Het Verhoor: Victor Meijer over Penisnijd
10 oktober 2022 


Een nieuwe jaargang, dat wil zeggen dat we terug wekelijks tekenaars gaan verhoren. De Nederlandse duizendpoot Victor Meijer, die naast stripmaker ook toneelschrijver en illustrator is, bracht bij Uitgeverij Oogachtend zijn nieuw boek Penisnijd uit.

door Antje Y.A.

verhoor-victor2

Wat houdt ‘Penisnijd’ precies in?
Penisnijd is een begrip gemunt door Sigmund Freud en volgens mij houdt de werkelijke definitie in dat jonge meisjes ontdekken dat ze geen penis hebben. Dat resulteert in een soort van woede/jaloezie tegenover jongens.

Op die manier is het voor mij niet helemaal van toepassing op de inhoud van mijn boek. Het verhaal gaat over een jongen die zich in al z’n onschuld op de feestjes van zijn moeder verkleed als een vrouw en vervolgens in aanraking komt met een tamelijk militante lesbische in een tuinbroek gehesen vrouw die stiekem heel erg jaloers is op de vrouw die zij in al haar mannelijkheid nooit zal kunnen worden. De verwarring ontstaat omdat het natuurlijk om een jongen gaat die gewoon een penis heeft. Daarom vond ik die term een andere gelaagdheid hebben.

Ik zie Penisnijd wel echt als een strip, omdat het iets vunzig heeft dat ik bij strips vond passen.

Hoe is het verhaal en haar onderliggende thematiek tot stand gekomen?
Ik heb twee romans geschreven en daarna kreeg ik een writer’s block. Dat is echt een heel gek gegeven want ik had er natuurlijk al eens over gehoord en dacht dat dat me nooit zou overkomen. Toen kreeg ik het opeens en stopte het schrijven. Soms schreef ik toch nog wel eens iets om te kijken of het weer op gang kwam. Op een gegeven moment schreef ik een kleine passage over een feestje bij mijn moeder, waarbij ik me verkleedde als vrouw. Daarna ging ik fantaseren over dat er zich een lesbische vrouw bij aansloot net zoals het gaat in het boek.

Daarnaast was er mijn zoon die op een dag terugkwam van school met een aantal verzuchtingen. “Pap, moet je nu horen: die in mijn klas is panseksueel, die in mijn klas is biseksueel, die is homoseksueel, die is lesbisch en dat meisje is eigenlijk een jongen in het verkeerde lichaam en die jongen zit ook in het verkeerde lichaam, want hij is eigenlijk een meisje en dan is er ook nog iemand aseksueel. Iedereen weet het allemaal zo goed. Ik durf niet eens meer te zeggen dat ik gewoon heteroseksueel ben.” Dat vond ik heel erg grappig.

 

Tenslotte was er nog een herinnering van mezelf als twaalfjarige op een hete zomerdag in Alkmaar waar ik met mijn vader was voor zijn werk. Plots hoorde ik uit een dancing muziek waar ik me enorm door aangetrokken voelde. Ik zei tegen mijn vader dat ik er even naartoe wou gaan. Ik ging alleen naar binnen en kwam in een hele donkere tent terecht waar bijna niemand aanwezig was. Aan de bar zaten wat mensen. In het midden was er een verhoogd podium met een discobal. Er klonk heel goeie muziek en ik ging dansen en was helemaal bezweet. Toen liep ik langs de bar en daar zat een oude man. Om hem heen hing iemand waarvan ik niet wist of het een vrouw of een man was. De oude man zei met een hele lage stem: “Wow wat kan jij mooi dansen. Wil je wat van me drinken?”. Dat vond ik zo corrupt en vies. Hij verpestte alles.

Het gemeenschappelijke van deze drie dingen is dat iets in zijn/haar onschuld door labelzucht of geprojecteerde geilheid of frustratie opeens per se een betekenis moet krijgen. Iets dat je dan meteen op het verkeerde been zet als jongeling, want wat moet je daarmee doen als je tien tot twaalf jaar bent?

