verliep de wisselwerking tussen jullie bij het structureren van de strip?

Josse: Eerst heeft Antje het verhaal geschreven dat al vol zat met symbolische sprongetjes, zoals die haas die symbool staat voor Harry Kümel en de vos. Er kwamen een heleboel concepten bij, wat het voor mij aanvankelijk moeilijk maakte. Het was heel uitgebreid uitgelegd, maar daardoor was het minder praktisch voor mij. Ik snapte niet wat ik moest tekenen. Dan heb ik hem gebeld met die vragen.

Antje: Ik heb hem geen droog script gegeven. Ik heb hem een beetje meegenomen in mijn denkwijze. Ik heb hem daardoor wel stevig uitgedaagd in de samenwerking.

Josse: Daarna spraken we af met de modellen, want ik werk altijd met modellen. Dan hebben we samen gepingpongd om het storyboard in elkaar te steken. Vervolgens hebben we alle foto’s genomen van de personages, van Antje als model en van Patrick Van Laer van Filmhuis Klappei. De grootste uitdaging daarna was dat ik een gelimiteerd aantal foto’s had waarmee ik kon werken. En dan kwam Antje al met de volgende aanpassingen aan die nog moesten gebeuren.

Antje: Ik moet er ook bij zeggen dat Josse in Roeselare woont en ik in Antwerpen. De communicatie verliep dus vaak via Instagram en telefoon.

Josse: Ik kreeg dan lange spraakberichten die afgekapt werden op maximumlengte en dan voortgingen in de volgende (lacht). Het was vooral vervelend dat we niet naast elkaar zaten. Als hij mij iets klein vroeg was het gevolg dat ik een half uur moet prutsen, maar elke keer dat ik iets moest aanpassen was het ook beter. Ik ging me er sneller van afgemaakt hebben.

 

Had je geen schrik dat de lezer wat verloren gaat lopen als hij alle referenties naar het werk van Harry Kümel niet snapt?

Antje: Ik vond het belangrijk dat ik de lezer niet behandelde als zijnde dom. Ik spreek dan over de eyeflow, hoe je oog over de pagina gaat. Ik vind belangrijk dat je een beetje een uitdaging krijgt als lezer met de verschillende vertelstijlen, over hoe de composities gaan. Ik heb er ook expressionistische zaken in gedaan en wou ook het midden houden tussen een genreverhaal, een Haunted House verhaal. Aan de oppervlakte schep je dan al verwachtingen, maar door het taalgebruik dat ik in de woorden steek wordt het dan wat hoogdravender en lyrischer.

Josse: Dat is in feite je gevoel voor humor dat je erin steekt, niet? Als Harry Kümel hoogdravende taal gebruikt in zijn films, dan is dat poëtisch bedoeld, maar in jouw geval was het eerder ironisch, overdreven.

Antje: Je hebt twee personages in het verhaal. Het hoofdpersonage is Victor Hugo, een architectuurstudent die ook een dagboek bijhoudt. Hij heeft een sabbatjaar en daarin gaat hij “huizen kijken”. Hij heeft ook ambities om schrijver te worden, maar zijn beschrijvingen van zijn observaties zijn, zoals je zegt, een beetje overdreven en ironisch, waardoor er dan zo’n rare lyrische taal uitkomt. Dat is een beetje spelen met die literaire zaken, maar dan ook met het genre zelf, het Duits expressionisme. Alvorens wij gingen samenwerken zei Josse dat hij in twee stijlen werkt. Ofwel werkt hij in klare lijn, geïnspireerd door Mike Mignola

Josse: Ik werk wel in meer dan twee stijlen hé makker (lacht). Het kwam door het budget.

Antje: (onverstoorbaar) … ofwel in zijn hyperrealistische Lee Bermejo. Ik had hem nog niet gezien in zijn klare lijn. Hij heeft wel al zijn eindwerk aan LUCA School of Arts gedaan in die stijl, maar ook in een andere stijl. Hij heeft dus een graphic novel gemaakt in twee stijlen, wat wel absurd is.

Josse: En ik ga hem nog eens opnieuw tekenen in nog een andere stijl (lacht).

Antje: Voor mij zijn dat een soort van bouwstenen die dan één grote soep geworden is. Dat hebben we dan allemaal bij elkaar gesmeten en dit is wat er uitgekomen is.

Een Vlaamse Reus is uiteindelijk een konijntje, huppelend in een hobbelig, onvruchtbaar veld.

Grappig dat je jezelf opvoert ook als hoofdpersonage.

