Het Verhoor: Dominique Goblet over Ostende
27 februari 2022 


Herbronnen in Oostende en van die stad dan het hoofdpersonage van je boek maken, dat is wat Dominique Goblet deed. Ze verhuisde tijdens de eerste lockdown naar Oostende en dat deed haar duidelijk deugd.

door Bruno Willaert.

verhoor-dominique2

Wat moet de lezer weten over je?
Ik werk al dertig jaar als beeldend kunstenaar en stripauteur, waarbij ik de codes van de schilderkunst zowel naar het stripverhaal als andersom verleg, en vooral de grenzen tussen deze twee artistieke gebieden probeer te verleggen. Wat mij interesseert is de gevestigde codes in vraag te stellen door te proberen de systemen die eigen zijn aan deze media te vernieuwen, door te experimenteren met vorm en verhaal, zowel via het medium van boeken als via de muren van een tentoonstelling.

Tijdens de jaren negentig stond ik mee aan de wieg van de Belgische uitgeverij Frémok, vooraleer ik me sporadisch aansloot bij andere uitgevers zoals L’Association en Actes Sud Junior in Parijd. Experimentele strips, die ik ook al tien jaar doceer aan ESA St. Luc en Erg St. Luc in Brussel, zijn mijn voornaamste speelterrein.

Wonen in Oostende betekent een cultuur van nabijheid en een artistieke geest herontdekken die je nergens anders vindt, de zee op een andere manier zien, wanneer ze uit haar zomerse warmte komt, ons herinnert aan de kracht van de elementen, ons nederig doet voelen.

Onlangs verscheen je boek Ostende bij uitgeverij Frémok. Het lijkt een boek te worden vol kust- en landelijke landschappen tot er ook een verhaal over drie vrouwen in het boek sluipt. En naar het einde to wordt alles ook alsmaar abstracter. Wat kan je ons meer vertellen over je boek?
Dit boek is ontstaan uit een breuk, een breuk door de surrealistische covid tijden  die we zojuist hebben doorgemaakt, bestaande uit verboden, sociale afstanden, gebrek aan contact en angsten. Daarnaast was er op persoonlijk vlak ook de breuk van een lange relatie waarvan ik dacht dat die onbreekbaar zou zijn.

Omdat ik in Brussel woon, moest ik tijdens de eerste lockdown een toevluchtsoord zoeken en ben ik ingegaan op de uitnodiging van een vriend die aan de Belgische kust, in Oostende, woont. Ik nam een zak gouaches mee, een techniek die mij nog onbekend was, en ik begon de Noordzee te schilderen, de golven, de lucht, het verlaten strand, maar ook het afgelegen platteland, de Vlaamse landen, alsof ik in het verleden van Spilliaert en Ensor was ondergedompeld.

 

Om mijn aanpak wat pittiger te maken en te trachten de sfeer van deze typische landschappen van de Belgische kust weer te geven, heb ik mijzelf een kleine beperking opgelegd: nooit de kleur blauw te gebruiken, wat een hele uitdaging is wanneer men de zee en haar lucht als onderwerp heeft.

In het begin was het mijn idee om deze periode van isolement en afwezigheid van het menselijk lichaam op te roepen door me voor te stellen dat achter deze duinen, achter deze boerderijen, in de plooi van deze melancholische landschappen, waarschijnlijk amoureuze ontmoetingen, ongeoorloofde samenkomsten, erotische ontmoetingen plaatsvinden. De schilderijen tonen landschappen die kalm en melancholisch lijken, zonder geschiedenis, maar tegen de achtergrond worden intieme, hete, zelfs broeierige scènes onthuld door teksten, alsof het een camerabeweging is.

Beetje bij beetje verschijnen er menselijke figuren op de top van het duin: “Irene”, een vrouw van een jaar of vijftig, dwaalt langs het strand voordat ze richting zee gaat, haar blouse uittrekt en in de golven gooit. Een andere vrouw, een majorette, leidt drie mannen in kostuum in haar kielzog. Abstracte vormen verschijnen uit het niets en lijken deze individuen te vergezellen, waardoor het zeegezicht en zijn academisme vervagen met muzikale incidenten.

De zee is woest, de fanfare raast, de majorette heft en strijkt met haar baton. Ze loopt trots. Ze heeft minnaars en aanmeerplaatsen afgeworpen. Ze dirigeert nu haar eigen symfonie. Je verlaat het boek zoals je een lange melancholie verlaat, dronken van vreugde als een bron.

 

Ostende is opgebouwd uit twee delen, de schilderijen en de notitieboekjes, de backstage van het project, een laboratorium van vormen en erotische teksten die rechtstreeks verband houden met de opgeroepen ruimtes.

