Ward Zwart – Memories of a Wolf
29 november 2020 


Deze week verscheen bij Bries “Ik kom van ver, maar blijf niet lang”, de nieuwe graphic novel van Ward Zwart en Enzo Smits. Het noodlot wou echter dat Ward ons onlangs al verlaten heeft. Aan de hand van herinneringen wilden we even een blik werpen op de erfenis die hij ons nagelaten heeft.

door Bruno Willaert.

Het is een beetje oneerbiedig om gans het oeuvre van Ward Zwart te reduceren tot vijf boeken. Hij maakte immers ook meer dan vijftig zines in alle mogelijke vormen, waarvan twee op Pulp deLuxe gepubliceerd werden (The Eating of the Wolves en The Space Between Us). Ze allemaal aan bod laten komen is uiteraard onbegonnen werk. Vandaar dat we ons hielden aan zijn vijf belangrijkste boeken die als mijlpalen dienst deden om herinneringen aan op te halen, met dank aan Enzo Smits, Martha Verschaffel, Ephameron, Astrid Florentinus (Knust/Extrapool), Sarah Vanbelle, Astrid Yskout, Ria Schulpen (Bries)Eva Mundorff en Céline Hudréaux.

1 . Herd Animals (2009, Bries)

32 pagina’s, black + 1 Pantone colour, 38 x 27 cm, Silkscreened cover.

 

Astrid Yskout: “We waren jong en hadden niet veel. We deelden een tekentafel, een computer, een tweedehands kopieermachine en een kast vol National Geographic-magazines.

Ward tekende non-stop. Hij illustreerde voor Bolshoi Gorod (Moscow’s weekly city newspaper), werkte aan verschillende kleine projecten en was bezig aan zijn eerste boek dat uitgegeven zou worden bij Bries. Voor dat boek had hij een heleboel mensen in lijn bij elkaar geklutst en daar auto’s, gebouwen en dieren door gemixt. Scheve foto’s en lieflijke prenten werden dagelijks gebladwijzerd en verzameld op ffffound! en Flickr. Tekenen onderbrak hij graag voor het scoren van 00p platen en rare zines op eBay of om een handje winegums te grabbelen uit de kom die altijd op tafel stond.

Toen het boek gedrukt was mocht hij de dummy ophalen. De teleurstelling was groot toen bleek dat er iets fout gelopen was, ofwel tijdens het drukproces ofwel met de bitmaps. Dunne verticale lijnen liepen zichtbaar over de tekeningen. Voor Ward was het boek een misprint, waardoor hij volgens mij zelf nooit veel promotie heeft gemaakt voor deze uitgave. Het was ook een bevestiging dat zijn DIY-attitude nog altijd de beste manier was om zijn werk uit te geven.”

Ria Schulpen (Bries): “We waren aan het praten over een boekproject bij Bries in café De Kat, op een zomeravond in 2009. Ward had weliswaar niets op de planken liggen: geen scenario voor een groot verhaal, geen scenario’s voor korte verhalen. Om dat euvel op te lossen, stelde Ward voor om een boek met enkel illustraties te maken. Liefst een zo groot mogelijk boek, graag liggend formaat, en met een gezeefdrukte cover.

Enkele maanden later lag Herd Animals in de winkels. Elke pagina is tot aan de rand gevuld met tientallen portretten, en hier en daar ook bekende Antwerpse gebouwen op de achtergrond. Ook duiken er al eens bekende logo’s op, logo’s weliswaar door Ward naar zijn hand gezet.

Wards werk zou de daaropvolgende jaren enkel maar sterker worden, met meer focus op de natuur. Herd Animals is nu vooral interessant als tijdsdocument, als een etappe in Wards evolutie als tekenaar en verteller. De chimp-cover vind ik sowieso nog steeds subliem!”

Sarah Vanbelle: “Ik gok dat ik Ward leerde kennen in 2007, toen ik in Gent samenwoonde met zijn toenmalig liefje. Een schildpad in onze living / echo tijdens het niet zoveel praten want amper meubels / warme vriendenkerst met Eva, Astrid en Ward / ingepakte minischatten vanop exotische internetsites / gezeefdrukte tijgertotebags toen plastic zakken nog done waren / Tips over welke kopiemachines nog echte toner hadden en hoe je stijlvol niet. Elk nieuw Ward-boek was een lekkere kindersurprise. Er zat altijd iets verstopt vanbinnen: een nieuwe printmanier, of een extra pin, sokken, een pakketje stickers, een potloodtekening, … En wat ik sowieso het meest zal missen: een leuk weerzien bij het uitwisselen.