Josse: Dat was vooral praktisch, anders zou ik dat niet gedaan hebben. Ik gebruik mezelf ook constant als model. Maar Antje was geschikt als Victor Hugo. Ik had eerst mezelf in gedachten voor die rol. Als je hem omschrijft als een hautaine pompeuze architectuurstudent … dat ben ik eigenlijk hé?

Antje: Ik wou er wel iets autobiografisch in brengen, maar niet teveel. Het autobiografische aspect is dat mijn passie soms verblindend werkt. ik wou een studentikoze intellectuele bultenaar wat je niet veel ziet. De bultenaar is altijd een niet al te snuggere dorpsgek. Ik wou dat een beetje op z’n kop zetten. Ook het personage van Lampernisse, de huisman als het ware en de bewaarder van het licht, wou ik echt wel als een Scrooge-achtig figuur opvoeren, bijna clichématig een grompot zoals de figuur van Orson Welles in de film Malpertuis. Lampernisse in deze is ook een personage in de film en het boek, maar ik heb hem met een beetje creatieve vrijheid benaderd.

Waarom werd Harry Kümel geportretteerd als haas?

Antje: Dat komt door die Dracula-achtige, viscerale openingszin. Hij stond op de schouders van een Vlaamse Reus en daar zat al de nodige symboliek in. Een Vlaamse Reus is uiteindelijk gewoon een konijntje. Ik vind ook dat Vlamingen in het algemeen niet respectvol omgaan met hun erfgoed. We spreken dan wel over Vlaamse Reuzen, maar eigenlijk zijn het maar kleine konijntjes huppelend in een hobbelig, onvruchtbaar veld.

 

Josse, tijdens het werken aan Huis van Harry maakte je ook nog Moppermaan voor Pulp deLuxe, wat je ook kan zien als een ode aan Le voyage dans la lune van Georges Méliès, met dat verschil dat de maan in jouw strip naar de Aarde komt.

Josse: Het is blijkbaar moeilijk voor mij om voor iemand ‘tekenkundig’ butler te zijn. Blijkbaar vind ik het belangrijk om mezelf gezond te houden door ondertussen voluit mijn eigen ding te doen. Ik ben een strip aan het maken waarin ik zeven vergeten filmgenres aan bod laat komen. Ik had Amerikaans Oriëntalistische avonturenfilms als eerste, met The Golden Voyage of Sinbad, Duits-expressionisme, de Tim Burton-toestanden en nog een paar andere en de laatste was dan Le voyage dans la lune van Georges Méliès, een stille magische goochelshowfilm. Het is niet iets dat ik perse moet doen, maar het is wel iets waarvan ik werk kon maken als ik tijd heb en dat kwam goed uit naast Antje zijn ding. Ik tekende één pagina per dag en had dan nog altijd acht uur over had om er iets kleins tussen te doen.

Het absurde van de zaak is dat Huis van Harry een simpelere stijl heeft, maar meer tijd in beslag nam. Ik had iets nodig waarbij ik aan een stuk kon doorwerken in plaats van telkens op een antwoord te moeten wachten. In een half uur tijd kan ik twee prentjes tekenen in die hyperrealistische stijl. Het duurt ook een halfuur als Antje me vraagt of ik blokjes rond alle tekstballonnen wil zetten. Dan is het leuker om twee prentjes te maken (lacht).

 

In Moppermaan zie ik terug de invloed van Lee Bermejo, voor Huis van Harry gebruik je dus de stijl van Mike Mignola. Pas je je tekenstijl aan aan de hand van het bronmateriaal?

Antje: Bij Huis van Harry lag Mike Mignola van het begin op de voorgrond. The Corpse, uit de reeks Hellboy, was één van de strips van hem die we als referentie gebruikten, omdat er één pagina was waar je de compositie in alle richtingen kan lezen. Ik geil echt op compositionele fratsen, waar je experimenteel mee kunt omgaan. Een andere inspiratiebron, waar Josse echt de kriebels van kreeg, was de lettering van Alex Toth. Ik ben echt een sucker voor goede lettering en hij is er totaal geen fan van.

Josse: Ik heb gewoon geen zin om daar zoveel werk in te steken.

Antje: Nog een andere grote inspiratie was Love and Rockets van Jaime Hernandez. Het was vanaf het begin ook ontworpen in zwart-wit. Ik wist dat we maar twee kleuren hadden waar we alles mee moesten doen. Er is nog één referentiestrip die ik wil aankaarten en dat kwam terug in het telefoongesprek in de strip. Jim Steranko heeft een strip voor Marvel gemaakt, At the Stroke of Midnight met horizontale panels. Ik weet nog dat ik dit idee uitlegde aan Josse en hij zei dat dat niet kon. Ik stuurde vervolgens die pagina’s van At the Stroke of Midnight. Ik zal dus sneller aantonen dat iets kan door allerlei inspiratiebronnen te verzamelen die ik kan tonen aan de tekenaar.