Een kinderboek doelt vaak op kinderen die in die gekke transitie zitten van kind zijn naar volwassen worden.

Je vorige werken waren eerder traditionele graphic novels te noemen terwijl dit eerder te scharen valt onder een prentenboek. Struikel je over die afgebakende terminologie?
Het liefst zou ik willen dat die grenzen niet zo sterk zijn. Dat zou je als tekenaar/verhalenverteller wat meer vrijheden geeft. Ik zie Penisnijd wel echt als een strip, omdat het iets vunzig heeft dat ik bij strips vond passen, maar het heeft ook iets directs. De tekeningen zijn misschien niet sentimenteel, maar ze zijn wel lekker direct. De interactie met tekst is misschien niet suggestief genoeg om het dan weer een literatuur te kunnen noemen, wat ik niet per se slecht vind. Dat is ook een kracht.

 

Hoe bereik je kinderen met je verhalen?
Het komt erop neer komt dat je op ooghoogte verkeerd met een kind. Vervolgens is het essentieel dat er ruimte is voor de fantasie, maar ook voor volwasseneproblematiek. Een kinderboek doelt vaak op kinderen die in die gekke transitie zitten van kind zijn naar volwassen worden. Ze voelen aan wat er gaat komen aan volwasseneproblematiek, maar ze laten ook een heel mooi feeëriek, poëtisch domein achter zich. In dat gebied ligt een heel interessant spanningsveld dat gaat over onschuld, over het verliezen van onschuld. Het gaat over de acceptatie dat je ouders mankementen hebben en hoe je daarmee moet omgaan. De magie zit in dat gebied. Daar gebeuren de interessantste dingen voor kinderen.

In je lijnwerk zie ik aspecten van de Schetsboeken van Robert Crumb.
Ik heb een diepgewortelde fascinatie voor strips uit de jaren zeventig en tachtig. Om een specifieke naam te noemen: Moebius en zijn boek De Ogen van de Kat, een van mijn favorieten. Daar volg je een adelaar én een man in de opening van dat raam die geen ogen heeft. Bij dat dacht ik van “wow, zoiets zou ik wel willen doen”. Een vriend van mij, Edwin Hagendoorn, heeft een strip gemaakt met alleen beeld en platen. Dat boek heet Uiltje Engnek, uitgegeven bij Concerto Books.

 

Het voelde goed eens even van dat de stramien van de strip af te kunnen stappen en op een andere manier een verhaal vertellen. Het gekke van aan de ene kant tekeningen en de andere kant de tekst te hebben is de speciale leeservaring. Het heeft een meer monumentaal karakter. Bij een strip glijd je erin en word je meegezogen in het verhaal. En ja, Robert Crumb heeft ook op een vergelijkbare wijze als Penisnijd boekjes gemaakt. Volgens mij heeft hij een kortverhaal van Charles Bukowski op een vergelijkbare manier geïllustreerd.

Wat ligt er nog in het verschiet voor jou?
Ik probeer de uitgever van het eerste deel van Crocodile Charley met man en macht over te halen om een vervolg te overwegen, maar die heeft het commercieel helaas niet zo goed gedaan. In de komende weken wordt dat duidelijk. Naast dat project probeer ik de financiering rond te krijgen voor een groot stripboek van een omvang van Hondsdol. Een boek van honderdzestig pagina’s. Daar heb ik enorm veel zin in, maar het is nog niet helemaal duidelijk of we het voor elkaar gaan krijgen. Wat ik sowieso ga doen is wat meer vrij werk maken. Ik ga weer etsen en dat soort dingen. Uiteindelijk hoop ik weer een beetje terug te komen naar strip. Ik ben een vreemde eend in de bijt. Ik ben geen klassieke striptekenaar met een serie. Ik ga een beetje mijn eigen gang.

 

Penisnijd telt 64 pagina’s en is verschenen bij Uitgeverij Oogachtend.

Bestel Penisnijd »
Instagram Victor Meijer »




Gerelateerde berichten