Ik bak een grote stapel troostpannenkoeken en bedenk me of ik winegums misschien lekkerder zou moeten vinden. Met open oogjes ga ik door het stuk boekenkast met werk van lieve vrienden en al het spannends dat Ward en Ephameron samen brachten op Grafixx. Ik zit in de zetel en durf z’n nieuwe boek niet zo goed lezen. Ik blijf nog een beetje zitten, zodat er nooit gaten komen in die hazensokken.”

2. Mostly Cola (2012, eigen beheer)

206 pagina’s, black + 1 colour, 148 x 210 mm, met recto-versoposter/cover.

 

Enzo Smits: “In zijn gedicht ‘Having A Coke With You’ omschrijft Frank O’Hara het moment waarop hij een cola deelt met een geliefde als een gevoel van ultiem geluk. Een moment waartegen alle andere momenten verbleken. Net als O’Hara, begreep Ward als geen ander de waarde van het cola drinken. Niet voor niets pronkt er een opname van dit mooie gedicht op de website van zijn eerste zelfuitgegeven boek, een bundeling van nieuw en ouder werk.

Mostly Cola, nog steeds een van de beste boektitels ooit.

Qua vorm, manier van uitgegeven, vertelstijl, het boek als object, … is dit boek Ward Zwart in a nutshell. Over elk detail is nagedacht en alles is tot in de puntjes verzorgd, toch verliest het boek nooit zijn DIY esthetiek en die schijn van nonchalance die Ward als geen ander beheerste. Ik ben nog steeds onder de indruk van de associatieve manier van vertellen die hij gebruikte in dit boek. Alles voelt heel intuïtief, ongedwongen en oprecht.

Het boek verliest nooit zijn DIY esthetiek en die schijn van nonchalance die Ward als geen ander beheerste.

Toen het boek in 2012 uitkwam, was ik net als velen te laat om het te kopen. Ik had besloten dat ik het ooit wel zou kopen, maar zat zoals vele studenten vaak krap bij kas en bleef de aankoop uitstellen. HUGE MISTAKE. Ik had moeten weten dat dit boek van deze selfmade DIY god als zoete broodjes de deur uit ging vliegen. Op nog geen half jaar tijd verkocht hij op eigen houtje 500 exemplaren. Ik moet vaak een beetje binnensmonds kotsen als mensen deze term wat snel op een boek plakken, maar eigenlijk is dit een echt cultboek. Twee jaar geleden kreeg ik het geheel onverwacht van Ward voor mijn verjaardag. Hij gaf het erg casual, alsof het een prulletje was en besefte denk ik niet hoe blij hij me hier mee maakte.

Tijdens een verblijf in Montreal maakte Ward en ik er een punt van om bij elk winkel- of cafébezoek toch eventjes te kijken of er ze nieuwe hippe colasoorten hadden, die ons nog onbekend waren. Om deze dan later met de nodige ernst te bespreken. Dit waren hoogdagen voor cola liefhebbers zoals wij.

Net als O’Hara, die in zijn gedicht ‘Having A Coke With You’ een colamoment met een geliefde koestert, zal ik ook mijn vriendschap met Ward en onze colamomenten altijd in mijn hart dragen. Zelfs al was de cola soms net dat beetje te kruidig, te zoet, te flets of net niet zoet genoeg.

‘Having A Coke With Ward’ was even more fun than…”

 

Martha Verschaffel:Mostly Cola heb ik deel per deel weten ontstaan, toen er van een bundeling in boekvorm nog geen sprake was en de zines elkaar aan een razend tempo opvolgden. Ik blijf in elk verhaal of tekening nieuwe verwijzingen herkennen en details ontdekken. Hij propte zijn hoofd en huis vol, en verweefde dat voorzichtig en geleidelijk aan met zijn tekeningen. Gesprekken die we voerden gingen een eigen leven leiden in zijn verhalen, en we gedroegen ons als zijn personages. Snickers eten en cola drinken. Alles vormt één geheel, obsessief, elk boek een wereld op zich.