Josse: Omdat hij een duivelse iconoclast is! Hij foltert tekenaars (lacht)!

Josse, we zijn al benieuwd naar wanneer jouw eerste graphic novel zal verschijnen.

Josse: Ik ben nu aan het mailen met Oogachtend die geïnteresseerd is in mijn strip over de tattooshop. Als ik mijn zin krijg wordt het een vierkante strip. Het gaat over mijn baas Paco die een tatoeëerder, een motorrijder, een paramilitair en een toffe knaap is. Het is een heel interessante figuur, met heel veel zotte verhalen en ik ben die allemaal aan het optekenen en de helft mag ik niet vertellen omdat het té straf is. Het zal in de fotorealistische stijl zijn.

Je Lee Bermejo-stijl?

Josse: Mijn versie ervan en zijn oog voor detail. Die kerel slaat door op details. Hij tekent poriën. Ik wil dat ook, maar ik wil mijn soort van poriën tekenen. Ik wil dezelfde intensiteit.

 

Antje, ik heb vernomen dat je intussen ook bezig bent aan het schrijven van een roman. Is het de bedoeling dat je zal blijven switchen van media?

Antje: In eerste instantie wil ik me profileren als auteur, maar ik wil niet die romanschrijver zijn die de negende kunst als trampoline gebruikt naar iets hoger. Ik ben in de eerste plaats een stripfan, maar heb zeker ook aspiraties om mezelf uit te drukken. Mijn roman, die als werktitel Ramadan Zomernacht heeft, gaat over een jonge ex-crimineel die op één bepaalde ramadan zomernacht afkickt van zijn drugsverslaving en daar heel veel moeilijkheden mee ervaart. Aan de andere kant wordt het verhaal verteld door een privédetective genaamd Zaman. Hij is op dat moment bezig aan een zaak die zich afspeelt in het in het Schipperskwartier. Er worden afgekapte handen in het straatbeeld gegooid en hij probeert die zaak op te lossen met weinig succes. Gedurende die desbetreffende ramadan zomernacht gaan die personages elkaar al dan niet ontmoeten.

Zaman, genoemd naar de gelijknamige film van Patrick Le Bon?

Josse: Antje heeft ook iets met namen.

Antje: Zaman is inderdaad vernoemd naar de politiefilm uit 1983 met Marc Janssen in de hoofdrol. Mijn verhaal speelt zich tien jaar later af, begin jaren negentig in de tijdsgeest van zwarte zondag, de oorlog in de Balkan en het begin van de globalisering. Het verhaal komt echt voort uit een soort van reactie op de film Patser. Ik ben een fan van Patser, maar ik had mijn patser anders gezien. Ik ben net als het hoofdpersonage, fantastisch gespeeld door Matteo Simoni, ook Marokkaans-Italiaans, maar voor mij was het een belediging. Uit een vorm van frustratie ga ik me creatief afreageren en daar kwam Ramadan Zomernacht uit. Huis van Harry is zeker niet mijn laatste strip. Als Josse beschikbaar is, dan bel ik hem wel.

Zou je het concept van Huis van Harry ook kunnen toepassen op een andere film van Harry Kümel?

Antje: Goeie vraag. Harry Kümel is nu bezig aan een vervolg op Daughters of Darkness. Ik ben een enorme fan van die film. Ik zou hem heel graag eens contacteren om mijn werk te tonen met de vraag erbij of hij het zou zien zitten om een graphic novel te maken van zijn Mothers of Darkness.

Josse: Gaat die film er komen?

Antje: Hij is bezig aan de financiering, maar het komt niet echt van de grond.

Josse: Je zou toch evengoed een remake van Daughters of Darkness kunnen maken?

Antje: Wel, ik heb al een idee voor zo’n remake, maar het kan evengoed dus een graphic novel van Mothers of Darkness zijn. Maar Harry Kümel of toch zeker het cinefiele aspect zal altijd terugkomen in mijn werk en ik denk dat dat bij Josse ook zo is.

We zijn al benieuwd in welke tekenstijl die strip getekend zal worden!

Huis van Harry op Pulp deLuxe »
Profiel Josse Pommé »
Profiel Antje Y.A. »







Gerelateerde berichten

GRID: de jury

GRID: de jury

23 april 2024 
0




More Story

Het Verhoor: Willy Linthout over Jaren van de Olifant

Willy Linthout kan terugblikken op een mooi maar ook bewogen 2022. Na maar liefst veertig jaar neemt hij afscheid van zijn...