Het boek werd op een niet chronologische manier geredigeerd, waardoor het verhaal werd onthuld en mijn aanvankelijke bedoelingen werden verstoord. De sluier werd opgelicht, het gordijn ging open en onthulde een persoonlijker verhaal dan ik had verwacht. Deze vrouw, alleen, schrijdend langs het verlaten strand, worstelend tegen de grijsheid en de koude, op zoek naar nieuwe perspectieven… Deze vrouw die zich bevrijdde van haar korset, een dwingend voorwerp, die haar borsten bevrijdde, een hoogst symbolisch gebaar van herontdekte vrouwelijkheid, was zij daar niet, heel onbewust, gekomen om mij een nieuwe weg te wijzen?

Dit is de kracht van evocatie, de kunst die zichzelf vertelt, de bevrijdende en transformerende Kunst, die we niet beheersen.

Van Herr Seele hoorden we hier al dat je al van voor de eerste lockdown in Oostende woont. De stad heeft een heel rijk verleden qua kunstenaars (schilders, schrijvers, architecten, …) die een tijdje in Oostende verbleven. Wat fascineerde jou aan Oostende?
Oostende is niet zoals de rest van de kust. Het is niet alleen een toevluchtsoord van vakantiegangers tijdens de zomer. Oostende is een stad. Het is bewoond en heeft een artistieke lading door zijn geschiedenis. Dit is zeer voelbaar als je hier voor langere tijd verblijft.

Het is een stad die vecht, niet alleen tegen de tijd, de wind en de golven, maar ook om een geest van schepping en surrealisme te laten overleven. Beide talen worden hier gesproken. Het oude en het hedendaagse komen hier samen. De geschiedenis is zeer aanwezig. De belle époque weerspiegelt zich in de muren, het casino, de negentiende-eeuwse huizen en het Thermae Palace. Oostende is geen pretpark, het is geen dorp voor luie gepensioneerden of een vakantieoord voor gezinnen zonder ideeën.

 

In Oostende is de hardheid nooit ver weg. Het is winderig, vaak grijs, regenachtig en koud. Via de haven, die de stad in tweeën snijdt en met een bootje met elkaar verbindt, bereikt men het meer industriële deel en verderop de vuurtoren, het Fort Napoleon, en vervolgens de beschermde duinen, ver van de gebouwen en flats die de hele kust in een betonnen muur hebben veranderd, waarbij een prachtig deel van onze architectonische geschiedenis van het begin van de eeuw werd geplunderd in konijnenhokken, zonder enige smaak, zonder enige verbeelding, ten behoeve van een toerisme zonder enige panache en zonder enige andere eis dan het “uitzicht op zee”.

Gelukkig vind je, als je door de straten van Oostende loopt, nog enkele zeer mooie gevels uit de jaren twintig en dertig, met soevereine ramen, spectaculaire glas-in-loodramen en gekleurd aardewerk. Wonen in Oostende betekent een cultuur van nabijheid en een artistieke geest herontdekken die je nergens anders vindt, de zee op een andere manier zien, wanneer ze uit haar zomerse warmte komt, ons herinnert aan de kracht van de elementen, ons nederig doet voelen.

Vanwaar haal je doorgaans je inspiratie vandaan?
Ik hecht minder waarde aan kunst dan aan creatie in het algemeen. Ik hou niet van de hiërarchie die wordt opgelegd door een economisch dictaat, dat de schilderkunst of andere kunstvormen als soeverein zou plaatsen boven elke andere vorm van inventief leven. Het leven zou een speeltuin moeten zijn waar elke activiteit fantasie, zorg, nieuwigheid, waanzin verdient.

 

Mijn inspiratie houdt dus niet rechtstreeks verband met een als artistiek aanvaarde vorm, maar met de verrassing die een alledaagse gebeurtenis kan opwekken of met de sublimatie van een onderwerp, de transformatie ervan, de verschuiving die kan worden verkregen door een onwaarschijnlijke en nooit eerder geziene manipulatie.

Welke projecten liggen nog op stapel voor de toekomst?

Ik heb altijd meerdere potten en pannen op het fornuis staan. Vandaag ben ik van plan terug te keren naar een autobiografisch verhaal, de voltooiing van een ander boek in samenwerking met  collega en vriend Kai Pfeiffer, maar ik blijf te allen tijde openstaan voor elk nieuw project, als het me op onbekend terrein kan brengen en me tot een praktijk kan brengen die me dwingt buiten mezelf en mijn eigen comfortzones te treden.

 

Ostende telt 88 pagina’s en is verschenen bij Frémok.

Bestel Ostende »
Instagram Dominique Goblet »




Gerelateerde berichten