One-Man Watermelon Fight, het eerste verhaal in het boek, drukte Ward oorspronkelijk op de offsetpers van Sint-Lucas, die hij toen omschreef als een degelijk machine met gekraak en gefluit, met werk waar je vuile handen van krijgt en waar je tenminste nog voor moet  zwoegen en zweten om het in gang te krijgen. Hij studeerde op dat moment illustratie aan Sint-Lucas Gent. Ik was er net afgestudeerd en vond elke reden goed om daar nog wat te blijven rondhangen. Ik hielp hem wat met drukken met de offset, en hij overtuigde me ondertussen om zelf ook zines uit te brengen. De daaropvolgende weken vroeg hij zo vaak ‘hoe het nu zat met dat zine’, dat er geen weg terug meer was. Veel zwoegen en zweten, maar ik ben nooit meer gestopt. En hoe dankbaar ik hem daarvoor ben. ”

 

Ephameron: “Veel van de kortverhalen in dit boek werden gemaakt voor projecten waarbij we allebei betrokken waren. Zo was er Wolf, geïnspireerd door Thoreau’s Walden, waarin een man het bos gadeslaat vanuit zijn boomhut. Voor onze tentoonstelling Camp Out kampeerden we met Louis Reith in de galerij (Alley, Hasselt, 2010). Naast de originele tekeningen toonde Ward een installatie met “decorstukken” uit het verhaal: hij zette een tent op, schilderde een boomhut op de muur, maakte een letterkast met objecten en tekeningetjes, en had met een van zijn broers een paar houten krukjes in elkaar gestoken. Het was een echte totaalervaring, zo typisch voor zijn oeuvre. Op de vernissage misten we enkel nog de boswachtershoed die Louis en ik die week voor hem kochten.”

 

Eva Mundorff: “Ik leerde Ward al tekenend kennen, op de trein, onderweg naar punkoptredens over het hele land. Altijd had hij een potlood en kladpapier bij, altijd tekende hij portretten. De voorbije maand heb ik enorm vaak teruggekeken naar zijn oude zines. Het viel me op dat ik me van elk boekje nog perfect kan inbeelden waar we waren op het moment dat hij het uitbracht. Van zijn eerste verzamelingen portretten die hij uitdeelde in muffe punkkelders, tot grotere zines die hand in hand gingen met drukbezochte expo’s. Van al zijn boeken zal Mostly Cola daarom steeds mijn favoriet zijn: het niet enkel een verzameling van Wards werk, maar ook een verzameling herinneringen waar ik ontzettend dankbaar voor ben.”

3. I’m a bat (2013, Extrapool)

46 pagina’s, multiple colours stencilprinted (risograph & ricoh), 193 x 193 mm, met dustcover.

 

Astrid Florentinus (Knust/Extrapool): “In december 2013 verbleef Ward Zwart twee weken in Extrapool te Nijmegen om in residentie te werken aan een gestencildrukte riso publicatie samen met Knust. Ik volgde Ward’s werk al een langere tijd. De diepte en de perfecte balans tussen de verfijnde en harde potloodlijnen in zijn tekeningen vind ik prachtig om te zien. Ook het verhalende wist hij op een heel natuurlijke wijze over te brengen. Heel genuanceerd, maar toch onverwachts met altijd een licht gevoel voor spanning in de achtergrond. Dat maakt zijn werk zo inspirerend en ik denk zowel voor mij als voor vele anderen gaf het een nieuw licht op het gebied van graphic novels.

Aan het begin van de residentie vertelde Ward mij dat hij een boek had gevonden met obscure Vlaamse volksverhalen. Dat er zoveel dieren in voorkwamen leek hem vooral te fascineren. Met name de das en de haas vielen hem op.
We wilden graag in Ward’s boek meer kleur gebruiken, in plaats van te werken met zwart waar zijn mooie tekenstijl om bekend staat. Ondanks zijn voorkeur voor zwart/wit ging hij hier volledig in op. Het werd een weloverwogen samenspel van verschillende licht/donker duotoon combinaties; mint en navy, babyroze en medium blauw, abrikoos en bruin… Hij wist perfect welke kleuren samen in contrast goed werkte voor zijn tekeningen. In zijn manier van werken was hij serieus en betrokken. Over alles dacht hij goed na. Voor elke reeks tekeningen gebruikte hij een andere kleurencombinatie. Ook over de vorm dacht hij goed na. Het boek zou vierkant worden met een omhullend bos als stofomslag.
Aan het einde van de residentie was het boek te zien aan de grote muur in Extrapool, behangen met Ward’s in riso gedrukte behang van vleermuizen. In het midden hing een echte vleermuis.

‘I’m a Bat’ vertelt over Belgische volksverhalen en vergeten volkslegendes. De prachtige potloodtekeningen van Ward vertellen over dieren en personages met een vervreemdende en mysterieuze sfeer. Ward en zijn tekeningen zullen bij lange na niet vergeten worden.”

 

4. Wolven (2016, Bries)

224 pagina’s, 1 Pantone colour, 220 x 245 mm, hardcover.

 

Enzo Smits: “In de zomer van 2015 speelde de Amerikaanse band Lightning Bolt een naar goede gewoonte loeiharde show in Het Bos in Antwerpen. Wachtend voor het optreden vroeg ik Ward of hij niet eens iets samen wou proberen… Hij had wel zin om eens iets te maken dat wat langer was. In mijn schuif lag de aanzet voor een kortfilm waarvan ik wist dat hij quasi onmogelijk te verfilmen was. Ik stuurde hem die slordige aanzet op, zodat hij eens kon kijken of het iets voor hem was. Enkele dagen later kreeg ik volgende mail terug:

hej enzo

ik heb al 4 pagina’s ondertussen, tekst is nu half Engels/Nederlands dus daar moet je niet teveel naar kijken : af en toe pap ik er ook een zin ofzo tussen om mijn vakjes te vullen…

Voor we het goed en wel beseften waren we begonnen aan een intensief heen en weer pingpongen van e-mails en Facebook chats. Gaandeweg leerden we hoe dat dan werkte, zo samen een boek maken. Ik had nog nooit voor een strip geschreven, Ward vertrok hiervoor zelden of nooit van een uitgewerkt scenario. Ons zoekende proces is zeker en vast nog zichtbaar in het boek, maar daarin ligt misschien ook wel de schoonheid van die eerste samenwerking?

Na een dikke tien maand heen en weer mailen lag Wolven er dan plots. Ik denk niet dat we bij aanvang echt doorhadden dat we uiteindelijk zouden eindigen met een boek van meer dan tweehonderd pagina’s. Er zat een snelheid en energie in het proces die er voor zorgde dat we telkens een verhaal klaar was het gevoel hadden dat we verder wilden…”

 

Martha Verschaffel:Ward heeft Wolven gemaakt net zoals hij ieder zine dat hij uitbracht heeft gemaakt, ieder exemplaar van elke oplage even belangrijk. Het boek als een verzameling. Een verzameling personages en flarden van gesprekken. Ook hier ongetwijfeld een mapje opgeslagen foto’s en muziek. Maar ook stickers, posters of kaarten verstopt tussen de pagina’s van ieder boek. Toch altijd nog eens schudden aan het boek, covers openvouwen, de enveloppe binnenstebuiten keren, om te zien of je zeker niet ergens nog iets gemist had. ”

Ephameron:Ward vroeg of ik de strip waar hij al lange tijd met Enzo Smits aan werkte eens wou nalezen. Ik had wat opmerkingen, maar toen ik het boek uiteindelijk in handen kreeg, bleek dat hij de meeste raad in de wind had geslagen. Heerlijk.”

5. Ik kom van ver, maar blijf niet lang (2020, Bries)

352 pagina’s, 1 Pantone colour, 185 x 245 mm, softcover with silver offset print on colored paper.

 

Enzo Smits: “Er zijn zeker gelijkenissen te vinden in de manier waarop onze twee boeken tot stand zijn gekomen, maar tegelijk was het op vele vlakken een heel ander proces. De grootste gelijkenis is misschien dat we er net als bij Wolven zonder te veel nadenken ingerold zijn… Iets in gang steken en al doende zien waar we uitkomen.

Opnieuw hadden we toen we er aan begonnen geen idee dat het zo’n dik boek zou worden. Na 100 getekende pagina’s voelde Ward de bui al lichtjes hangen en polste hij toch eens voorzichtig of ik al wist hoe het verhaal verder zou gaan. We hadden namelijk net 100 pagina’s gebruikt om de hoofdpersonages te introduceren.

Intussen hadden we een manier van samenwerken gevonden die voor heel veel mensen een soep zou zijn, maar voor ons klopte dit perfect. Ik schreef een aantal scenes en terwijl hij deze uitwerkte, werkte ik verder aan de rest van het verhaal, geïnspireerd door de vers getekende pagina’s die ik van Ward ontving. Scene per scene ontwikkelde we zo een verhaal waarbij we elkaar continu bleven beïnvloeden en brandstof gaven om verder te werken.

In Wolven dachten we al veel na over hoe de wereld waarin alles zich afspeelde er uit zou moeten zien… Bij dit nieuwe boek zijn we hier echt hard op gegaan. We dachten na over elke bandshirt, poster, videocassette, auto, … Bijna dagelijks wisselden we beelden en muziek uit. Uiteindelijk maakten we de blog thestrawberrystatement.tumblr.com om onze mailbox wat te ontlasten. Zelfs nadat het boek klaar was, bleven we hier afbeeldingen op delen.

Zijn eigen persoonlijkheid was ongetwijfeld de meest DIY gelimiteerde editie die hij ooit uitbracht, in een oplage van slechts één exemplaar.

Naast deze referenties naar populaire cultuur duiken er in Ik kom van ver, maar blijf niet lang ook een aantal van onze vrienden op en zitten er een hele hoop verwijzingen naar momenten uit onze eigen levens en naar dingen die we onderweg meemaakten. Zo is het personage van de luid slurpende Smakkie gebaseerd op iemand die we vanop een afstand observeerden in een platenwinkel in Montreal. Ward imiteerde later die dag nog meermaals de manier waarop die jongen van zijn kombucha slurpte. Ook de ontmoetingen die het hoofdpersonage Gus heeft met lange Jaakko, vertrokken telkens vanuit gesprekken die Ward of ik ooit hadden. Ik laat aan jullie verbeelding over wie van ons twee ooit blauw haar had.

Nadat een interviewer in Angoulème naar ons bleef verwijzen als “twee Zweedse auteurs”, besloten we om de landschappen en de seizoenen wat Scandinavischer te maken om nog wat extra verwarring te zaaien. Vandaar ook dat er plots namen als Lasse, Tove, Espen, … opduiken. Eigenlijk zijn dat stomme inside jokes, waarvoor ik nu toch heel dankbaar ben dat ze in het boek zitten want het zijn ook herinneringen aan tussen ons gedeelde momenten.

Ik kijk met trots naar alles wat Ward en ik samen hebben gemaakt. Samen iets creëren en je daarin begrepen voelen, is iets erg waardevol en ik ben heel dankbaar dat ik dit met Ward heb kunnen meemaken. Maar in de eerste plaats ben ik hem dankbaar voor zijn vriendschap, zijn humor, zijn lach, zijn lieve energie, generositeit, zijn bezoeken op zaterdagmiddag, …

Elke pet, badge, zine, strip, tekening, sticker, cassette, … die Ward maakte zal me hier aan herinneren, en ik kan enkel blij zijn dat er zoveel tastbare schoonheid is om aan hem terug te denken. Zijn eigen persoonlijkheid was ongetwijfeld de meest DIY gelimiteerde editie die hij ooit uitbracht, in een oplage van slechts één exemplaar.”

Martha Verschaffel:‘Mijn boek wordt een dikke’, is het laatste dat hij me stuurde. 352 pagina’s troost zaten dan ineens in de brievenbus. Ik heb het nog niet durven opendoen, maar mijn petje ligt klaar.”

Ephameron: “Ik vroeg Ward of ik de strip waar hij al lange tijd met Enzo Smits aan werkte eens mocht nalezen. Hij bedankte er beleefd voor :)”

 

Ik kom van ver, maar blijf niet lang is uitgegeven bij Bries en te koop in de Wolvenwinkel »

profiel Ward Zwart »




Gerelateerde berichten